TOOLS & BEROEPSPRAKTIJK  
Dimension 60 – mei 2021

Wanneer geldt het gereduceerd btw-tarief voor renovatie?

Terwijl het gunsttarief van 6% btw voor sloop en heropbouw op het gehele Belgische grondgebied toepassing vindt, zien (voormalige) bouwheren zich steeds vaker geconfronteerd met een herkwalificatie van hun renovatie en, bijgevolg, een herziening van de btw-voet van 6% naar 21%. Een ongelukkige situatie, die vraagt naar duidelijkheid inzake de voorwaarden voor het gereduceerd tarief bij renovatie.

Het groot aantal herkwalificaties is een relatief recent gegeven en doet op het eerste zicht vermoeden dat er nieuwe regels gelden. Nochtans is dat niet het geval. De bepalingen rond de toepassing van het verlaagd btw-tarief voor renovatiewerken zijn sinds hun oorspronkelijke publicatie in het KB nr. 20 van 20 juli 1970 niet gewijzigd, en ook de interpretatieregels zijn al tientallen jaren dezelfde.

Wel werden de controle-activiteiten gereorganiseerd en, ten gevolge van de digitale bouwaanvraag en een gedeeltelijke automatisering van het controleproces, efficiënter gemaakt. Dat betekent dat er meer controles plaatsvinden en er dus ook meer inbreuken vastgesteld worden. Al gaat het daarbij zelden om bewuste misbruiken; veel vaker lijkt het een kwestie van interpretatie.

Drie basisvoorwaarden

Om te kunnen genieten van het gereduceerd btw-tarief voor renovatie dient aan een aantal basisvoorwaarden voldaan te zijn. Ten eerste moet de woning minstens 10 jaar geleden voor het eerst in gebruik genomen zijn, ten tweede moet ze uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning gebruikt worden, en ten derde moeten de uitgevoerde werken rechtstreeks aan de eindgebruiker, in casu de bouwheer, gefactureerd worden.

Verbouwen, in theorie

Wordt aan bovenstaande basisvoorwaarden voldaan, dan kunnen tal van werken aan de woning – schilderwerken, onderhoud HVAC, isolatie, … – aan het gereduceerd btw-tarief aangerekend worden. Dat geldt ook voor grotere verbouwingswerken, zij het enkel wanneer daarbij “wezenlijk wordt voortgebouwd op bestaande structuurelementen van het te renoveren gebouw en wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte.”

Om een kwantitatieve uitdrukking te geven aan de eerder mistige termen “wezenlijk” en “betekenisvol” werd al in de jaren 90 de 50%-regel gedefinieerd. Deze is weliswaar niet in het KB opgenomen, maar geldt wel als referentie voor zowel de btw-administratie als de rechtbanken. De regel houdt in dat er enkel sprake kan zijn van een renovatie wanneer het nieuw gerealiseerde gedeelte van het gebouw kleiner is dan het oude gedeelte dat bewaard blijft (en dus minder dan 50% van de totale oppervlakte inneemt) én wanneer beide delen als één geheel fungeren. Bij een gedeeltelijke vervanging van de dragende muren geldt dezelfde vuistregel: de lengte van de nieuwe draagmuren moet kleiner zijn dan de lengte van de behouden draagmuren.

Verbouwen, in de praktijk

Moest de 50%-regel duidelijkheid scheppen over het onderscheid tussen nieuwbouw en renovatie in de ogen van de btw-administratie, dan blijken de richtlijnen, en in het bijzonder de definities oud en nieuw, echter nog steeds voor interpretatie vatbaar.

Wat staat wel vast? Oude dragende muren die werden afgebroken en heropgebouwd worden als nieuwe muren beschouwd, zelfs wanneer zij op exact dezelfde plaats opgetrokken zijn. Ook wanneer een bestaande muur (deels) door een glaspartij vervangen wordt en er daarvoor een nieuwe draagbalk geplaatst werd, moet de overeenkomstige muurlengte als nieuw opgetekend worden. Gemeenschappelijke muren worden in de 50%-regel niet meegeteld.

