STAD IN DE KIJKER  
Dimension 45 – september 2017

Burgemeester Eric Vos – Turnhout

“Er beweegt heel wat in de luwte van de Kempen”

In mei jongstleden kregen burgemeester Eric Vos en Mathé Heeren van Armada Projectontwikkeling (Heeren Group) de bronzen Publica Award voor Stadsplanning voor het PPS-project Turnova in Turnhout. Het juryrapport was lovend over de verweving van functies, de versterking van de stedelijke kern en de duurzame mobiliteitsinvulling die dit nieuwe stadsdeel serveert. De perfecte intro voor een gesprek met burgemeester Eric Vos en stedelijk coördinator ruimtelijke ordening – mobiliteit Hugo Meeus over wat er allemaal gebeurt in de stad én in de stadsregio.

Tien jaar na opmaak van het masterplan vervelt Turnova geleidelijk van werf tot realisatie. Zopas werd de Academie in gebruik genomen, een combinatie van een nieuwbouwgedeelte met een fabriekshal en een geklasseerd kantoorgebouw uit het interbellum. Momenteel betrekken de eerste bewoners de appartementen aan het Academieplein. De komende maanden wordt de rest van het nieuwe stadsdeel afgewerkt, dat het bouwblok van 3,5 hectare pal naast de Grote Markt beslaat waarin eertijds de drukkerij Brepols was gevestigd. Toen dat bedrijf in 1974 het stadscentrum verliet, verwerd de site allengs tot een nare stadskanker. Na een mislukt privaat ontwikkelingsproject van een andere ontwikkelaar sloten de stad en Armada Projectontwikkeling (Heeren Group) halfweg het eerste decennium van deze eeuw een PPS-overeenkomst. In ruil voor de stadseigendommen die vanuit het winkelkerngebied toegang geven tot de site, kreeg stad Turnhout een kavel in het project, die groot genoeg was voor een nieuwe kunstencampus van 10.000 m² rondom het als monument beschermde kantoorgebouw van Brepols. Hier kon de stad haar over meerdere sites verspreide stedelijke academies voor schone kunsten en voor muziek, woord en dans bundelen. In het masterplan van WIT architecten in samenwerking met Bedaux de Brouwer architecten en Stefan Devoldere, werd de nieuwe Academiecampus ingebed in een nieuw stadsdeel: een gemengde en verdichte ontwikkeling van circa 250 woningen, 40 winkels, een viersterrenhotel, drie pleinen en kantoren; een ondergrondse parkeergarage voor bewoners en stadscentrumbezoekers; een 72 meter hoge toren met woningen, kantoren en een restaurant met dakterras, die de stedelijke allure van Turnhout een fikse zet geeft.

“Onze centrumfunctie is vergelijkbaar met die van de andere Vlaamse centrumsteden, alleen moeten we dat invullen met slechts 43.000 inwoners en zonder deelgemeenten.”

 

Een dergelijk project pal in het hart van de stad zorgt natuurlijk voor heel wat beroering. Hugo Meeus: “We voerden vanaf het begin een stevige communicatie. De conceptontwikkeling werd publiek besproken in zittingen van de Brepols Generaal. Die gesprekken sloten aan bij de visie van het gemeentelijk structuurplan, het mobiliteitsplan en het commercieel-strategisch plan. Tijdens de werken hanteren we nu een minder hinderplan. Gezien de secundaire school aan de overkant van de werf legden we bijvoorbeeld het werfverkeer aan banden in de periodes dat de leerlingen daar massaal met de fiets toekomen of vertrekken. We hebben ook vooruitgedacht. De dag dat het aantal auto’s aanzienlijk krimpt, is het bovenste niveau van de tweelaagse parking dankzij de maatvoering bijvoorbeeld geschikt voor een andere invulling. Er is ook een uitgebreide reeks fietsenparkings, een vervoermodus waar de stad zwaar op inzet.”

