@HOME
Dimension 65 – september 2022
“Wij werken op het spanningsveld tussen ratio en creativiteit”
Peter Bernaerts – Architectuuratelier Dertien12
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-

Dankzij de rationele structuur met kleine overspanningen bleef er bij dit sociaal woonproject in Bredene voldoende budget over om elk appartement van een royaal terras te voorzien. © Gerrit Devinck

Samen met het Japanse architectenbureau BOW-WOW realiseerde Dertien 12 voor de eerste Triënnale van Brugge in 2015 de Canal Swimmer’s Club. “Hoewel het om een tijdelijk project ging, heeft het er inmiddels wel toe geleid dat Bruggelingen nu elke zomer in de reien mogen zwemmen.” © Filip Dujardin

Bij het ontwerp voor het Dorpshuis in Kortemark werd meteen ook de incubatie van de site Blijvelde herdacht. Het Dorpshuis zelf werd een rond gebouw, alzijdig bereikbaar en een nieuw ankerpunt in de gemeente. © Jason Slabbynck

In plaats van het gevraagde compacte BEN-gebouw, stelde Dertien 12 voor speelterrein de Warande in Kortrijk een langgerekte structuur voor met daaronder een aaneenschakeling van allerlei verschillende ruimtes. “Op een speelterrein, waar kinderen continu binnen en buiten lopen, heb je aan een BEN-gebouw maar weinig boodschap. Dit gebouw voorziet in zowel overdekte buitenruimte als ongeïsoleerde ruimtes én enkele BEN-kamers.” © Jason Slabbynck

Een slimme stapeling van drie volumes creëert niet alleen terrassen, maar ook wisselende uitzichten en doorzichten, en brengt licht tot diep in het herenhuis binnen. © Jason Slabbynck

Huis Billiet is een beschermd monument, naar een ontwerp van Huib Hoste, en omvat een woonhuis annex werkplaats. Na een intens restauratietraject schittert het totaalontwerp weer volledig naar de geest van haar bezieler. © Jason Slabbynck

