PROJECT IN DE KIJKER
Dimension 57 – september 2020
Goederenstation vervelt tot stad in pocketformaat
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-

De houten paviljoenen staan los van de structuur, zodat de verschillende materialen probleemloos kunnen krimpen en uitzetten. (© Extensa)

Trappen en passerelles verbinden de paviljoenen en doen meteen dienst als vluchtweg. Voor de brandveiligheid mochten ze uitzonderlijk open blijven. (© Extensa)

Detail van de driescharnierspanten. (© Extensa)

Detail van een hal. (© Extensa)

Duizelingwekkend zicht richting het dak van de hal, waar nieuwe lichtstraten werden gestoken die mee instaan voor de ventilatie en de rookafvoer. (© Extensa)

In de zuidelijk georiënteerde gevel zitten BIPV geïntegreerde zonnepanelen. (© Extensa)

Het houten onderdak bleef nagenoeg volledig bewaard. Het werd geïsoleerd, waarna het dak een nieuwe afwerking in sandwichpanelen kreeg. De driescharnierspanten hebben een overspanning van 26 meter. (© Extensa)

Het masterplan voor Thurn & Taxis, met naast Gare Maritime woontorens en aangrenzend een park. (© Extensa)

Impressie van het heringerichte Gare Maritime, met de open centrale hal met de aansluitende groene wandelboulevards. De nieuwe paviljoenen zijn ondergebracht in de buitenste hallen. (© Extensa)

Aan de zijde van de Picardstraat leunt Gare Maritime aan tegen het Hôtel de la Poste (rechts), dat werd gerenoveerd en ter beschikking staat voor evenementen en feesten. (© Extensa)

Impressie van het park en de woontorens die op termijn gepland zijn naast Gare Maritime. (© Extensa)

Rendering van de heringerichte hallen. (© Extensa)

Gevelaanzicht aan de Picardstraat. (© Extensa)

