In de Lokerse wijk Spoele gaan kinderen na schooltijd sinds kort opnieuw naar de kerk. De modernistische Sint-Jozefkerk, door omwonenden beschouwd als een ankerpunt in de omgeving, werd er herbestemd als buitenschoolse kinderopvang. Het Gentse architectenbureau Bressers Architecten bracht licht en lucht in het gebouw en maakte het met gerichte ingrepen klaar voor de toekomst.
De Sint-Jozefkerk in Lokeren werd ontworpen door architecten Victor Laureys en Willy Dierick en ingewijd in 1978. Exact veertig jaar later werd het modernistische kerkgebouw met zijn kenmerkende architectuur aan de eredienst onttrokken en door Stad Lokeren aangekocht. Hoewel het gebouw niet als monument beschermd of geklasseerd was, besloot de stad na overleg met de buurt om het te vrijwaren en een nieuwe bestemming te geven. Een behoefteonderzoek legde het programma vast op een kunstacademie en een buitenschoolse kinderopvang, waarvoor datzelfde jaar nog een architectuurwedstrijd uitgeschreven werd.
De opdracht was Bressers Architecten op het lijf geschreven. Oprichter Adrien Bressers maakte in de eerste helft van de vorige eeuw immers zelf naam met een rijk oeuvre aan onder meer nieuwbouwkerken; de voorbije decennia richtte het bureau zich hoofdzakelijk op de dialoog tussen erfgoed en hedendaagse architectuur, zichtbaar in een reeks complexe herbestemmingsprojecten. Het winnende wedstrijdontwerp vertoonde dan ook veel respect voor de ruimtelijke kwaliteiten van het oorspronkelijke kerkgebouw, al legde het volgens projectarchitect Laure Cornillie ook een cruciaal pijnpunt bloot: “Het programma was te groot voor het gebouw. Oorspronkelijk voorzagen we daarom nog een kleine uitbreiding, maar zelfs dan was de ruimtelijke indeling heel erg dens. Het siert Stad Lokeren dat ze het programma op dat moment hebben durven inperken en resoluut gefocust hebben op een kwalitatieve, buitenschoolse kinderopvang.”
Behoud en herinterpretatie
De nauwere afbakening van het programma leidde tot een uitgepuurde variant van het oorspronkelijke wedstrijdontwerp, ditmaal zonder uitbreiding en met een nog sterkere nadruk op de inherente ruimtelijkheid van het modernistische gebouw. De strakke geometrie van het grondplan werd behouden en zo min mogelijk verder opgedeeld. In de vierkante hoofdruimte van de kerk werd enkel een S-vormig meubel toegevoegd, dat verschillende speelzones creëert zonder de oorspronkelijke volumewerking te doorbreken of ruimtes te nauw af te bakenen. Het podium waar voorheen het altaar stond, werd ingericht als een kleuterzone en met een halfhoge glazen wand afgebakend. Zowel ruimtelijk als visueel blijven de binnenruimtes zo met elkaar verbonden.
Ten zuidoosten van het hoofdvolume werd de voormalige dagkapel, een oorspronkelijk lage, donkere en onregelmatige ruimte, opengebroken om een lichte en omsloten buitenruimte te creëren. De bestaande staalstructuur werd wel behouden, als getuige van het verleden, maar ook als functioneel element voor de bevestiging van schommels en andere speeltuigen. Ook elders werd ingezet op maximaal behoud van bestaande materialen: de houten dakstructuur, kenmerkende daklichten, baksteenmuren en karakteristieke betonelementen bleven allemaal gevrijwaard, en ook tegels en oorspronkelijke vloerbekleding werden zoveel mogelijk behouden of hergebruikt. Bestaande raampartijen werden waar mogelijk dan weer doorgetrokken tot vloerniveau, om zo extra licht tot in het gebouw te trekken.
