RUWBOUW  
Dimension 71 – februari 2024

Waarop letten bij de isolatie van een groendak?

Planten, drainage en bescherming zorgen voor extra belasting van platte daken. De lagen van het dak, en in het bijzonder de isolatie, moeten hiertegen bestand zijn. Waar moet je op letten? En welke aanbevelingen volg je best? 

Door ir. E. Noirfalisse, laboratorium ‘Isolatie, dichting en daken’ Buildwise

De samendrukbaarheidsklassen van de EUtgb (Europese Unie voor de technische goedkeuring in de bouw) duiden de eisen aan voor het gedrag van de isolatie bij bepaalde temperaturen en belastingen. Deze eisen worden aangevuld met die van de de BUtgb (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw). 

Gaat het om een intensief dak? Of zijn er andere belastingen op het dak? Dan is een meer gedetailleerde studie noodzakelijk, om zo de werkelijk uitgeoefende belastingen te bepalen. De vervormingen die op korte en lange termijn door deze belastingen veroorzaakt worden, moeten beperkt blijven.

Aanbevelingen uit goedkeuringsleidraden

De EUtgb beschrijft vier samendrukbaarheidsklassen in haar technische gids voor de goedkeuring van isolerende systemen. De klasse wordt bepaald door een proef die het gedrag van de isolatie bij verdeelde statische belastingen en hoge temperaturen beoordeelt. Klassen B tot D zijn van toepassing op platte daken. Groendaken worden dan wel niet expliciet vermeld, maar impliciet vallen ze onder de klassen C en D. Deze info alleen volstaat echter niet om de mechanische eigenschappen van isolatie te evalueren. De gids verwijst ook naar de nationale reglementeringen.

Op Belgisch niveau stelt de BUtgb een andere classificatie voor, die ook de druksterkte en ponsweerstand omvat. De eisen verschillen naargelang het isolatiemateriaal: niet alle materialen vertonen hetzelfde gedrag (gevoeligheid voor temperatuur, elastisch of fragiel gedrag, ...) en niet alle eisen zijn relevant voor alle materialen. De tabel (uittreksel uit TV 229 ‘Groen-daken’) beschrijft de klassen P3 en P4, die overeenkomen met de bovengenoemde klassen C en D en die respectievelijk betrekking hebben op de extensieve en intensieve groendaken.

Aanbevelingen uit de Technische Voorlichtingen

De tabel geeft een overzicht van de klassen P3 en P4 en de bijbehorende eisen en vult die aan met andere aanbevelingen:

• Rekening houden met eventuele puntbelastingen (doorponsing) bij extensieve daken (bv. door de plaatselijke belasting van een bloembak).

• Een speciale studie uitvoeren voor intensieve daken, die onderhevig kunnen zijn aan hogere statische belastingen, geconcentreerde puntbelastingen of dynamische belastingen.

Gezien de gevolgen van een eventuele infiltratie bij een groendak (in het bijzonder een intensief dak), stelt TV 229 ook dat het voor een warm dak aanbevolen is om een isolatiemateriaal te gebruiken dat niet-vochtgevoelig is, zodat de dakafdichting in volvlakkige hechting aangebracht kan worden. De TV voegt eraan toe dat cellenglas momenteel het enige isolatiemateriaal is dat aan deze criteria voldoet, waardoor dit materiaal de voorkeur geniet bij intensieve daken. Dit sluit het gebruik van andere isolatiematerialen echter niet uit als aan voormelde voorwaarden voldaan wordt en als de nodige bijkomende maatregelen voor de afdichting genomen worden om het risico op infiltraties te verminderen en de gevolgen ervan te beperken, zoals compartimentering, een vochtmonitoringsysteem en een tweelaagse afdichting. Zo blijkt uit recente oriëntatieproeven dat er isolatieplaten uit polyurethaan (PU) bestaan die beantwoorden aan de criteria van klasse P4. Deze platen kunnen dus toegepast worden als er voldaan wordt aan de eerdergenoemde maatregelen. Uit bovenstaande overwegingen wordt de afdichting bij een omkeerdak bij voorkeur in volvlakkige hechting op de dakvloer geplaatst.

De recenter gepubliceerde TV 280 ‘Het platte dak’ reikt enkele aanvullende aanbevelingen aan voor daken die onderhevig zijn aan specifieke belastingen (terrassen, sportvelden ...) en stelt een aanpak voor die vergelijkbaar is met die van TV 253 ‘Parkeerdaken’. Er worden indicatieve criteria voorgesteld voor de mechanische eigenschappen van de isolatiematerialen:

• Op korte termijn wordt aanbevolen om erop toe te zien dat de spanning in de isolatie niet hoger wordt dan …

- Voor vervormbare materialen, de spanning die aanleiding geeft tot een vervorming gelijk aan de kleinste van de volgende waarden: 2% of de elasticiteitsgrens. Deze gegevens zijn beschikbaar in de resultaten van een klassieke druksterkteproef volgens de norm NBN EN ISO 29469, die onlangs de norm NBN EN 826 vervangen heeft (spanningvervormingscurve).

- Voor weinig of niet-vervormbare materialen: de druksterkte (bij breuk) verminderd met een veiligheidsfactor (te bepalen door de fabrikant).

• Op lange termijn (twintig jaar) wordt aanbevolen om de vervorming niet groter te laten worden dan 2%. Deze informatie verkrijg je door een langere kruipproef bij druk uit te voeren volgens de norm NBN EN ISO 16534, die onlangs de norm NBN EN 1606 vervangen heeft. De toegepaste belasting is de gebruiksbelasting gewogen door de juiste coëfficiënten. Deze eigenschap staat echter niet altijd vermeld in de technische fiche van het isolatiemateriaal. Mogelijk moet je die dus opvragen bij de fabrikant.

Om de spanning te bepalen die op de isolatie uitgeoefend wordt, moet je de oppervlakte berekenen waarop de belasting inwerkt (de oppervlakte van een tegeldrager, een bloembak, ...) en rekening houden met een eventuele verdeling van de belasting door de lagen die zich tussen de belasting en de isolatie bevinden (afhankelijk van hun stijfheid).

Naast deze eisen en aanbevelingen moeten tijdens de dakwerken ook steeds maatregelen genomen worden om beschadiging van de isolatieplaten te voorkomen (bv. looppaden). Bij het transport en de opslag van materialen is het vooral belangrijk om overmatige geconcentreerde belastingen op de isolatieplaten te vermijden.