PROJECT IN DE KIJKER  
Dimension 58 – november 2020

Carefully designed

Wie Luik nadert via de E25/A602, kan er niet naast kijken. Het CHC MontLégia ziekenhuis dat in maart 2020 de deuren opende, neemt letterlijk en figuurlijk een toppositie in op de voormalige mijnsite Patience et Beaujonc, in de schaduw van de vurige stede. De lichtvoetige witte volumes lijken boven het terrein te zweven, verankerd door een ingetogen zwart gedeelte, een knipoog naar het steenkoolverleden.

Met de naam van het nieuwe ziekenhuis getuigt de Groupe Santé CHC die naast MontLégia in de provincie Luik nog drie ziekenhuizen, acht woonzorgcentra, tien poliklinieken en een kinderdagverblijf runt, van de spreekwoordelijke Luikse fierheid. Waar het riviertje de Légia samenvloeit met de Maas, stond namelijk de wieg van de stad. We zijn uitgenodigd voor een rondleiding door architect Alwin Fable (ASSAR Architects), die binnen het ontwerpteam verantwoordelijk was voor de integratie van het medisch-programmatorische luik. “De bespreking van het programma heeft honderden uren opgeslorpt. Wij proberen altijd een debat op gang te brengen om tot innovatieve oplossingen te komen.”

Een korte reconstructie van hoe het project tot stand kwam. In 2002 startte CHC een strategische denkoefening over haar langetermijntoekomst. In 2007 besliste zij om drie ziekenhuizen in het centrum en de periferie van de stad te vervangen door een nieuwbouw. Als locatie legde ze een voormalige mijnsite in Glain vast, die na een gestaag afbouwproces omstreeks 1970 volledig stil kwam te liggen.

Via een openbare aanbesteding duidde de opdrachtgever de tijdelijke samenwerking ASSAR, ARTAU en HOET+MINNE aan als ontwerpteam. Alwin Fable: “Grote projecten als dit passen ASSAR als een handschoen, terwijl ARTAU al langer voor CHC werkte en de opdrachtgever door en door kende. HOET+MINNE, het bureau waar ik toen werkzaam was en dat later is opgegaan in ASSAR, was dan weer gespecialiseerd in ziekenhuisarchitectuur.” Via openbare aanbestedingen werden ook de andere ontwerppartners (Bureau Greisch – stabiliteit en Tractebel – technieken) en de aannemers geselecteerd.

Alarm geblazen: rugstreeppadden

De inplanting vergde een brede denkoefening. Alwin Fable: “De vorige eigenaar had het terrein geleidelijk opgehoogd maar is daar mee opgehouden toen het werd aangekocht door de opdrachtgever. Omdat we de volledige 18 ha niet nodig hadden, hebben we de zone ruimtelijk heringedeeld en voorgesteld het middelste en minst stabiele gedeelte voor MontLégia te reserveren. Het al vroeger opgehoogde deel links daarvan is bestemd voor economische activiteiten die volgens de voorschriften een link moesten hebben met gezondheidszorg. Momenteel verrijst hier het biotech- en labopark Legiapark. Verder zijn hier al een nieuw administratiegebouw voor CHC en een woonzorgcentrum gebouwd. Ons voorstel voor een zorghotel haalde het jammer genoeg niet. Op het dieper gelegen gedeelte werd een stormbekken gemaakt en zal een promotor een ecowijk realiseren. Ook de derde zijde wordt ingevuld met woningen.”

Gezien de ondergrond werd het gebouw gefundeerd op palen met voorgespannen vloerelementen en breed- of paddenstoelplaten. De constructie beantwoordt aan de Eurocode 8-voorschriften betreffende seismische belastingen voor de zone 4 waaronder Luik ressorteert. “Een van de stedenbouwkundige vereisten luidde dat de achterliggende woonzones zo weinig mogelijk last mochten hebben van het ziekenhuisverkeer. De meeste bezoekers arriveren via de autoweg en worden langs een nieuw aangelegde uitrit met brug en rotonde naar een ondergrondse parking geleid. Medewerkers die een aparte parking hebben, leveranciers en ziekenwagens volgen vanaf de rotonde een ander traject. Zachte weggebruikers bereiken het ziekenhuis via een RAVeL op de oude mijnspoorweg, die door slechts één overgang voor auto’s wordt gekruist. Parallel aan deze RAVeL loopt een traject voor taxi’s. Tot slot bevindt er zich voor de hoofdinkom een halte van de TEC.