Voor het oppervlaktecriterium worden alle vlakke delen van de woning meegerekend, inclusief kelders en ingebouwde of bijgarages, maar exclusief opgevulde kelders. Meten doe je hier vanaf en tot de buitenzijde van de muren in de hoogte. Opnieuw geldt dat oppervlakte die werd afgebroken en vervolgens op dezelfde plaats weer opgebouwd, als nieuw aanzien wordt.

Complexer wordt het echter wanneer een bestaande raamopening uitgebreid wordt of in het geval dat dragende muren behouden blijven maar de vloerplaat erbovenop vernieuwd wordt. Voor beide situaties zijn al tegenstrijdige beslissingen genoteerd. En dan is er nog het criterium dat oude en nieuwe oppervlakte één functioneel geheel moeten vormen. Worden de belangrijkste woonruimtes in het nieuwe gedeelte ondergebracht, dan staat ook dat al eens ter discussie.

Kan je anticiperen?

Nuances zijn er dus te over, en de administratie geeft toe dat het de facto niet mogelijk is om regels op te stellen die een sluitend antwoord bieden op alle mogelijke vragen en situaties bij dergelijke werkzaamheden. Zijn er werken voorzien die niet eenduidig onder de gekende voorschriften en interpretatieregels gecatalogeerd kunnen worden, dan kan je de situatie wel op voorhand bij de btw-administratie aftoetsen, alsook een vraag indienen voor een voorafgaandelijk akkoord.

Hou er echter rekening mee dat zo’n akkoord enkel standhoudt wanneer de werken ook exact uitgevoerd worden zoals op de plannen aangegeven. Voor de bepaling van het toepasbare btw-tarief geldt namelijk de werkelijke gebouwde situatie; niet de bouwvergunning. Ook wanneer er pas tijdens de werken blijkt dat bestaande draagmuren vanwege hun slechte staat vervangen moeten worden, bijvoorbeeld, en daardoor de balans tussen oud en nieuw omslaat, kan dat aanleiding geven tot een herkwalificatie.

Aansprakelijkheid

De verantwoordelijkheid voor de btw-informatie ligt in principe bij de bouwheer. Ondanks de informatie- en adviesplicht van de architect, maakt de advisering inzake fiscale aangelegenheden geen onderdeel uit van zijn wettelijk omschreven taken. Enkel wanneer je de bouwheer verzekert dat het gereduceerd tarief van toepassing is en dat later niet zo blijkt te zijn, komt je aansprakelijkheid in het gedrag. Een goede praktijk is in ieder geval om in elk advies te vermelden dat de uiteindelijke beslissing over het geldende btw-tarief bij de btw-administratie ligt en dat de bouwheer zich daardoor best door een specialist laat adviseren.

Sloop en heropbouw

Woningrenovaties die niet voldoen aan de voorwaarden voor het gereduceerd btw-tarief voor renovatie, worden in de praktijk gelijkgesteld aan een nieuwbouw. Sinds 1 januari 2021 kunnen zij als dusdanig wel in aanmerking komen voor het gunsttarief voor sloop en heropbouw, dat nu in heel België geldt. Deze regeling is evenwel tijdelijk van aard en gaat gepaard met een reeks extra voorwaarden. Zo geldt het gereduceerd tarief enkel wanneer het de enige en eigen woning betreft en wanneer de totale bewoonbare oppervlakte de 200 m2 niet overstijgt. Ook moet er door de bouwheer voorafgaandelijk een verklaring ingediend worden, zodat het niet mogelijk is om na een herkwalificatie van een renovatie nog aanspraak te maken op het gunsttarief voor sloop en heropbouw.

Redactie : Ir.-arch. Elise Noyez

Foto Laurie Shaw (Pexels.com)