In dit houten huis in Drongen werd niets gebouwd dat er niet toe doet. Naast de gemeenschappelijke ruimtes heeft elke bewoner zijn of haar eigen cocon. De grens tussen binnen en buiten werd bewust zo vaag mogelijk gehouden. © Jason Slabbynck
PreviousNext
Architecten durven al eens cynisch zijn. Strenge normen, een alsmaar groeiend takenpakket en dito verantwoordelijkheid, ontoereikende erelonen … je zou voor minder. En toch vind je bij Dertien12 vooral optimisten. “Je moet aanvaarden dat architectuur een traag beroep is”, zegt Peter Bernaerts, die samen met Lennart Claeys en Tom Gantois aan het hoofd staat van het Brugse architectuuratelier. “Maar in ruil kan je wel een grote maatschappelijke impact neerzetten. Daar doen we het voor.”
Wie zijn bureau de naam Dertien12 meegeeft, kan zich verwachten aan een leven lang de vraag naar de betekenis erachter. “Die is meervoudig”, lacht Bernaerts. “Er zit bijvoorbeeld een verwijzing in naar onze oprichtingsdatum, maar veel meer nog is het een abstractie van onze visie op architectuur. Het idee dat je twaalf keer met je gezicht tegen de muur moet lopen om het bij de dertiende poging goed te krijgen, bijvoorbeeld, en de overtuiging dat goede architectuur maar ontstaat bij gratie van een samenspel tussen het rationele – het harmonieuze cijfer twaalf – en een creatieve benadering met een hoek af – het grillige cijfer dertien.”
De spanningsveld tussen ratio en creativiteit uit zich bijna letterlijk in het partnerschap van de drie vennoten. “We zijn erg complementair. Lennart is de man van de wilde ideeën, Tom is organisatorisch sterk en ik wil projecten vooral concretiseren. Op die manier kunnen we eigenlijk de zotste ambities aan. Al betekent het in geen geval dat we in de praktijk enkel die afgetekende rollen opnemen. Dat zou een absolute verarming zijn van zowel onszelf als ons bureau. Uiteindelijk zit zowel het rationele als het vrijblijvende in elk van ons vervat; enkel het evenwicht ligt anders. Daardoor legt eenieder zijn eigen accenten.”
Een starre taakverdeling is er bij Dertien12 dus niet. Peter Bernaerts, Lennart Claeys en Tom Gantois nemen de verantwoordelijkheid over het overkoepelende werk, maar zetelen net zo goed in de projectteams. “Bij grote projecten zullen we vaak fungeren als trekker van het team, maar het gebeurt net zo goed dat we ons in een meer ondergeschikte positie zetten. Opnieuw gaat het om de zoektocht naar complementariteit: we proberen de verschillende accentent en affiniteiten van zowel onszelf als onze medewerkers in elk project en projectteam slim uit te spelen. Het is echter niet zo dat we bij aanwervingen heel krampachtig naar bepaalde profielen op zoek gaan – qua karakter of opleiding – om dat te bewerkstelligen. Sowieso is het tijdens een sollicitatie heel moeilijk om in te schatten wie je precies voor je neus hebt. De enige strikte voorwaarde die we stellen, is dat onze medewerkers een architectuurdiploma hebben. Uiteindelijk blijf je in elke fase van een project wel ontwerpen, en het is de bedoeling dat iedereen zo’n traject van A tot Z kan opvolgen.”
Impuls van de wedstrijd
Bernaerts, Claeys en Gantois studeerden in 1999 samen af aan Sint-Lucas Gent. In de daaropvolgende jaren scheidden de wegen, tot Bernaerts en Claeys elkaar bij Architecten Groep III opnieuw ontmoetten en in de marge van die aanstelling eigen projecten begonnen aan te nemen. “Bij de architectuurwedstrijd voor de verbouwing van het jongerencentrum Entrepot in Brugge kwamen we zo tegenover Tom te staan”, herinnert Bernaerts zich. “Dat was de aanleiding om de krachten te bundelen. Toen we ook nog eens de opdracht voor een grote zorginstelling en een sociaal woonproject in Haasdonk in de wacht sleepten, was duidelijk dat we er fulltime voor moesten gaan.”
Het ontstaan van Dertien12 is getekend door architectuurwedstrijden. Niet alleen voor de verbouwing van het Entrepot, maar ook voor de zes sociale woningen in Haasdonk moesten de architecten in competitie gaan. Sindsdien blijven wedstrijden de centrale impuls voor de groei van het bureau. “Bij elke gewonnen wedstrijd kwamen er één à twee medewerkers bij. Naarmate we meer wonnen, groeide ons bescheiden trio dus stelselmatig uit tot een team van uiteindelijk bijna twintig medewerkers.”
Groei is nochtans niet de opzet van de investeringen die Dertien12 tot op de dag van vandaag in architectuurwedstrijden doet. “We hebben nooit grote plannen gehad wat betreft de groei van ons bureau. Onze ambitie is veeleer om boeiende projecten te doen waarmee je iets teweeg kan brengen, projecten met een zekere maatschappelijke relevantie. Die krijg je echter niet zomaar in de schoot geworpen. Je moet ervoor in competitie gaan. Zelfs als je al enige naam en faam hebt, kan je voor publieke projecten maar moeilijk om het wedstrijdparcours geen. En ja, het klopt dat er nog heel wat aan de wedstrijdprocedures schort, maar het is doorgaans wel waar de meest interessante vragen en projecten zich bevinden. Zolang dat het geval is, stappen wij met veel enthousiasme in de ring.”