Minstens even belangrijk is de integratie in de stad. Eric Vos: “Turnova mocht geen standalone-project worden, maar moest ingebed zitten in het stedelijk weefsel. Het project maakt vandaag deel uit van zowel een culturele als een commerciële as doorheen de stad. In de Patersstraat, een nabijgelegen winkelstraat, zie je daarvan al de eerste positieve effecten. Die dynamiek zal nog sterk aanwakkeren. De academie ontvangt wekelijks 3.000 leerlingen en trekt dus ook ouders aan. Die zullen van de gelegenheid gebruik maken om shops en terrassen te verkennen. Het project zal ook het stadsleven aangenamer maken. De mensen die vanuit het oosten de stad binnenrijden en vroeger doorheen het centrum moesten om hun wagen kwijt te kunnen, belanden vandaag meteen in de nieuwe rotatieparking.”

Culturele as

De culturele as waar de burgemeester naar verwijst, vertrekt op het oude kasteeldomein van de hertogen van Brabant, waar het cultureel centrum De Warande is ondergebracht, in de woorden van de burgemeester een ‘culturele vuurtoren van Vlaanderen’. Ook hier wordt niet stilgezeten. De Warande, een modernistisch ontwerp van Carli Vanhout en Paul Schellekens dat past in de architectuurstroming De Turnhoutse School, werd in 2005 door het provinciebestuur al eens uitgebreid met een theater- en concertzaal van Macken & Macken en in 2013 verbouwd en uitgebreid met een ondergrondse fuifzaal door Beel en Achtergael architecten. Als volgende fase staat een renovatie en uitbreiding van de schouwburg door Architects in Motion op het programma. Al deze werken gebeuren binnen hetzelfde complex, met deelprojecten van de stad en van de provincie Antwerpen. Volgend jaar start stad Turnhout ook de werken aan de bibliotheek in de Warande. De oorspronkelijke bib uit de jaren 1970 wordt door WIT architecten omgevormd en uitgebreid tot een hedendaags kenniscentrum en archief. Eric Vos: “Door de bundeling van die twee functies beschikken we over een ruimer aanbod dat de levendigheid van de stad zal vergroten én kunnen we het rijke archief op meer uren toegankelijk maken. Daarmee sluiten we aan bij het adagium van de allereerste directeur van De Warande die het cultureel centrum groot heeft gemaakt: Eric Anthonis. Hij wou de volkse en de verheven kunst en het hele scala daartussen op een plek in het stadshart samenbrengen. Hier zullen zich allerlei organisaties kunnen blijven ontplooien en wordt er komaf gemaakt met tussenschotten.”

Omdat zeven bezoekers op tien van De Warande van buiten de stad komen en er samenwerkingsverbanden zijn met allerlei andere grote cultuurspelers in de Kempen, werd besloten de werking van het cultureel centrum onder te brengen in een autonoom provinciebedrijf. Daarmee belanden we automatisch bij een ander stokpaardje van de burgemeester: de Stadsregio Turnhout. Eric Vos: “Onze centrumfunctie is vergelijkbaar met die van de andere Vlaamse centrumsteden, alleen moeten we dat invullen met slechts 43.000 inwoners en zonder deelgemeenten. Wij worden wel omgeven door gemeenten met een dichte, aaneengesloten bebouwing, zodat de stad en haar onmiddellijke regio in feite 85.000 mensen tellen. Als je daarvan uitgaat, creëren we een vergelijkbare welvaartsproductie als Leuven of Genk en eenzelfde tewerkstellingsconcentratie.”

“De dag dat het aantal auto’s aanzienlijk krimpt, is het bovenste niveau van de tweelaagse parking in Turnova dankzij de maatvoering geschikt voor een andere invulling.”

 

“Omdat mobiliteit en het gebruik van voorzieningen los staan van de gemeentegrenzen, hebben we samen met de randgemeenten Beerse, Oud-Turnhout en Vosselaar de Stadsregio Turnhout opgezet. Daarin willen we met de vier besturen en OCMW’s de juiste schaal en voldoende draagkracht vinden voor beleidsvisies en initiatieven. Bedoeling is dat we elkaar versterken en de bestuurskracht verhogen, zonder afgeremd te worden door de typische struikelblokken van een fusie: het identiteitsgevoel, het zich afzetten tegen de centrumstad, de financiële verevening, de verschillende tarieven van gemeentebelasting.”