“Op vraag van de overheid maakten we een haalbaarheidsstudie over de reconversie van de bestaande ziekenhuizen. Intussen zijn die verkocht aan een promotor. Tot slot zagen we ons geconfronteerd met een niet alledaagse verplichting. Op de site hadden zich mettertijd rugstreeppadden gevestigd, een beschermde diersoort waarvoor we een alternatieve huisvesting moesten zoeken. CHC heeft aan de overzijde van de autoweg een terrein ingericht tot een biotoop voor die dieren.”

Transparant concept

Het programma van eisen was duidelijk gespecificeerd. De opdrachtgever wou een ziekenhuis met twee vleugels, een voor volwassenen en een voor moeder en kind, waarin de kamers niet op elkaar zouden uitkijken maar een panorama zouden bieden op de stad of de Maasvallei. Aanvullend werd een medisch-technisch gebouw opgelegd. “Op ons advies viel één element uit de oorspronkelijke briefing weg. CHC stelde een apart gebouw voor de consultaties voorop. Wij pleitten voor een integratie in het ziekenhuis, waarin de opdrachtgever ons is gevolgd.”

In hun ontwerp spreidden de architecten het ruime programma horizontaal over het terrein. De twee vleugels in de vorm van een L, met op de hoek de centrale inkom, bestrijken elk zowat 250 lopende meter en zijn tot vijf verdiepingen hoog, maar lijken kleinschaliger dankzij de in- en uitsprongen van de kruisvormige gevelopbouw, afgewerkt in witte keramiek. Het medisch-technische gebouw, ter differentiatie bekleed met zwarte keramiek, leunt in de oksel van die L. “Beide gebouwen zijn verbonden door een zorgstraat en ondergronds een logistieke straat. Parallel aan de zorgstraat strekt zich op het gelijkvloers een grote wandelgang uit die alle consultatieruimtes bedient. Deze laatste staan verticaal in verbinding met de zorgunits op de verdiepingen. De patiënten- en bezoekersstromen zijn netjes van elkaar gescheiden zodat de twee groepen zelden of nooit met elkaar in contact komen. Voor de logistiek staat een AGV-systeem van automatisch geleide voertuigen in die via een eigen liftsysteem de benodigde voorraden naar de gewenste plek brengen. Deze ‘schildpadden’ vangen de relatief grote afstanden op en maken dat medewerkers zich voluit kunnen toeleggen op de taken waarvoor ze gekwalificeerd zijn.”

Keramische blikvanger

De ruwbouw is uitgevoerd in beton en werd voor de vleugels geïsoleerd tot laagenergieniveau. Doorheen de isolatie zitten pluggen waarop aluminium rails zijn bevestigd. In deze structuur zit de gevelbekleding vastgeklikt. “De keramische gevelplaten zijn circa 5 mm dik en hebben verschillende formaten, tot maximaal 2,60 x 1,20 meter. De wegneembaarheid kan van pas komen als het CHC ooit een extra verdieping zou bouwen, een mogelijkheid waarop de dragende structuur en de trappenhallen zijn voorzien. Ook het plafond van de overdekte inkomzone is met deze platen afgewerkt, maar dan verlijmd. Daarvoor gebeurden de nodige technische testen, onder meer inzake windbelasting.”

Efficiëntie, gebruikscomfort en een warme sfeer met hotelallures: dat waren de krachtlijnen voor de planindeling en het interieur. De inkom mondt uit in een adembenemend atrium dat vijf verdiepingen hoog reikt en warm is aangekleed met veel hout. Omheen dat atrium zitten op de verschillende niveaus ruimtes die het zonder buitenraam kunnen stellen: kamers voor de one day clinic, tijdelijke werkplekken. Om wederzijdse inkijk te weren, hangen in de enorme vide grote lampenkappen die ’s avonds de verlichting overnemen.