Helemaal ongewapend doet Dertien12 dat evenwel niet. “We proberen heel gerichte keuzes te maken. Onbetaalde wedstrijden laten we links liggen, projecten die de schaal of expertise van ons bureau overtreffen ook. Wij moeten niet inschrijven op een project van 20 miljoen euro; er zijn andere bureaus die daar beter voor geschikt zijn. En willen we toch een stapje hoger mikken, dan gaan we samenwerkingen aan met architecten die bijvoorbeeld een bepaalde specialisatie hebben. We blijven ook realistisch in onze tijdsbesteding. We doen aan genoeg wedstrijden mee om wat werkzekerheid te garanderen, maar gaan ook niet in het wilde weg kandidaturen indienen. Het is niet de bedoeling dat we ons op elke wedstrijd kapot werken. Als je maanden de tijd hebt om een voorstel uit te werken, dan heeft het echt geen zin om de laatste week nog zeven nachten door te trekken. Dat zal op dat moment het verschil niet meer maken.”
Finesse in het plan
Uit de voorstellen en projecten van Dertien12 spreekt een duidelijke wil om te bouwen. “Wij willen werken aan de gebouwde omgeving. We willen geen bureau worden met een archief vol ongerealiseerde wedstrijdontwerpen. We hebben er geen baat bij om fantastische plannen te maken die vervolgens verzanden op papier. Hoe wild of ambitieus onze ideeën soms ook mogen zijn, we gaan er telkens rationeel mee aan de slag. Uiteindelijk moet je de boel gerealiseerd krijgen, samen met een jury, een opdrachtgever, een aannemer, enzovoort. En dat betekent dat je van meet af aan rekening moet houden met zaken zoals uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Met de nodige finesse en zorg voor detaillering, als het kan.”
De aanpak leidde in ieder geval al meermaals tot succes in het wedstrijdparcours. Zo zorgde een rationele structuur met kleine overspanningen voor een fikse besparing bij de bouw van een sociaal woonproject in Bredene, met als gevolg dat er voldoende budget vrijkwam om elk appartement van een royaal terras te voorzien, en ook bij de sociale woningen in Haasdonk maakte een slim detail in het plan het verschil. “Volgens het programma moest elke woning voorzien zijn van een garage. Door die slim in te planten en aan te sluiten op de woonkamer, zorgden we ervoor dat die ruimte echter ook andere functies kon opnemen, bijvoorbeeld als speelkamer of bureau. Met die ingreep bleven we perfect binnen het strenge kader van budget en maximale oppervlaktes, maar voegden we aan elke woning wel heel wat flexibiliteit en levenskwaliteit toe. Tot op heden heeft er in die garages dan ook nog nooit een wagen gestaan.”
Toch houdt Dertien12 zich niet altijd even strak aan de vooropgestelde randvoorwaarden. Bij het ontwerp van een polyvalent gebouw voor speelterrein De Warande in Kortrijk werd de initiële opdracht zelfs uitdrukkelijk in vraag gesteld. In plaats van het compacte BEN-gebouw dat door de opdrachtgever vooropgesteld werd, kwamen Dertien12, AVDK architecten en Studio Basta namelijk met een langgerekt volume op de proppen. “Ten eerste wilden we het grasveld als waardevol speelterrein vrijwaren door aan de rand te bouwen. Ten tweede achtten we de vraag naar een volledig BEN-gebouw maar weinig realistisch. Op een speelterrein lopen kinderen immers de hele dag binnen en buiten. Ons ontwerp voorziet daarom in een aaneenschakeling van allerlei verschillende ruimtes onder één structuur. Er zijn een aantal supergeïsoleerde kamers, maar net zo goed zijn er ruimtes zonder isolatie of verwarming, alsook gewone overdekte buitenruimte. Dat is een heel andere visie, maar opnieuw heb je die rationaliteit nodig. Niet alleen om het te ontwerpen, maar evenzeer om alle betrokkenen te overtuigen.”
Stad vol verborgen plekken
Voor een bureau dat zo uitdrukkelijk beoogt te bouwen, is het opvallend dat Dertien12 niet in een eigen sprekende creatie huist. Al sinds het ontstaan trekt het team als een nomade van de ene naar de andere plek. Vandaag liggen de ateliers op de zolder van het historische Hof Bladelin in de Brugse binnenstad; eerder opereerde Dertien12 al vanuit een oud klooster en de Militaire Kazerne in de Peterseliestraat.
