TOOLS & BEROEPSPRAKTIJK
Dimension 64 – mei 2022
Specialist: tools en beroepspraktijk
Geld lenen aan je vennootschap: wat zijn de fiscale gevolgen?
Heeft je vennootschap extra financiering nodig, dan zijn er uiteenlopende opties: aankloppen bij een bank, investeerders zoeken, een kapitaalsverhoging... Maar je kunt als vennoot ook zelf privégeld lenen aan je zaak. Dat je dan slechts 30% roerende voorheffing betaalt op de interesten die je vennootschap je terugbetaalt, is een duidelijk voordeel. Al moet je wel rekening houden met enkele fiscale valkuilen.
Uiteraard heb je goede redenen voor je lening, en zal je je lening niet gratis verstrekken. Hoeveel rente je mag vragen aan je vennootschap, hangt echter af van enkele parameters: de financiële situatie van je zaak, het al dan niet achtergesteld zijn van de lening, enzovoort.
Rente-inkomsten of dividenden?
Interesten die je ontvangt, zijn roerende inkomsten belast aan 30%. In de regel wordt die belasting ingehouden door je vennootschap door de zogenaamde roerende voorheffing. Die is ‘bevrijdend’: je hoeft de interesten niet meer aan te geven in je aangifte van de personenbelasting. Voor je vennootschap zijn de interestbetalingen aftrekbare kosten.
Die voordelen verdwijnen echter gedeeltelijk als de fiscus je rente-inkomsten ‘herkwalificeert’ als dividenden. Ook hierop bedraagt de roerende voorheffing 30%, maar dividenden zijn geen aftrekbare beroepskosten voor je vennootschap. In dat geval zal je zaak dus meer vennootschapsbelasting moeten betalen.
Wanneer vindt een herkwalificatie plaats?
Een herkwalificatie kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Ten eerste moet de lening komen van jou als aandeelhouder of bedrijfsleider eerste categorie (bestuurder of zaakvoerder), of van je echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende partner of minderjarig kind. Daarnaast moet het gaan om een ‘overdreven’ lening of interestvoet. Dat kan in twee gevallen:
- Het tarief van de gestorte interesten overschrijdt de op de markt toegepaste rentevoeten.
- Het totale leenbedrag is hoger dan de som van het fiscaal gestort kapitaal bij het einde van het boekjaar en de belaste reserves bij het begin van het boekjaar.
Opgelet! De grenzen zijn van toepassing op alle ‘vorderingen’ op de vennootschap. Ze zijn niet (meer) beperkt
tot voorschotten of geldleningen. Indien je bijvoorbeeld iets verkoopt aan je vennootschap met uitstel
van betaling, dan moet je die grenzen op die openstaande vordering ook respecteren.
Nieuwe definitie van marktrente
Sinds 2020 is er een nieuwe definitie van marktrente voor intresten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd (met uitsluiting van bepaalde intrest-betalingen tussen verbonden ondernemingen). Die marktrente is gelijk aan die de Belgische MFI-rente van de maand november van het voorgaande jaar verhoogd met 2,5%. De marktrente bedraagt zo 4,07% voor het jaar 2022.
Voor andere leningen blijft de vroeger definitie gelden, namelijk de intrestvoet die men zou moeten betalen voor een soortgelijke termijnlening bij een onafhankelijke kredietverstrekker, rekening houdend met de financiële toestand van de vennootschap, de looptijd van de lening, de waarborgen enzovoort.
Een voorbeeld: gedeeltelijke herkwalificatie
Je vennootschap heeft bij het begin van het boekjaar 8.000 euro aan belaste reserves, en op het einde van het boekjaar een werkelijk gestort kapitaal van 24.000 euro. Als vennoot sta je een rekening-courant voorschot toe van 48.000 euro, aan een rente van 4,07%. Die rente is gelijk met de wettelijk bepaalde marktrente voor het jaar 2022.
Eerste grens: OK, geen herkwalificatie.Tweede grens: (48.000 euro – 32.000 euro) x 4,07% marktrente = 651,20 euro boven het totale leenbedrag. Totaal: 651,20 euro aan interesten zal in een dividend worden geherkwalificeerd.Speciaal geval: meerdere bedrijfsleiders lenen
Lenen meerdere bedrijfsleiders geld aan de vennootschap, dan is het de som van alle voorschotten die in aanmerking komt voor de tweede grens. Een voorbeeld: je vennootschap heeft bij het begin van het boekjaar 14.000 euro aan belaste reserves, en op het einde van het boekjaar een werkelijk gestort kapitaal van 24.000 euro. Vennoot A geeft een voorschot van 26.000 euro en vennoot B van 20.000 euro, aan een rente van 4%. Die rente ligt onder de marktrente van 4,07% voor het jaar 2022.
Eerste grens: OK, geen herkwalificatie.Tweede grens: (46.000 euro –38.000 euro) x 4% marktrente = 320 euro aan interesten zal in een dividend worden geherkwalificeerd. Dit dividend zal vervolgens proportioneel verdeeld worden over de ontleners.Met andere woorden, het gedeelte van de interesten dat geherkwalificeerd wordt tot een dividend bedraagt dus euro 320 en is geen aftrekbare kost voor de vennootschap. De herkwalificatie heeft dus tot gevolg dat je vennootschap meer vennootschapsbelasting zal moeten betalen.
Rani Van Lysebeth
Junior tax advisor kenniscentrum SBB Accountants & Adviseurs
Foto Mathieu Stern - Unsplash