@HOME  
Dimension 73 – september 2024

“Het belang van een goede projectdefinitie kan niet overschat worden”

Frank Jaspers, Steven Kessels & Dieter Van Loon (Architectuur Depot)

In een voormalig drankendepot in de Maasmechelse deelgemeente Eisden werken vandaag een dertigtal creatievelingen samen. Onder de gedeelde noemer Depot bieden zij een diversiteit van creatieve en ondersteunende diensten, van architectuur en interieurvormgeving tot grafisch ontwerp, product design en zelfs archiefbeheer. Een ‘incubator’ noemen Frank Jaspers, Steven Kessels en Dieter Van Loon de plek ook wel. Zij legden met de oprichting van Architectuur Depot in 2010 en hun pertinent multidisciplinaire aanpak de basis voor het creatief huis.

Het ontstaansverhaal van Architectuur Depot is klassieker dan de huidige richting van het bureau doet vermoeden. Toen de zolderkamer van Frank Jaspers na vijftien jaar architectuurpraktijk en vijf medewerkers écht te klein was geworden, investeerde het team in een groter pand in Eisden-Dorp en kregen de langst dienende medewerkers – Dieter Van Loon en Steven Kessels – de kans om als vennoot in het bedrijf te stappen. Zinspelend op de voormalige functie van het nieuwe pand werd de naam Jaspers Architecten ingeruild voor Architectuur Depot. “In wezen fungeerden we toen nog als een eerder traditioneel architectenbureau, maar de ambitie om een uitgesproken multidisciplinaire hub te creëren was er al”, steekt Van Loon van wel. “Naarmate we bepaalde expertises in onze multidisciplinaire aanpak vaker aanspraken en verder uitbouwden, besloten we dan ook om ze in aparte bedrijven met elk een eigen bestuur onder te brengen. Zo heeft elke entiteit voldoende flexibiliteit om eigen monodisciplinaire opdrachten aan te nemen enerzijds en mee te werken aan projecten die over de verschillende disciplines heen lopen anderzijds. Architectuur Depot is slechts één entiteit in het geheel, zij het wel nog steeds de grootste en een belangrijke motor achter het verhaal.”

Breed perspectief

Het onderscheid tussen de verschillende disciplines en entiteiten binnen Depot is er evenwel vooral één op papier. Van Loon: “In het verleden kwamen we nog met de verschillende bedrijven apart naar buiten, maar tegenwoordig proberen we alles onder de overkoepelende naam te presenteren. Zo werkt het immers ook in de praktijk. Er zijn bijvoorbeeld geen aparte bureaus per bedrijf. Mensen uit verschillende disciplines zitten letterlijk door elkaar. Voor klanten is er ook maar één aanspreekpunt. Hoe wij de verschillende taken en deelopdrachten verdelen, is uiteindelijk hun zorg niet. Alles dat met plannen te maken heeft, bieden we met andere woorden vanuit één perspectief aan. Ook als daarvoor aanvullend externe partners zoals ingenieurs of EPB-verslaggevers aangetrokken moeten worden.”

“Kenmerkend aan onze aanpak is dat we elk project meteen vanuit een zo breed mogelijk perspectief bekijken”, vult Kessels aan. “Of een klant nu komt aankloppen bij Architectuur Depot of bij Interieur Depot … elke vraag wordt eerst uitvoerig en in de breedte geanalyseerd. We gaan na welke disciplines en adviesinstanties betrokken moeten worden, waar eventuele struikelblokken zitten en welke kosten daar tegenover staan. Je kan meteen beginnen tekenen en de klant een heel mooi plaatje voorleggen, maar als vervolgens blijkt dat het budget niet past, het ontwerp bouwtechnisch niet te realiseren is of tegen alle regels indruist, dan wordt bouwen een langzaam, duur en frustrerend proces of blijft een project misschien zelfs alleen op papier bestaan. Daarom proberen wij van meet af aan iedereen in het project te betrekken en staan we in voor de volledige coördinatie – wat eigenlijk een discipline an sich is – om in een zo recht en soepel mogelijke lijn naar de oplevering toe te kunnen werken. Op die manier slagen we er ook in om bij complexe projecten de moeilijke angels eruit te halen, zelfs wanneer een andere architect zijn tanden er eerder al op stuk gebeten heeft.”