Snede van de hallen. (© Extensa)
PreviousNext
De schatkamer die de site Thurn & Taxis voor Brussel vormt, blijft juwelen spuien. Het nieuwste kleinood aan deze stedelijke kroon is de renovatie annex herinrichting van het goederenstation Gare Maritime tot een overdekte verzameling nieuwe paviljoenen in hout, waarin werken, winkelen en ontspannen een door groen omgeven en tegen de weersomstandigheden beschutte plek krijgen.
Een mastodont, zo mogen we het goederenstation zonder overdrijven beschrijven. Met een lengte van 276 meter, een breedte van 138 meter en een oppervlakte van circa 40.000 m² neemt Gare Maritime een prominente plaats in op de site van Thurn & Taxis. Het complex, aanvankelijk geconcipieerd voor de overslag en taxatie van goederen, omvat drie hoofdbeuken met een vrije hoogte van 23 meter onder de hoogste overkapping. Deze drie hallen worden van elkaar gescheiden en aan de buitenzijde afgeboord door vier lagere perronhallen met een spanwijdte van 13 tot 18 meter.
Het geheel werd tussen 1902 en 1908 gerealiseerd onder leiding van spoorwegingenieur Frédéric Bruneel en de architecten Constant Bosmans en Henri Vandeveld en mocht in die tijd de titel van het grootste goederenstation in Europa opeisen. Ronduit verbluffend is de dragende structuur die grotendeels bestaat geklinknagelde vakwerkliggers, versierd met bloemornamenten in vroege art-nouveaustijl. Vooral de driescharnierspanten met een overspanning van 26m stelen de show.
Met de totstandkoming van de Europese douane-unie verviel stilaan de oorspronkelijke functie van het gebouw. De NMBS gebruikte het nog een tijd als onderhoudsatelier, tot het uiteindelijk leeg kwam te staan. Toen ontwikkelaar Extensa de site Thurn & Taxis verwierf, verkeerde het complex in een precaire staat. De ontwikkelaar besliste de metalen draagstructuur, het zinken dak en de gevels van het gebouw te renoveren en het geheel intern een andere bestemming en een daarop afgestemde nieuwe inrichting te geven.
Megarenovatie
De eerste fase, de renovatie van de buitenschil en de structuur, ging van start in 1996 en werd uitgevoerd door Jan De Moffarts Architecten (JDMA) en Bureau Bouwtechniek, geassisteerd door Ney & Partners voor de stabiliteit, studiebureau Boydens voor de technieken, F.P.C. Brandbeveiliging en VUB-professor Inge Bertels voor het bouwhistorisch onderzoek. Gezien de omvang van het gebouw ging het om een immense operatie, te meer daar vroegere ingrepen het uitzicht en de ornamentiek van de kop- en zijgevels en een groot deel van de versieringen in de structuur hadden aangetast.
In overleg met de stabiliteitsingenieur besloten de architecten om de structuur die in relatief goede staat verkeerde, te renoveren en waar nodig te herstellen, zonder hem in de oorspronkelijke toestand te restaureren. De staalstructuur werd gezand- of gewaterstraald en daarna gelakt. Enkele beschadigde en gecorrodeerde delen in de achtergevel en onder de goten werden vervangen door nieuw gelaste elementen en de stalen kolommen ondergingen een vlamvertragende behandeling.
Het historische houten onderdak, een warme blikvanger die rust op de elegante bogen, werd gezandstraald en waar nodig ter plaatse hersteld. Het dak, goed voor een oppervlakte van 35.000 m², kreeg een nieuwe bekleding met sandwichpanelen om de milieu-impact van het project te beperken. Meteen werden ook alle goten, goed voor een totale lengte van ruim vijf kilometer, gerenoveerd.
Huidtransplantatie
De huid werd vernieuwd en aangepast aan de hedendaagse normen. De gevels werden voor een aanzienlijk deel gestript. Het gevelmetselwerk, het cementpleisterwerk en bepaalde art-deco-elementen werden hersteld, er werden kolommen en balken in architectonisch beton geplaatst en de hal met een volume van ruim 300.000 m³ werd luchtdicht gemaakt. Om tegemoet te komen aan de vereisten inzake rookafvoer en ventilatie, werden in de gevels en het dak mechanisch te bedienen ramen geïntegreerd. Van deze ingreep maakten de ontwerpers gebruik om het uitzicht van de gevels bij te sturen en aluminium buitenschrijnwerk te plaatsen. Eén kopgevel kreeg met behulp van elders in het gebouw gerecupereerde blauwe hardsteen opnieuw zijn oorspronkelijke grandeur. Om de zijgevels in orde te brengen en waar nodig te beantwoorden aan de epb-reglementering, werden nieuwe gevelstenen vervaardigd in hetzelfde formaat en dezelfde vormgeving als die van het oorspronkelijke gevelmetselwerk. Tot slot stemden de ontwerpers de aslijnen in het gebouw af op de circulatielijnen op de site.
Verbluffend houtbouwproject
De tweede fase, die gedeeltelijk overlapte met de eerste, behelst de inbreng van twaalf compacte nieuwbouwvolumes die voldoen aan de hoogste energetische eisen en los staan van de oorspronkelijke constructie. Voor het ontwerp tekende NeutelingsRiedijk Architecten, bijgestaan door Bureau Bouwtechniek. JDMA trad hier op als adviseur erfgoed. De nieuwe paviljoenen kregen een plek in de twee buitenste hoofdbeuken en de buitenste perronhallen. Ze hebben elk een eigen voordeur, wat de schaal van het geheel verkleint, maar zijn wel verbonden met passerelles en trappen die meteen dienst doen als vluchtweg. Het modulaire grid waarin de paviljoenen zijn opgebouwd, is afgestemd op de ritmiek van de stalen kolommen. Daglicht stroomt binnen via boogramen in de zijgevel. Op het gelijkvloers herbergen de paviljoenen retail en horeca en op de drie verdiepingen kantoren en ateliers, in totaal goed voor een vloeroppervlakte van circa 35.000 m². In principe kunnen de paviljoenen later weer worden weggenomen, want ze zijn volledig vervaardigd in FSC-gecertificeerd hout.