Op het gelijkvloers ontsluiten ruime vleugelgangen de consultatieruimtes. “Omdat de methode van consulteren constant evolueert, hebben we deze ruimtes flexibel en vlot aanpasbaar gemaakt.” De vinylvloer met houtstrokenaspect valt niet te onderscheiden van parket, met delen in verscheidene breedtes. Het onthaal en alle ondersteunende functies zijn geherbergd in vrij in de ruimte geplaatste capsules, afgewerkt in houtlook. Overal bieden zitplekken de gelegenheid tot wachten en verpozen. Wand- en plafondopbouw en -afwerking dragen bij tot een aangename akoestiek en daklichten brengen het daglicht naar binnen. Om het aantal onderhoudsbeurten te beperken, werd het glas van deze dakstraten gezeefdrukt.

Madame est servie

De zorgunits op de verdiepingen zijn opgebouwd in kruisvorm, met centraal een verpleegkundige post en zorglokalen. “Door deze constellatie moeten de verpleegkundigen nooit verder dan 25 meter stappen naar de kamers. Telkens staan ook twee multifunctionele ruimtes ter beschikking, bv. voor een gesprek met een sociaal assistent. De buitenste arm van elk kruis hebben we breder gemaakt en ingericht met zithoekjes en een vrijstaand meubel met koelkast, koffieapparaat en andere toestellen. Deze gangen fungeren als leef- en ontspanningsruimtes. In de materniteit kunnen mama’s zelf hun ontbijtbord samenstellen en in een hotelsfeer ontbijten, een concept dat we op voorhand hebben getest.”

De hotelsfeer is doorgetrokken in de kamers. Van in de inkomzone met verlaagd plafond en inbouwkast met lavabo, vuilnisbakje en opbergmogelijkheid voor handschoenen en andere spullen, springen meteen de grote, laag ingeplante ramen in het oog. “Volop daglicht binnenhalen was een constante bekommernis. Zelfs de meeste operatiezalen beschikken over buitenramen. Ook van in hun bed of van in een rolstoel in de leefgangen kunnen patiënten van het uitzicht genieten. De akoestisch performante raamopbouw houdt het geluid van de autoweg buiten. Zonwering is er niet, daar staat de beglazing voor in. We hebben lang gezocht naar de ideale balans tussen de graad van zonwering en de kleur van het invallende licht. Het diepe raamkozijn vormt een zitbank die is uitgerust met een mobiel tafeltje, zodat bezoeker en patiënt samen kunnen eten. Met het oog op het zitcomfort heeft het meubel een uitklapbare rugleuning. ’s Avonds kan het desgewenst worden getransformeerd tot logeerbed.”

De compacte, handige badkamer werd op voorhand geassembleerd en in de kamers gemonteerd. De wastafel zit vlakbij het bed. “De inloopdouche heeft een halve deur. De andere helft kan worden afgesloten met de deur van het aangrenzende kastje. De schuifdeur die toegang biedt tot de badkamer, sluit de hal visueel af zodat bezoekers weten dat de patiënt wordt verzorgd, maar laat voldoende ruimte vrij om in noodgevallen te kunnen passeren.”

De omgevingsaanleg gebeurde op voorhand, zodat patiënten en bezoekers van bij de opening een aangenaam kader aangeboden kregen. Opmerkelijk is de buitenrevalidatie: een strook met diverse ondergronden en een kleine helling, waar mensen veilig weer kunnen leren stappen. Zo vallen er hier trouwens nog tal van intrigerende details te ontdekken, zoals het auditorium en de selfservice met toekomstig dakterras.

Door Colette Demil en Staf Bellens

Programma

Werking:

482.250 raadplegingen per jaar

40.000 klassieke ziekenhuisopnames

36.800 dagziekenhuisopnames

113.050 opnames via spoed

4.050 bevallingen

44.100 ingrepen in het operatiekwartier

2.000 medewerkers

Gebouw:

104.000 m² vloeroppervlakte exclusief parkings720 kamers voor klassieke ziekenhuisopname – 120 kamers voor dagopname2.300 parkeerplaatsen + stallingen voor (brom)fietsen