“Het belang van een goede projectdefinitie kan niet overschat worden”, beaamt Jaspers. “Eigenlijk is het vreemd dat zo’n zaken tijdens de architectuuropleiding niet aan bod komen. Net zoals wij niet de juiste woordenschat hebben om bijvoorbeeld een ziektebeeld te omschrijven, hebben bouwheren geen taal om hun project te omschrijven. Maar een arts leert wel hoe hij van de beperkte omschrijvingen van een patiënt tot een diagnose en behandeling moet komen, welke vragen hij daarvoor moet stellen, enzovoort; een architect leert niet hoe hij van de vraag van een opdrachtgever tot een bouwprogramma moet komen. Het is precies daarvoor dat wij een systeem ontwikkeld hebben. Dat beheersen we inmiddels erg goed en we merken ook dat zowel private klanten als overheden er steeds meer oor naar hebben. We geven en onderbouwen van meet af aan een realistisch advies, en dat weten ze wel te appreciëren. Daarenboven wordt de multidisciplinaire aanpak, waarbij het volledige ontwerpteam vanuit één partij gecoördineerd wordt, in publieke opdrachten meer en meer een vereiste. Voor ons is dat een tweede natuur.”

Op zoek naar uitdaging

Een van de eerste projecten waarin alle entiteiten binnen Depot integraal aan bod kwamen, was de reconversie van het oud gemeentehuis van Eisden-Dorp tot de hoofdzetel van huisvestingsmaatschappij Maaslands Huis, nu WiL (Wonen in Limburg), in 2011. Van Loon: “Elke discipline die we hier in huis hebben, van projectdefinitie tot product design, heeft in dit project zijn aandeel gehad. Maar het raakt ook aan quasi alle velden en sectoren waarin we met Architectuur Depot actief zijn. Het gaat om de restauratie en verbouwing van een markant gebouw met op z’n minst een zekere erfgoedwaarde, er is sprake van zowel herbestemming als herinrichting en nieuwbouw en de opdracht omvatte tevens de bouw van een meer industriële loods en de opmaak van een stedenbouwkundig plan waarin een ruimer bouwblok bekeken werd, wat uiteindelijk dan weer geleid heeft tot extra investeringen en de latere realisatie van een huisvestingsproject met 32 wooneenheden.”

Het brede perspectief van Architectuur Depot vertaalt zich met andere woorden ook in een divers portfolio dat laveert tussen privaat en publiek, interieur en stedenbouw, klein- en grootschalig, nieuwbouw en erfgoed, wonen, werken, leren, zorgen, winkelen en ontspannen. “Louter economisch bekeken zorgt die diversiteit ervoor dat we goed bestand zijn tegen eventuele crisissen in de ene dan wel de andere sector,” vertelt Van Loon, “maar het belangrijkste criterium om voor een project te kiezen, is uiteindelijk of we er een uitdaging in vinden. Die kan liggen in de complexiteit van een bouwkundige ingreep, maar net zozeer in het vergunningstraject of de zoektocht naar een gepaste vormgeving. Hoe behoud je bijvoorbeeld de erfgoedwaarde van een monument, maar laat je ook toe dat er zich een nieuw programma in ontwikkelt? Hoe zorg je ervoor dat sociale woningen niet alleen maar ‘sociaal’ zijn omdat ze goedkoop zijn, maar ook effectief een sociale meerwaarde realiseren? Dergelijke vragen fascineren ons.”

Hoewel het orderboekje van Architectuur Depot sinds het ontstaan in 2010 en mede dankzij de specifieke aanpak stelselmatig meer en meer publieke opdrachten omvat, is er één uitdaging die het bureau niet zomaar, of althans niet onbezonnen, aangaat: de architectuurwedstrijd. “We moeten op z’n minst het gevoel hebben dat we een kans maken”, aldus Kessels. “Weten we dat we de juiste aanpak of terreinkennis hebben voor een project, zoals voor de herbestemming van kerken of de realisatie van de onthaalinfrastructuur voor drie toegangspoorten tot Nationaal Park Hoge Kempen, dan zullen we met veel plezier meedingen. Maar als we moeten concurreren met 25 andere bureaus of in een Open Oproep tegenover enkele ‘grote namen’ komen te staan, dan haken we af. Daar zijn we wel realistisch in.”