Verder kijken dan legislaturen en politieke kleuren

De Stadsregio Turnhout werkte vorig jaar een langetermijnvisie tot 2030 uit, waarin onder andere de thema’s wonen, zorg, mobiliteit, economische activiteiten en open ruimte een plek krijgen. De visie wordt ondersteund door een brede reeks data: manieren van verplaatsing, aantal verkeersbewegingen, bevolkingsgroei, aantal speelterreinen en noem maar op. Alle gemeenteraden keurden die visie met een overgrote meerderheid en zonder tegenstemmen goed. Dankzij dat ruime draagvlak zal de visie over de legislaturen heen een richtbaken blijven. Burgemeester Vos: “Inzake woonbeleid gaan we naar één woondienst, wat niet evident is. Inzake ouderenzorg hebben we een afwegingskader opgesteld om te bepalen waar assistentiewoningen het best ingeplant worden in levensloopbestendige wijken, zodat ze morgen niet plots in the middle of nowhere komen te liggen. Omtrent mobiliteit hebben we een prioriteitenlijst gemaakt van een tiental projecten, die we met één stem hebben bepleit bij de bevoegde Vlaamse minister Ben Weyts. Inzake detailhandel hebben we samen met de provincie Antwerpen de te verwachten evoluties geanalyseerd en de rol bepaald van de verschillende kernen, een beperking van baanwinkels langs verbindingswegen en dergelijke meer. Ook wat tewerkstelling betreft overstijgen we de traditionele schotten tussen de klassieke beleidslijnen en kiezen we voor een gebiedsgerichte benadering, zoals die trouwens ingebakken is in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Nu nodigen wij Vlaanderen uit om enkele proefprojecten op te zetten die deze gebiedsgerichte benadering in de praktijk vorm geven.”

Focus op tewerkstelling en armoedebeleid

Terug naar de stad. De huidige legislatuur kende een valse start met zelfs een korte periode van onbestuurbaarheid. Eind 2013 gordde dan Eric Vos van de lokale partij T.I.M. (Turnhout Iedereen Mee) de burgemeesterssjerp om de lendenen. Besparen en gericht investeren is het motto, met het laatste jaar een duidelijke focus op armoedebeleid en tewerkstelling. In de Kempen is Turnhout door de grote aanwezigheid van goedkopere woongelegenheid een verzamelplek voor alleenstaanden en financieel zwakkeren. De tewerkstellingsconcentratie in combinatie met gepaste woningen trekt ook veel niet-Belgen aan, voor een groot deel welgestelde noorderburen, maar ook groepen Oost-Europeanen en vluchtelingen uit Afrika of het Midden-Oosten. Een project dat de burgemeester nauw aan het hart ligt, is het bedrijventerrein Veedijk, een volledig uitgerust industrieterrein van netto 42 hectare dat nu snel vol loopt. Eric Vos: “De prognose is dat hier binnen vijf jaar 1.500 nieuwe arbeidsplaatsen worden gecreëerd, verspreid over verschillende bedrijven uit vooral de sectoren distributie, vervoer en bouw, wat de kans op groei en behoud van tewerkstelling beter garandeert. Het OCMW telt veel leefloners, terwijl de distributiesector kandidaten voor uitvoerende taken nodig heeft. Om de match te maken, organiseren wij in samenspraak met VDAB en het OCMW specifieke opleidingen, bijvoorbeeld Nederlands met extra aandacht voor het lezen van veiligheidsfiches en andere bedrijfsgebonden informatie.”

“Om te zien hoe ver wij kunnen gaan in onze eisen, rekenen wij achter de schermen altijd mee met de ontwikkelaar. Zo vermijden we dat woningen alleen nog betaalbaar zijn voor mensen met ruime financiële middelen.”