“Het oorspronkelijke gebouw en de waardevolle elementen daarin vormden ons uitgangspunt”, vertelt vennoot Peter De Smet. “We hebben zoveel mogelijk materialen en modernistische ideeën trachten te vrijwaren en opnieuw te interpreteren, om zo tot een expressieve en speelse vormentaal te komen die uitnodigt tot spel en ontdekking. Dat gebeurt zowel in de volumewerking als in de materialiteit. Zo verwijzen de asymmetrisch opgedeelde raampartijen naar de onregelmatige geleding van de oorspronkelijke betonelementen, werden in de akoestische wandbekleding verticale strepen aangebracht om het vroegere houten latwerk op te roepen en gaven we het karakteristieke zadeldak een nieuwe bekleding in groene natuurleien. Die kleur refereert naar het oorspronkelijke groene tapijt in de kerk, maar dan in een lichtere tint om opwarming te beperken en dichter aan te sluiten bij de leefwereld van kinderen.”
Op kindermaat
“Ontwerpen voor kinderen vergt enkele specifieke aandachtspunten”, weet Laure Cornillie. “Dat begint bij de logica van de indeling en circulatie en eindigt bij het kleur- en materiaalgebruik. Om alles optimaal af te stemmen werd tijdens het ontwerp en de uitvoering daarom regelmatig overleg ingepland met de verschillende gebruikers. Zo werd er gekozen voor zachte en onderhoudsvriendelijke materialen zoals vinyl vloerbekleding en een sober en licht kleurenpalet waarin vooral de kinderen, het losse meubilair en allerhande speelelementen voor kleur zorgen.”
Een van de meer concrete uitdagingen in het project, was de toegangscontrole. Cornillie: “De toegang tot de buitenschoolse kinderopvang verloopt via de oorspronkelijke hoofdingang. Een automatische glazen schuifdeur scheidt de gang van de hoofdruimte, zodat niemand zomaar kan binnenwandelen, maar medewerkers wel zien wie er aan de deur staat. Zij kunnen de deur dan via een computer aan het S-meubel openen. Daarnaast moesten we echter ook rekening houden met een gedeeld gebruik. Naast de ingang ligt immers een polyvalente ruimte die zowel door de kinderopvang zelf als door lokale vzw’s of andere externen gebruikt kan worden. Een slimme inplanting en extra toegang zorgen dat beide functies wanneer nodig volledig van elkaar gescheiden kunnen worden.”
Het akoestisch comfort in de ruimte was een ander pittig vraagstuk. Hoewel de specifieke vormgeving van het dak voor een relatief goede basis zorgde, was er in de hoge, open ruimte duidelijke nood aan extra ingrepen. De houten dakstructuur werd akoestisch ingepakt en de wanden bekleed met akoestische panelen en, boven de buitenramen, een extra bekleding in houtwol. “De akoestische panelen konden probleemloos toegepast worden op de verticale wanden, maar voor de hellingsgraad van het dak was er initieel nog geen brandattestering”, vertelt De Smet. “Daarvoor moest een nieuw traject opgestart worden bij het Instituut voor Brandveiligheid (ISIB). Zij zorgden gelukkig op korte termijn voor de nodige testen en attesteringen, waardoor het materiaal nu ook op hellende binnenwanden toegepast mag worden.”
Duurzame details
Het feit dat de Sint-Jozefkerk in Lokeren niet als monument beschermd was, gaf het team van Bressers Architecten alvast meer vrijheden dan het in andere restauratie- en herbestemmingsdossiers gewend is. Tegelijk legde het hen echter ook strengere eisen op. Op vlak van duurzaamheid en techniek moest het project immers aan alle geldende normen van een ingrijpende energetische renovatie voldoen. Daartoe werden zowel de daken als de buitenwanden uitgebreid geïsoleerd, kregen de buitenramen nieuw houten schrijnwerk en een dubbele, zonwerende beglazing, werden de twee bandramen in het hellend dak vervangen door nieuwe aluminium exemplaren met dubbele beglazing en werd er ingezet op regenwaterrecuperatie en -hergebruik voor toiletspoeling. De binnenruimtes zijn voorzien van vloerverwarming en er werd een nieuwe luchtgroep geplaatst met warmterecuperatie en naverwarming via CV-batterij.