Geaard in de mijngrond

De projecten waarnaar Jaspers verwijst liggen niet toevallig, net zoals de hoofdzetel van Maaslands Huis en heel wat andere realisaties van Architectuur Depot, op een boogscheut van het architectenbureau in Eisden-Dorp. Jaspers: “Het is met een reden dat we ons hier gevestigd hebben. Terwijl architecten typisch naar de grote steden trekken, zochten wij heel bewust deze regio op. In wezen zitten we hier in een verstedelijkt gebied van grofweg 100 jaar oud. Eisden-Dorp ontwikkelde zich op nog geen vijftig jaar tijd van een kleine landbouwgemeenschap met 700 inwoners naar de uitvalsbasis van 7.500 mijnwerkers en hun gezinnen. Die impact was enorm. Neem daarbij de gevolgen van de mijnactiviteit op de waterhuishouding en het landschap, en je begrijpt dat we hier op heel complex en beladen terrein zitten. Dat is iets waarvoor we ons echt uitdrukkelijk willen engageren. Ik ben zelf een kind van de mijnstreek. Waarom zouden we in een grootstad aan de slag gaan die we van haar noch pluim kennen als er hier in onze eigen streek zoveel boeiende opportuniteiten liggen? Het belang van terreinkennis wordt nog al te vaak onderschat.”

Het engagement van Architectuur Depot uit zich in een brede waaier van kleine en grotere ingrepen met een historische en/of toeristische insteek, van de herbestemming van historisch panden tot horecagelegenheid of vakantiewoning tot de inrichting van een picknickplaats en een kruinenpad langsheen de Zuid-Willemsvaart. “Door de aanwezigheid van dat kanaal, dat op niveau moest blijven, kan je hier in Eisden beter dan eender waar ter wereld de gevolgen van de mijnverzakkingen zien. Sommige huizen staan vandaag twee verdiepingen lager dan een eeuw geleden. In plaats van daar enkel de nadelen van te zien, willen we er net een toegevoegde waarde aan geven. Het kruinenpad biedt bijvoorbeeld een bijzondere ervaring, waarbij je op het niveau van de dijk het pad op wandelt en vervolgens, zonder ook maar een meter te stijgen, tussen de kruinen van de bomen terechtkomt.”

Continuïteit

Toen Jaspers Kessels en Van Loon in 2010 vroeg om vennoot te worden, was dat mede om de bestuurstaken van het groeiende bedrijf over verschillende hoofden te verdelen. Ook de keuze om de verschillende disciplines in aparte bedrijven onder te brengen, werd ingefluisterd door de onwil om enkel nog maar manager te zijn. Inmiddels is Architectuur Depot een coöperatieve vennootschap met naast de drie bestuursleden nog een stuk of acht architect-partners. Van Loon: “Wij staan nog steeds in voor het dagelijks bestuur, waarbij de managementtaken onderling verdeeld zijn, maar onze medewerkers kunnen indien gewenst relatief snel als partner in het bedrijf instappen. Dat is een engagement, maar er is ook een duidelijk groeitraject aan gekoppeld. Zo zorgen we dat het bedrijf van onderuit groeit.”

Kessels: “We investeren ook sterk in de opleiding van onze medewerkers. Dat doen we onder andere door stagiaires zo divers mogelijk in te zetten, mensen een strategische positie te geven op kantoor, in wisselende teams te werken en interne opleidingen te organiseren. Maar we zorgen er ook voor dat iedereen zich hier thuis kan voelen en er genoeg ruimte is voor plezier. We hebben dan ook geen ellenlange lijst van mensen die hier ooit gewerkt hebben. De meeste zijn hier ooit als stagiair gestart en aan boord gebleven. Ook dat zorgt ervoor dat de continuïteit op termijn verzekerd is. Als het zover is dat wij de deur hier achter ons dicht trekken, dan weten we met andere woorden dat Architectuur Depot op hetzelfde elan doorgaat.”