De structuur in vurenhout CLT bestaat uit balken, kolommen en vloeren waarop via schroefverbindingen gelijmde gelamineerde ribben werden gemonteerd, waarin plaats is voor kabels. Voor de ondersteuning van de kolommen in het midden van de overspanning staan telkens vier balken in hoogwaardig gelamineerd fineerhout in, die een grotere sterkte en stijfheid hebben. De verbinding gebeurde hier met geperforeerde stalen HSK-platen, die in het hout worden gefreesd en met epoxyhars worden verlijmd om ervoor te zorgen dat ze volledig onzichtbaar zijn, wat meteen ook de brandveiligheid ten goede komt. Dezelfde voegen werden gebruikt voor de houten trapbomen. Voor de afwerking van de interne gevels viel de keuze op Europese eik. Met een volume aan hout van maar liefst 10.000 m³ vormt dit meteen een van de grootste houtbouwprojecten in Europa.
Omdat de dragende structuur een geheel vormt en op een andere manier krimpt en uitzet dan de houten paviljoenen, moesten alle stalen kolommen volledig vrij worden gehouden, ook in de vloerplaat van de paviljoenverdiepingen. Dat bracht heel wat hoofdbrekens met zich mee aangaande de akoestische isolatie en brandveilige doorgangen, waarvoor maatwerkoplossingen noodzakelijk waren. Bij gebrek aan een betonnen dekvloer werden de houten vloeren extra zwaar gemaakt om een massa te bekomen die bijdraagt tot de akoestische prestaties.
Uitgekiende aanpak
De middelste grote hal en de aangrenzende, kleinere zijhallen werden bewust open gehouden zodat de originele uitstraling intact bleef en er een grote boulevard tot stand kwam, aan weerszijden afgeboord met bomen en beplanting. De centrale open ruimte, bestraat met kasseien die elders werden gerecupereerd en werden afgeplat tot straatstenen, leent zich perfect voor evenementen. Dwarsstraatjes tussen de paviljoenen en pleintjes maken van het geheel een overdekte stad waarin het wisselen van de seizoenen intens voelbaar is maar “waar het nooit regent”, zoals de architecten het formuleren. Technische elementen zoals de sprinklersystemen en de verlichting werden onopvallend geplaatst, onder meer om het zicht op de structuur van de hallen niet aan te tasten.
Om oud en nieuw perfect op elkaar af te stemmen werd met laserscans een 3D puntenwolk gemaakt van de bestaande structuur en werd alles volledig in BIM gemodelleerd. De BIM modellen voor architectuur en voor technieken kwamen goed van pas om mogelijke aansluitingsdetails van het houten schrijnwerk op voorhand te evalueren. Zo konden knelpunten tijdig worden geïdentificeerd en faalkosten tot een minimum beperkt, gezien alle houten elementen op voorhand in de fabriek werden vervaardigd. Voor de planning en de leveringen werden de LEAN-principes gehanteerd.
Klemtoon op duurzaamheid
Ook wat duurzaamheid betreft, kan Gare Maritime stevige troeven voorleggen. De bestaande elementen bleven in de mate van het mogelijke behouden en heel wat materialen – kasseien, spoorwegbiels, blauwe hardsteen, betonplaten – werden gerecupereerd voor de centrale hal en de landschapsaanleg. De paviljoenen in nagroeibaar hout zijn dankzij hun modulaire opbouw flexibel inzetbaar en demonteerbaar. Voor de aan- en afvoer van grond en materialen werd indien mogelijk gebruik gemaakt van transport via het water.
De niet geklimatiseerde hallen behouden dankzij de isolatie en de natuurlijke ventilatie via de geautomatiseerde dak- en gevelopeningen het grootste deel van het jaar een gematigde temperatuur en matigen tegelijkertijd de warmteverliezen van de paviljoenen naar hun ‘buiten’omgeving. De paviljoenen worden verwarmd en gekoeld met KWO via tien boorputten van 150 meter diep. Een open bronsysteem voedt de geothermische ringleiding waarlangs het systeemwater circuleert. De koeling gebeurt passief via klimaatplafonds en adiabatische koeling (verdamping van water). Voor de verwarming zijn individuele warmtepompen aangesloten op de ringleiding.
Het project herbergt 10.000 fotovoltaïsche panelen die een oppervlakte van 17.000 m² beslaan, wat een productie van 3.000 MWh/jaar vertegenwoordigt. In de zuidelijk georiënteerde gevels zitten Building Integrated Photovoltaic (BIPV) elementen. De dynamische beglazing in de zijgevels past zich automatisch aan de zonnesterkte aan om de lichtinval te regelen, en maakt dat er geen additionele zonwering nodig is die het uitzicht van het gebouw alleen maar zou aantasten. Twee regenwaterreservoirs van 1.300 m³ leveren water voor de toiletspoeling, de beplanting en de adiabatische koeling. Daarmee is Gare Maritime terdege voorbereid op de toekomst.
Door Colette Demil en Staf Bellens
Technische fiche
Opdrachtgever: Extensa
Programma: kantoren, retail, horeca, publieke evenementen
Hoofdaannemer: MBG
Architect renovatie hallen: JDMA i.s.m. Bureau Bouwtechniek
Architect nieuwbouwpaviljoenen: NeutelingsRiedijk Architecten i.s.m. Bureau Bouwtechniek en JDMA (advies erfgoed)
Studiebureau stabiliteit: Ney & Partners
Studiebureau technieken en epb: Boydens engineering
Duurzaamheid: Boydens engineering en BOPRO
Veiligheidscoördinatie: BOPRO
Akoestiek: Venac
Brandveiligheid: F.P.C. Brandbeveiliging
Landschapsarchitectuur: Omgeving
K-peil / energieklasse / E-peil: Passief Brussel
Certificering: Passief Brussel en BREEAM Excellent