 

Voor jobs aan het high end van de arbeidsmarkt kan het Turnhoutse terugvallen op grote spelers als Soudal, Carta Mundi, Miko en Janssen Pharmaceutica. Een nog te ontwikkelen deel van Veedijk wordt specifiek voor innovatieve of hoogtechnologische bedrijven bestemd. Technologie is ook het ordewoord in de OMC, de open manufacturing campus op de site van Philips Lighting, ruimte die door de verschillende reconversies van het bedrijf leeg kwam te staan en ter beschikking wordt gesteld aan innovatieve nieuwlichters. Die kunnen niet alleen de infrastructuur benutten, maar ook de knowhow en de productietechnologie die op de site aanwezig zijn. Hugo Meeus: “Voorlopig blijft de schaal beperkt, maar op termijn bieden initiatieven rond waterstoftechnologie, nieuwe batterijen, innovatieve types van motoren en dergelijke volop kansen.”

Eric Vos: “Wij trachten ook een band te smeden tussen de binnenstad en de bedrijven. Een eerder traditionele manier om dat te doen is het Speelkaartenmuseum, waar samengewerkt wordt met de innoverende spellenproducent Carta Mundi. Sinds een paar jaar organiseren we Ondernemend Turnhout, waarin we mede onder de vleugels van Voka Kempen bedrijfsleiders en bepaalde sectoren samenbrengen aan de hand van specifieke thema’s zoals onderwijs en zorg. Zo sporen we hen aan tot samenwerking.”

Niefhout

En dan is er het hoofdstuk wonen. Jaarlijks groeit de stad met 300 tot 500 inwoners, zodat de vraag naar nieuwe woningen reëel is. Eric Vos: “Wij zijn altijd zuinig omgesprongen met onze woonuitbreidingsgebieden. Dat biedt ons vandaag de gelegenheid om ze volgens duurzame principes te ontwikkelen, met aandacht voor verdichting, autoluwheid, publieke ruimte en zachte mobiliteit.”

Hugo Meeus: “Een paar jaar geleden hebben we een visie opgebouwd rond hoger bouwen in en rond de stad. Bewust hebben we niet gekozen voor een maximumhoogte voor heel de stad, maar voor een gebiedsgerichte opmaak van masterplannen, waarin de ontwerper een ontwikkelingsstrategie uitbouwt op basis van de plek en de rol van die plek voor de stad.”

Een belangrijke woonontwikkeling is Niefhout (‘nief’ is Kempisch voor nieuw), een onderdeel van de stationsomgeving, waarvoor via een Open Oproep de opmaak van het masterplan werd toegewezen aan B-architecten en het Amsterdamse Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur. Hugo Meeus: “De typische stationsomgeving met handel voor het station en zware industrie erachter ruimt plaats voor een mix van wonen en werken, met op termijn 600 zowel gestapelde als grondgebonden woningen, waarvan die laatste aansluiten bij de achterliggende tuinwijk. Werken krijgt hier bewust een plaats, want in het stadscentrum werken nog altijd meer mensen dan in de industriezones. Ook is er ruimte voor allerlei diensten en organisaties, met een klemtoon op zorg en levensbestendig wonen.”

 

In het nieuwe stadsdeel krijgt ook de zorgproeftuin Licalab (Living & Care Lab) een plek. Eric Vos: “Licalab is een testcentrum voor nieuwe technieken en concepten om ouderen langer zelfstandig of ondersteund thuis te laten wonen. Zorg is een centraal thema in de stad. Onze grootste werkgever is het ziekenhuis waar 1.800 mensen werken. Aan de Thomas More hogeschool richten de opleidingen zich sterk op nursing en op gezondheid in de brede betekenis. En we hebben natuurlijk een hele geschiedenis met Janssen Pharmaceutica.”

Warmtenet

Totnogtoe zijn 150 woningen gerealiseerd van Niefhout. Met de NMBS wordt gepraat over een ondergrondse doorgang voor fietsers en voetgangers, zodat de band met de stad optimaal zal zijn. Apart is verder dat hier het eerste warmtenet van de Kempen in werking is onder de noemer SLIM Turnhout, wat staat voor ‘stedelijk leven intelligenter maken’. Hugo Meeus: “De bedoeling is dat in alle grote projecten een warmtenet wordt geïncorporeerd, zodat alles op elkaar kan worden aangesloten. In eerste instantie werkt het warmtenet in Niefhout op gas en pellets, maar op termijn kan de voeding veel meer verspreid gebeuren, bijvoorbeeld vanuit geothermische boringen. Janssen Pharmaceutica wil een boring uitvoeren, en ook in het noorden van de stad worden mogelijkheden onderzocht.”

