RUWBOUW  
Dimension 74 – november 2024

Akoestische renovatie: hoe presteren droogvloersystemen?

Voor de demping van contactgeluiden voorzie je doorgaans een voldoende zware zwevende dekvloer. Bij renovaties vormen droogvloersystemen mogelijk een interessant alternatief. Die zijn relatief licht, dun en eenvoudig te installeren zijn. Maar voor een toereikende akoestische bescherming moet je courante woningscheidende droogvloersystemen op houtgebaseerde draagvloeren wel steeds combineren met een verzwarende laag en een verlaagd plafond.

Redactie: L. De Geetere, Buildwise

Samenstelling en werking

Droogvloersystemen bestaan uit één of meerdere plaatmaterialen op een soepele laag. Vaak zijn deze systemen verkrijgbaar in de vorm van draagbare vloerelementen waarbij de verschillende lagen fabrieksmatig op elkaar verlijmd worden. In dat geval combineren aanbieders meestal vezelversterkte gipsplaten met een soepele laag uit minerale wol, houtvezelisolatie, vilt of EPS. Daarnaast kunnen ook andere plaattypes (bv. op basis van hout) gecombineerd worden met soepele lagen uit andere vezelachtige materialen, gerecycleerde vlokkenschuimen, elastomeren …

De soepele laag werkt hierbij als een trillingsdempende veer tussen de droogvloerplaten en de draagvloer (met eventuele uitvullaag). Dit massa-veer-massa-systeem dempt de contactgeluiden beter naarmate de oppervlaktemassa’s van beide delen groter zijn en naarmate de verende laag soepeler is.

Courante akoestische prestaties

In het laboratorium worden de akoestische prestaties van droogvloersystemen doorgaans onderzocht door op een zware referentiebetonvloer en op een droogvloersysteem een proef uit te voeren met een standaardklopmachine en de reductie van het geluidsdrukniveau in de ruimte onder deze vloeren te meten. Deze gewogen reductie van het contactgeluidsniveau ∆Lw (in dB), die je vaak in technische brochures terugvindt, wordt wel enkel behaald op vergelijkbare zware massieve vloeren. Als je deze droogvloersystemen echter op lichtere vloeren toepast (zoals houten balkenvloeren en CLT-vloeren), kan de reductie van het contactgeluidsniveau gevoelig kleiner zijn (tot zelfs minder dan de helft) omwille van de lagere ondermassa.

In het schema vergelijken we de courante prestaties van droogvloersystemen bij vier basisvloertypes, voorzien van geprefabriceerde droogvloerelementen (geel) en eventueel uitgerust met een egaliserende (rood) of verzwarende (groen) uitvullaag. De rode lijnen geven de gewogen genormaliseerde contactgeluidsniveaus L’nT,w weer die volgens de norm NBN S 01-400-1:2022 voor woningen en het huidige normvoorstel voor kantoren niet overschreden mogen worden.

Uit deze grafiek blijkt dat de prestaties beter worden (dus lagere waarden) naarmate je dikkere (zwaardere) droogvloerplaten en dikkere (soepelere) tussenlagen toepast. Op massieve betonnen vloeren presteren soepele lagen uit minerale wol het best, gevolgd door houtvezelisolatie (-1 dB) en tenslotte vilt (-2 dB). Op lichte houtgebaseerde vloeren zijn de verbeteringen van deze drie materialen gelijkaardig. Harde schuimen zoals EPS of PU presteren het minst goed en zijn dan ook uitsluitend aanbevolen als je alleen een thermische renovatie beoogt (bv. bij zoldervloeren).

Bij de houtgebaseerde vloeren blijkt verder duidelijk dat droogvloersystemen enkel in aanmerking komen om woningscheidend gebruikt te worden in combinatie met een bijkomend akoestisch performant verlaagd plafond. Om te voldoen aan de laagfrequente laboratoriumeis uit de norm NBN S 01-400-1:2022 (niet weergegeven in de grafiek), zijn vaak verdere verzwaringen nodig in de vorm van uitvullagen of verzwarende plafondlagen.

Uitvullagen en vloerafwerkingen

Om zakkingen of oneffenheden van de draagvloer te compenseren of om leidingen te bedekken, kun je een laag egalisatiekorrels (bv. EPS-korrels) toevoegen vóór je het droogvloersysteem plaatst. Dit leidt tot beperkte bijkomende reducties, die meer uitgesproken zijn bij open houten vloeren. Bij houtgebaseerde draagvloeren kun je aanzienlijke verbeteringen realiseren met zand of zware korrels die uitgestort worden in een honingraatnet uit karton of kunststof.

Je kunt verschillende vloerafwerkingen op de droogvloerplaten aanbrengen: linoleum, (laminaat)parket, tegels en tapijt (op massieve basisvloeren een extra verbetering van zo’n 0 dB voor de eerste tot 5 dB voor de laatste). Bij houtgebaseerde draagvloeren is de variatie op deze extra verbetering echter veel groter en kan de vloerafwerking zelfs een negatieve invloed hebben, zeker bij harde vloerafwerkingen (zoals keramische tegels).

Verbetering van de luchtgeluidsisolatie

Tot slot geven we mee dat droogvloersystemen ook een positieve impact kunnen hebben op de luchtgeluidsisolatie (Rw) van de vloer, al zullen er in dit geval soms ook bijkomende voorzetconstructies op de aansluitende wanden nodig zijn om de flankerende geluidsoverdracht te beperken (zie Buildwise-artikel 2022/05.07).

De verbetering in luchtgeluidsisolatie (∆Rw) door toepassing van het droogvloersysteem is ook een stuk kleiner dan die in contactgeluidsisolatie (∆Lw). Zo blijft ∆Rw bij massieve vloeren en houtgebaseerde vloeren met akoestisch ontkoppeld plafond beperkt tot zo’n 5 à 7 dB (een vermindering met zo’n 10 dB komt subjectief neer op een halvering van het waargenomen geluid – een vermindering kleiner dan 3 dB is nauwelijks hoorbaar.). Bij CLT-vloeren kan ∆Rw groter worden, maar blijft deze gemiddeld toch 8 tot 11 dB kleiner dan ∆Lw. Enkel bij slecht presterende houten vloeren (zonder plafondplaat of met vast plafond) behoren ∆Rw en ∆Lw tot dezelfde grootteorde.

Dit artikel werd opgesteld in het kader van C-Tech, gesubsidieerd door Innoviris.