Opvallend is vooral hoe naadloos de diverse technieken geïntegreerd zijn. Met uitzondering van een enkel, wit rond luchtkanaal aan beide zijden van het hoofdvolume, is van de diverse ingrepen weinig tot niets zichtbaar. Cornillie: “Voor de aansturing en zonering van de vloerverwarming konden we handig gebruikmaken van de bestaande kruipkelder. Om het aanzicht van het gebouw niet te verstoren - een belangrijke premisse voor zowel onszelf als de buurt - kozen we er verder voor om de luchtgroep niet op een van de platte daken, maar wel langs een blinde muur aan de zijde van de spoorweg te plaatsen. Daarnaast besteedden we veel aandacht aan de detaillering. Over ieder bouwdeel werd nagedacht en elke beslissing werd voorafgegaan door uitgebreid onderzoek, zowel in archieven als op het terrein. Dat zorgde er tevens voor dat we op de werf zelden tot nooit voor verrassingen kwamen te staan.”
De combinatie van technische en ruimtelijke ingrepen zorgt voor een heractivatie van het voormalige kerkgebouw die volgens de architecten nog lang in de toekomst zal doorwerken. De Smet: “De gebouwschil staat volledig op punt, de technieken zijn gezoneerd, het sanitair zit op een logische plaats en de indeling is gericht op flexibel ruimtegebruik en eenvoudige demontage of herinrichting. Zelfs wanneer er in de toekomst opnieuw sprake zou zijn van herbestemming, zijn er weinig ingrepen die een nieuwe functie in de weg staan. En dat met behoud van de erfgoedwaarde.”
Ankerpunt in omgeving
Van meet af aan werd het herbestemmingsproject gekenmerkt door een dialoog met de buurt. Zowel het oorspronkelijke participatietraject van Stad Lokeren om de lijnen van het project uit te zetten als de meer concrete overlegmomenten met partners en gebruikers in de ontwerp- en werffase leidden tot een grote gedragenheid, een ruimere visie op het kerkgebouw en de uiteindelijke beslissing om in een bijkomende opdracht ook de omgeving opnieuw aan te leggen. Waar voorheen een typische, verharde speelplaats lag, afgebakend door een muur van containerklassen, ontwierp Bressers Architecten een avontuurlijke, groene speelzone met hoogteverschillen, een gevarieerde beplanting, (klimaat)bomen, moestuinbakken en maar liefst drie wadi’s. Naast de integratie van onder meer enkele houten speelelementen en een blotevoetenpad, nodigt ook het kerkgebouw zelf aan de hand van klimblokjes op de bakstenen muren uit tot spel.
“De nieuwe buitenruimte kan gebruikt worden door zowel de buitenschoolse kinderopvang als de naastgelegen basisschool. Dit knoopt de site aan elkaar, zorgt voor een nieuwe dynamiek in de omgeving, en maakt van het kerkgebouw opnieuw een duidelijk ankerpunt in de buurt”, besluit De Smet.
Projectfiche
- Opdrachtgever: Stad Lokeren
- Architectuurontwerp: Bressers Architecten
- Landschapsontwerp: Bressers Architecten
- Hoofdaannemer: Pic Reno-decor
- Hoofdaannemer buitenaanleg: Hertens Infra
- Studiebureau stabiliteit: Tecclem
- Studiebureau technieken: STir
- Studiebureau akoestiek: Avitech Acoustics
- Oppervlakte BKO Spoele: 773 m2 interieur + 311 m2 buitenaanleg
- Oppervlakte Omgevingsaanleg: 3.243 m2
- Budget: € 1.854.503 (BKO Spoele) + € 369.533 (Omgevingsaanleg)
- Timing: 2018 - 2025
door Elise Noyez - foto's Studio Bourgeat