“We hebben de ambitie om veel te verhuizen”, beaamt Bernaerts. “Niet omdat we onze locatie beu zijn; wel omdat we mensen – eigenaars, ontwikkelaars, aannemers, bezoekers, … – erop attent willen maken hoeveel ruimte er in de stad nog voorhanden is. Er is veel leegstand, veel ruimte blijft onbenut en veel mooie plekken verborgen. Alvorens we allemaal nieuwe gebouwen beginnen neer te poten, moeten we die plekken een waardige invulling geven. We moeten ze in kaart brengen en rijmen met de noden die er zijn. Wij delen hier bijvoorbeeld een prachtige tuin met de bewoners van het naastgelegen rustoord. Waarom niet? En waarom zou de lokale muziekschool niet in de leegstaande ruimtes van datzelfde rustoord repeteren? Naar die overlappingen, kruisbestuivingen, ontmoetingen gaan we op zoek. En dan blijkt het in veel gevallen niet nodig om een blits nieuw gebouw te zetten.”
De ateliers van Dertien12 fungeren in die zin als een test case voor de visie op stadsontwikkeling. Verborgen plekken worden zichtbaar gemaakt, het potentieel via vaak kleine ingrepen tentoongespreid om de plek vervolgens aan nieuwe, meer permanente, ontwikkelingen vrij te geven. Het klooster waar het bureau initieel huisde is inmiddels door Gino De Bruyne omgebouwd tot studentenhuisvesting; de Militaire Kazerne krijgt vandaag een nieuwe invulling als gemengd woonproject. “We wisten telkens op voorhand dat onze bezetting tijdelijk zou zijn. In de Militaire Kazerne zouden we in principe zelfs maar twee jaar zitten, maar door het trage projectverloop werden dat er zes. Dat is zes jaar waarin het gebouw anders zou hebben leeggestaan.”
De marge als speeltuin
Voor projecten die zich met erfgoed en herbestemming inlaten, is een traag projectverloop meer regel dan uitzondering. Niet onregelmatig zet het protectionisme van zowel eigenaars als monumentenzorg zelfs een volledige rem op ontwikkelingen. “Binnen de randvoorwaarden van erfgoed en energie is het inderdaad niet altijd eenvoudig om dingen te bewerkstelligen. Dat merkten we al bij meerdere erfgoedprojecten, waaronder de herbestemming van de oude stadsfeestzaal van Mechelen tot stadsbioscoop Lumière. Er was heel scherp afgelijnd waar we wel of niet aan mochten raken. Onze ingreep bleef dan ook beperkt tot de realisatie van een gouden toren die drie zalen omvat.”
Dezelfde stringente regels golden in principe in Hof Bladelin. Aan de historische ruimtes mocht op geen enkele manier geraakt worden. En toch vond Dertien12 er de nodige bewegingsvrijheid. “De zolder van het gebouw stond al 700 jaar leeg. Die ruimte had weliswaar geen voorzieningen, maar ook weinig tot geen erfgoedwaarde. Zo wisten we de eigenaar ervan te overtuigen om ons die zolder toch te laten verbouwen. Voor de kleine beperkingen die er wel golden – de luiken in de erkers die uitkijken op de binnenplaats mochten niet door ramen vervangen worden – werd een ingenieuze oplossing gezocht, maar verder hadden we heel wat vrijheid. Die stelde ons uiteindelijk in staat om het potentieel te tonen. Wanneer wij hier binnen zes jaar vertrekken, dan blijft de eigenaar immers wel met een mooie en volledig functionele zolder achter.”
“De mogelijkheden liggen vaak in de marge”, besluit Bernaerts. “De regels zijn er soepeler, de belangen – schijnbaar – minder groot.” Die marge kent zowel een ruimtelijke als een tijdelijke dimensie. Zo realiseerde Dertien12 voor de eerste Triënnale van Brugge in 2015, samen met het Japanse architectenbureau BOW-WOW de Canal Swimmer’s Club, een houten ponton met luifel op de Brugse reien. “Brugge dankt zijn welvaart aan de reien, maar vandaag is die ruimte enkel toegankelijk met een toeristenbootje. De opzet van dat project was dan ook om die fundamentele publieke ruimte terug te geven aan de Bruggeling. Als permanent project zou dat ondenkbaar geweest zijn, maar omdat het tijdelijk was vielen er heel wat beperkingen weg. Nochtans is de maatschappelijke impact op lange termijn even groot gebleken: stapje per stapje heeft het project ervoor gezorgd dat er nu elke zomer in de reien gezwommen mag worden. Een ingreep hoeft met andere woorden niet groot te zijn om een grote maatschappelijke slagkracht te hebben.”
Maar wat de impact van zo’n project dan precies voor de dagelijkse realiteit van een architectenbureau betekent? “Rendabel is het natuurlijk niet. Maar dat weten we ook op voorhand. Dit soort projecten doen we voor het plezier en het potentieel, en dat zullen we ook blijven doen. De zin in interessante projecten gaat voor op het puur financiële plaatje. Maar we doen er zo geen drie per jaar. We houden altijd het complete pakket voor ogen: we doen telkens een grondige pre- en nacalculatie en voor elk project dat in het rood draait, doen we er bij wijze van spreken drie die goed opbrengen en dus compenseren. Dat is eenvoudige wiskunde.”
“Boeiende projecten met een maatschappelijke impact krijg je doorgaans niet in de schoot geworpen. Daarvoor moet je in competitie gaan.”
“Alvorens we allemaal nieuwe gebouwen beginnen neer te poten, moeten we de bestaande plekken een waardige invulling geven.”