ARCHITOUR  
Dimension 80 – mei 2026

Architour: Kragstuhlmuseum - Lauenförde

Het Kragstuhlmuseum op de site van TECTA, ontworpen door Alison en Peter Smithson, is zonder twijfel een omweg waard.

Voorbij het New Brutalism

Enkele foto’s op sociale media hadden mijn aandacht gewekt. De eigenzinnige architectuur bleek een ontwerp van Alison (1928-1993) en Peter Smithson (1923-2003). Dat maakte het des te intrigerender, aangezien de vormentaal moeilijk te rijmen viel met hun bekendste werk als sleutelfiguren binnen het New Brutalism. De Smithsons zijn vooral bekend van projecten als de Economist Plaza, Upper Lawn – hun buitenverblijf uit de jaren 1960 – en uiteraard Robin Hood Gardens in Londen. De negatieve ontvangst van dat laatste project, een brutalistisch sociaal woningbouwcomplex, bleek echter nefast voor hun carrière in de publieke sector. Hun focus verschoof nadien naar theoretisch werk en kleinschaligere privéopdrachten. Een van die buitenlandse projecten was de woning van Axel Bruchhäuser, eigenaar van TECTA. Dit project vormde het begin van een samenwerking die zich verder ontwikkelde in de bedrijfsgebouwen van TECTA en uiteindelijk culmineerde in het Kragstuhlmuseum.

Een onwaarschijnlijke geschiedenis

Toen ik een lang weekend met de auto naar Berlijn plande, verscheen het Kragstuhlmuseum als een logische tussenstop op mijn route. Het museum ligt buiten de platgetreden paden, waardoor een bezoek enkel mogelijk is op afspraak binnen een tijdslot. Bij aankomst op een grijze donderdagochtend werd ik verwelkomd door Daniela Drescher, de directrice van het museum en echtgenote van de huidige bedrijfsleider Christian Drescher. Het Kragstuhlmuseum is het laatste architectuurproject van Peter Smithson (1923-2003). Het museum opende in september 2003, enkele maanden na zijn overlijden. In 2004 en 2007 werd telkens een extra hal bijgebouwd om de tentoonstellingsruimte uit te breiden. 
TECTA is een familiebedrijf, geworteld in een ondernemende traditie die vier generaties overspant. Axel en Werner Bruchhäuser, oom en grootvader van Christian Drescher, vluchtten in 1972 in het geheim uit de DDR, nadat zij eerder waren onteigend. Tot dan toe leidden zij het familiebedrijf PBS in Güstrow (Paul Bruchhäuser und Sohn), in Oost-Duitsland. Op die locatie werd eigentijds meubilair geproduceerd met tot wel 400 werknemers. In Lauenförde konden de twee vervolgens het reeds bestaande bedrijf TECTA overnemen van Hans Könnecke. Dit werd mogelijk gemaakt met financiële steun van de Faguswerke in Alfeld, het eerste gebouw ontworpen door Walter Gropius. Daar begon Axel zijn onderzoek naar origineel Bauhausmeubilair en kwam hij via dat werk in contact met Ati Gropius, de dochter van Walter Gropius.

De Kragstuhl

Het museum focust op een van de meest markante modernistische stoeltypologieën: de Kragstuhl, in het Engels “cantilever chair”, die zich moeilijk eenduidig in het Nederlands laat vertalen. In een commerciële context wordt vaak de term “sledestoel” gebruikt; “zweefstoel” komt minder vaak voor, terwijl “achterpootloze stoel” de duidelijkste en meest prozaïsche benaming is. De Duitse en Engelse woorden verbeelden de constructie het best, met hun verwijzing naar de uitkraging – een uitgesproken architecturaal principe. Misschien benadert “vrijdragende stoel” dit nog het best. 
Het type stoel werd ontwikkeld in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hoewel het onmogelijk blijft te achterhalen wie de eerste vrijdragende stoel ontwierp, beslechtte Mart Stam eind jaren twintig een patentgeschil in zijn voordeel tegenover Marcel Breuer voor de Duitse rechtbanken. In het Kragstuhlmuseum zijn tientallen iteraties van de vrijdragende stoel te zien, naast heel wat andere iconische stoelen en een ruime selectie meubilair van Jean Prouvé en de Smithsons. De indrukwekkende collectie, die 500 stukken bevat, waarvan er 350 tentoongesteld worden, is op zich al voldoende reden voor de omweg. Bovendien wordt de designgeschiedenis van de stoelen rijkelijk gedocumenteerd. Tijdens mijn bezoek kreeg ik een iPad mee, waarmee ik info, foto’s en video’s kon bekijken. Je kan er gerust enkele uren in de designgeschiedenis van de voorbije 100 jaar grasduinen.

Paviljoenen en productiehal

De tentoonstellingspaviljoenen huisvesten achtereenvolgens de geschiedenis van de vrijdragende stoel, de collecties van Prouvé en de Smithsons en andere ontwerpers, en tenslotte een showroom met stukken die TECTA op vraag produceert. Een verzonken spoor voor transportkarren verbindt de paviljoenen en verwijst expliciet naar het productieproces, met een informatiekar die in de sporen schuift. Een klein welkomstpaviljoen vervolledigt het ensemble. Peter Smithson trok de skeletstructuur – inclusief windverbanden – naar buiten, verlengde de kolommen en bekroonde ze met balancerende modellen van de bekende stoelen. In de ramen zien we honingraatmotieven terugkomen. De glanzende hoge dakrand weerspiegelt de omgeving. Binnenin is alle structuur wit geschilderd. De focus ligt op de objecten en de relatie tussen binnen en buiten. De patio’s tussen de paviljoenen zijn als buitenkamers vormgegeven.
Na mijn bezoek aan het museum nam Daniela me mee, langs het Wewerka-paviljoen, dat Stefan Wewerka ontwierp voor Documenta 8 in Kassel, naar de productiehal waar de Smithsons op verschillende plekken in de kantoor- en werkruimtes intervenieerden. In een lange gang zijn archiefstukken, foto’s en tekeningen opgehangen die getuigen van de vele contacten en samenwerkingen van Axel Bruchhäuser met bekende Bauhausontwerpers. 
Wanneer we op de binnenkoer stappen om naar een toren van de Smithsons te kijken – een houten constructie die om de zoveel tijd heropgebouwd moet worden, geschilderd in dezelfde markante gele kleur waarmee de andere interventies leesbaar zijn – komt Axel Bruchhäuser even zijn kantoor uit om gedag te zeggen. Ik druk kort mijn appreciatie uit voor de ongelooflijke collectie en zijn eigen woning en weg is hij. Wat een onwaarschijnlijke plek.

Tekst en foto’s: ir.-arch. Arnaud Tandt

Meer informatie >