PEOPLE & PROJECT
Dimension 58 – november 2020
Sociale woningbouw Schaerdeke – Lo-Reninge
Architectenbureau Bart Dehaene
Voor Lo-Reninge ontwierp Architectenbureau Bart Dehaene sociale woningen die zich plooien naar de context. De gelaagdheid van het project werd opgepikt in het recent verschenen Architectuurboek Vlaanderen n°14: Wanneer attitudes vorm krijgen.
Lo, sinds 1977 onderdeel van de fusiegemeente Lo-Reninge, is een middeleeuws vestingstadje in het open polderlandschap van “Bachten de Kupe”. Op een terrein aan de rand van de historische grenzen van Lo moesten zestien nieuwe sociale woningen gebouwd worden. Architectenbureau Bart Dehaene won de wedstrijd met een project dat stevig ingebed wordt op die plek door elementen uit Lo en omgeving te hertalen.
Waar tot voor enkele jaren geleden de polders begonnen, zijn zestien grondgebonden woningen ingeplant volgens twee lobben. De woningen – acht huur- en acht koopwoningen – zijn per twee onder één kap geschakeld, en het geheel wordt aaneen gesmeed door een doorlopende ‘tuinmuur’. Binnenin het ontstane huizenblok van de grootste lob ligt een grasveld waarop de tuintjes uitgeven. De woningen van de kleinere lob kijken aan de achterzijde uit over een park dat de overgang maakt naar het landschap. De maat van de bebouwing houdt het midden tussen de kleine korrel van de dorpse kern enerzijds en de grovere korrel van de verder geplande uitbreidingen anderzijds. Om dit stukje polderlandschap om te zetten in een bescheiden woonwijk die zich presenteert als onderdeel van de dorpskern zijn enkele elementen ontleend aan de context.
Mansardedak
De typologie – van twee woningen onder één kap – is een hedendaagse interpretatie van de West-Vlaamse landelijke woning met een mansardedak, die veelvuldig voorkomt in de Westhoek. Aan de basis ligt ook een ongerealiseerd project van Sigurd Lewerentz. Hierin wisselde Lewerentz hoge volumes af met ‘tuinmuren’: in die lage zone bevonden zich de voordeuren van de woningen. In Lo is ditzelfde principe gehanteerd voor de – per twee gekoppelde – koopwoningen. De inkom- en bergzone is uit het hoofdvolume geschoven – en fungeert als dusdanig als klimaatregulerende overgangszone. De groen geschilderde voordeuren zijn geaccentueerd met een betonnen luifeltje – het beton keert ook terug in de raamdorpels. Net als de groene kleur van de houten deuren die herhaald wordt in – enkele – opengaande delen van het witte schrijnwerk. De iets compactere huurwoningen zijn op de hoeken van de percelen ingepland. De architect spreekt over een ‘gekromde variant’ van de koopwoningen. De plooi in het gevelvlak resulteert in een vouw van het dak. De hoeken worden landmarks die voor oriëntatie zorgen. Anders dan bij de koopwoningen die elk een vrijstaande voordeur hebben, zijn de voordeuren van de huurwoningen samengebracht op de hoek.
Zuil
De voordeuren van de huurwoningen staan er zij aan zij in een dubbelhoog portaal. De boogvormige portieken echoën het portaal van het oude stadhuis – inclusief stalen stangen die het parement verbinden. De hoekkolom is bij elke dubbelwoning anders. De zuilen zijn het werk van de Gentse kunstenaar Dirk Zoete, wiens roots in het nabijgelegen Alveringem liggen. “De speelse, wat ‘brancusiaanse’ interpretaties van de zuilen door kunstenaar Dirk Zoete relativeren de gewichtigheid van het verwijzende gebaar,” volgens Maarten Liefooghe in het Architectuurboek. De zuilen doen denken aan kariatiden. De menselijke verhouding was een vertrekpunt voor de kunstenaar die de zuilen construeerde “uit op elkaar gestapelde betonnen fragmenten, vertrokken van vormen als cilinders, emmers, bloempotten, schijven… De ruwe betonnen onderdelen zijn gestapeld op een eenvoudige manier, zoals stenen die op elkaar gezet worden tot ze omvallen” (uit de beschrijving van de architect). Niet alleen de menselijke verhouding maar ook de menselijke interactie is belangrijk. Elke kolom heeft een andere ‘functie’ waar de bewoners van de twee woningen mee aan de slag kunnen gaan. Bij twee kolommen kunnen bloempotjes opgehangen of in een schijf geplaatst worden, die door de bewoners verzorgd moeten worden. Een derde kolom geleidt de afwatering van het dak tot in een schaal, waaruit een passerende hond kan drinken. De vierde kolom ten slotte heeft een platte schuif met kleine openingen waar bij bepaalde gelegenheden kaarsjes ontstoken kunnen worden.