“Bewust hebben we in onze hoogbouwvisie niet gekozen voor een maximumhoogte voor heel de stad, maar voor een gebiedsgerichte opmaak van masterplannen, waarin de ontwerper een ontwikkelingsstrategie uitbouwt op basis van de plek en de rol van die plek voor de stad.”

 

Eric Vos: “We hebben met de energiedistributiemaatschappij afgesproken dat het warmtenet voor de gebruiker niet meer mag kosten dan een traditionele aansluiting op het aardgasnet. We hebben als stadsbestuur een waarborg ingebouwd voor de vollooptijd van het volledige project, want uiteraard moet de basisinfrastructuur al klaar zijn voor de eerste 150 woningen. Maar de berekeningen van Eandis tonen aan dat het los daarvan een zelfbedruipend project is.”

Hugo Meeus: “Uit onze calculaties voor een ander woonproject blijkt eveneens dat het warmtenet voor de ontwikkelaar en voor de gebruiker niet relevant veel meer kost dan een gewoon aardgasnet, op voorwaarde dat de warmtebron goed geregeld is. Bovendien neem je bij de individuele gebruikers heel wat zorgen weg. Wij vragen veel van ontwikkelaars. Duurzaam wonen omvat voor ons bijvoorbeeld ook een sociale mix, een maatschappelijke kwaliteit waarvoor wij indien nodig dwingend aansturen op samenwerking met de sociale huisvestingsmaatschappij De Ark. Om te zien hoe ver wij kunnen gaan in onze eisen, rekenen wij achter de schermen altijd mee met de ontwikkelaar. Zo vermijden we dat woningen alleen nog betaalbaar zijn voor mensen met ruime financiële middelen.”

Groene vingers

Via het principe van de groene vingers tracht de stad ook de brug te slaan tussen nieuwe woonprojecten en de stadskern. Een mooi voorbeeld daarvan is Heizijdse Velden, een woonproject boven het kanaal ten noorden van de stad, waar de komende decennia circa 2.500 woongelegenheden zullen verrijzen en een nieuw landschapspark gestalte krijgt. Eric Vos: “We willen hier wonen aan het water koppelen aan zowel de stedelijkheid ten zuiden van het kanaal als aan het noordelijker gelegen, 600 ha groot natuurgebied rond de Klein Engelandhoeve. Eerst hebben we in 2012, in samenspraak met de provincie Antwerpen die sterk inzet op fietstrajecten en -knooppunten, een nieuwe fietsbrug over het kanaal gerealiseerd die uitgeeft vlak achter het station en die intussen jaarlijks door 450.000 fietsers wordt gebruikt. In samenwerking met de ontwikkelaar van een eerste woonproject hebben we een start van een groene vinger gemaakt van bijna 4 hectaren waarin de stadsboerderij is ondergebracht, zodat mensen al kunnen proeven hoe het wonen hier zal smaken. Intussen is een volgende verkavelingsaanvraag voor circa 500 woningen in voorbereiding. Die moet weer bijna 4 hectaren van de groene vinger realiseren. Deze plek zal ongetwijfeld de jonge gezinnen aanspreken die we naar de stad willen halen. Voor de huidige centrumbewoners is het ook een aangenaam verhaal, omdat ze nu gemakkelijker kunnen doorsteken naar het nieuwe stadspark in het noorden. Dat principe van de groene vingers willen we ook elders in de stad voelbaar maken. In 2016 heeft ons dat een zilveren medaille opgeleverd in de Entente Florale Europe, een competitie die de aanwezigheid van groen en ecologische engagementen evalueert en zo bepaalt hoe aangenaam het wonen is in de deelnemende steden en gemeenten.”

Door Colette Demil en Staf Bellens

Werkgebouwen: Stramien cvba.