Metselwerk
De architectuur van de Westhoek wordt gekenmerkt door gele baksteen. De sociale woningen zijn opgetrokken in hetzelfde coloriet, maar wie beter kijkt, ontwaart een kleurvariatie in het metselwerk. Ze verwijzen naar de grillige schakering in de muren van de kerk. Als een camouflage gedrapeerd over de nieuwe volumes zijn ze een laatste oefening om de gebouwen te laten omgaan in hun omgeving. Als bij mimicry uit het dierenrijk, nemen de sociale woningen, ondanks hun manifest andere karakter en oorsprong, overtuigend de kenmerken van andere gebouwen over, zodat ze opvallend genoeg opgaan in de context. Men kan hopen dat ze navolging krijgen in de onmiddellijke omgeving – en elders in Vlaanderen.
Architectuurboek Vlaanderen N°14: Wanneer attitudes vorm krijgen
Het nieuwste Architectuurboek Vlaanderen verwijst in de titel naar de houding van architecten (en het middenveld) die leidt tot goede architectuur. Meer dan een staalkaart moet – aldus het editoriaal – een Architectuurboek ook bepaalde thema’s agenderen. De redactie “selecteerde projecten die zowel een overtuigend maatschappelijk engagement in zich dragen als inzetten op vorm en autonomie en zo de discipline zelf bevragen, uitdagen of in een nieuw perspectief zetten.” De agenda spreekt duidelijk uit de selectie. Er is slecht één recente private woning opgenomen, van Eagles of Architecture – “ondanks de twijfelachtige technische duurzaamheid” nota bene. Ze valt ook wel te linken aan de enige andere woning in het boek: de renovatie van Woning Heyvaert die in een tekst van Eireen Schreurs aangehaald wordt om zijn invloed op de huidige generatie architecten.
De andere projecten in het boek staan beschreven in projectfiches of essays, zoals Schaerdeken, dat opduikt in drie verschillende bijdragen. Maarten Liefooghe haalt het project – zoals in het citaat hierboven – aan in zijn tekst “RE: Refereren in (post)wederopbouwland”, met een deel over Lo-Reninge dat behalve Schaerdeke nog interessante recente architectuur te bieden heeft. Isabelle Blancke & Jürgen Vandewalle verwijzen ernaar in “Tussen de raderen”, waarin voorbeelden van kwaliteitsvolle sociale woningbouw de revue passeren, zoals ook Neerland van RE-ST i.s.m. OM/AR in Wilrijk, Rozemaai van Atelier Kempe Thill i.s.m. RE-ST Halewijnlaan van Puls architecten, beide in Antwerpen en Bogerse Velden van META architectuurbureau in Lier.
Michiel De Cleene analyseert tot slot een foto van de bestaande toestand – voor de bouw – in zijn tekst “In de wacht”: “Op de veelheid aan putdeksels na geeft niets in dit beeld aan dat de wei binnenkort zal vervellen tot een verkaveling. Het is het bestaan van het beeld an sich, het documenteren van de bestaande toestand, dat het bouwen impliceert én initieert.”
De Cleenes tekst is een interessant voorbeeld van hoe fotografie bijdraagt aan de architectuurkritiek. De toegenomen aandacht voor fotografie is duidelijk. Interessant zijn de paginagrote foto’s – voor en na elke projectfiche – die in dialoog gaan met het beeld van het project er voor of na.
Meer dan ooit neemt het Architectuurboek een positie in en dwingt de lezer hetzelfde te doen.
Architectuurboek Vlaanderen N°14: Wanneer attitudes vorm krijgen, Sofie De Caigny, Isabelle Blancke, Michiel De Cleene, Petrus Kemme, Petra Pferdmenges, Eireen Schreurs, e.a., Vlaams Architectuurinstituut, 2020, 324p.