EVENTS  
Dimension 49 – september 2018

OVED kleurt toekomstgericht energiebeleid

Op haar jaarlijks Energiecongres in Technopolis Mechelen mocht OVED meer dan 140 energiedeskundigen en verslaggevers verwelkomen. Experten van het Vlaams Energieagentschap (VEA) blikten vooruit naar het toekomstige EPB2.0- en EPC+-beleid. Ook op het programma: een autonome serrewoning (een Europese primeur!) en de mogelijkheden van Building Information Modeling (BIM) en levenscyclusanalyse voor woningen.

‘Energielabel’

Mieke Deurinck van het Vlaams Energieagentschap (VEA) lichtte het EPC+ en renovatieadvies toe. “De EPC-berekening van het kengetal blijft maar wordt omgezet in een label. Zo kan ook een ouder persoon die niet met energie vertrouwd is tijdens de testfase snel inzien dat een woning met label D niet goed scoorde. En dat werd bevestigd door vele rode indicaties op het EPC+”, aldus Deurinck. “Op het EPC+ kan je snel zien welke onderdelen van de woning prioritair zouden moeten worden aangepakt.” Haar VEA-collega Ann Collys bracht een overzicht van de EPB2.0 studie en de bevraging: “87% van 64 stakeholders wil een sterke handhaving op de EPB-eisen voor de bouwheer maar dat conflicteert met piste 1 op basis van het reëel verbruik. Piste 2 vereenvoudigen zou interessant kunnen zijn voor vaak voorkomende kleine gebouwen. Piste 3 BIM biedt potentieel voor grote projecten en zou stapsgewijs geïntroduceerd kunnen worden. De 3 pistes zijn eerder complementair. Daarom ligt het advies voor om te differentiëren in EPB-methodologie in functie van de typologie van het gebouw.” Het is nu aan de Ministers van Energie van de 3 gewesten om een consensus te vinden.

Communicatie: BIM-driver bij uitstek

Pedro Pattijn (Ingenium) lichtte het potentieel van Building Information Modeling (BIM) voor grote projecten toe. “BIM is meer dan gewoon 3D tekenen: alle data van een project worden in één groot document/databank bijgehouden. Vooral in complexe gebouwen zoals een ziekenhuis zou het handig zijn om het model aan EPB te koppelen. De EPB-software zou een ideale interactie kunnen hebben met BIM, alleen is er op vandaag nog geen geschikte interface”, aldus Pattijn. “Zelfs indien de ontwerparchitect niet met BIM werkt, bouwen we een eigen architecturaal model op, omdat we dit nodig hebben voor ons eigen geautomatiseerd ontwerpproces. Communicatie is de BIM-driver bij uitstek, denk bv. aan automatische clash-detectie die ons informeert over waar er bijvoorbeeld luchtkanalen door balken zouden kunnen lopen.”

Ook bij energiesimulaties?

Daarna gaf ir. Pattijn toelichting bij enkele projecten die nauw aansluiten bij de problematiek waarmee de EPB- en EPC-verslaggevers te maken hebben. “Hoe kan BIM ook energiemodellen genereren die kunnen gebruikt worden als input voor de gebruikerszijde en de comfortsimulatie van een gebouw? BIM laat toe snel en rudimentair analyses te maken”, aldus Pattijn. “Indien we BIM zouden kunnen linken aan EPB of aan andere simulatiemogelijkheden zou de efficiëntie nog verhogen. Sefaira is een krachtige, snelle en visueel sterke softwaretool, al wordt niet altijd de gewenste diepgang en het gewenste detailniveau gegenereerd om de nodige inzichten te verwerven. Ook bij renovaties zal BIM in de toekomst meer worden aangewend om bv. een stookplaats in kaart te brengen. Ik geloof sterk in digital building, niet enkel in het ontwerpproces en de werffase, maar ook in de exploitatiefase.”

Zelfvoorzienende kaswoning

Kaseco staat voor een groep van aannemers, architecten en studiebureaus met een eigen visie rond energieverbruik en de zorg voor het milieu. Er wordt maximaal ingezet op het gebruik van bio-ecologische bouwmaterialen en hernieuwbare energie. Architect Koen Vandewalle van Kaseco over zijn zelfvoorzienende kaswoning in Rekkem: “Het concept omvat – in grote lijnen – een supercompact en optimaal georiënteerd houtskeletgebouw, uitgerust met intelligent gestuurde technieken, waarrond een micro-klimaat wordt gecreëerd. Dit laatste zorgt voor een verlaagd energieverbruik. Er wordt energie opgewekt via zonnepanelen, ingewerkt in de constructie van de serre. Het geheel is volledig CO2-energieneutraal en gebaseerd op cradle-to-cradle bouwen.”

“Het is de bedoeling met het gebouw volledig offgrid te gaan. De eerste jaren blijft de kaswoning nog aan het net gekoppeld om een zicht te hebben op energieoverschotten en -tekorten. Voor het langdurig opslaan van energie onderzoeken we enkele alternatieven, maar uiteraard geen batterijen”, aldus Vandewalle. “Uit een vergelijkende kostenstudie met andere type-woningen (traditioneel, BEN en passiefbouw) over een 20–tal jaar, blijkt dat de kaswoning reeds op de tweede plaats komt, zonder rekening te houden met de stijgende energieprijzen. In het huidige, strikte EPB-kader worden onze innovaties onvoldoende opgewaardeerd. Pijnpunt is o.m. het feit dat de zonnepanelen op de serre zijn voorzien en niet op de woning zelf. Ook de aanwezigheid van stopcontacten in de serre zorgt voor een procentuele volumeverdeling tussen de serre en de woning. Hierdoor stijgt het E-peil met 11 punten. Daarentegen kunnen zonnewinsten bv. niet worden ingecalculeerd.”

LCA is meer dan EPB

De levenscyclusanalyse (LCA) voor woningen werd toegelicht door Bertrand Waucquez van de Vlaamse Confederatie Bouw en van Flux 50: “Het energieverbruik van productie tot verwerking gaat verder dan in EPB. Met de steeds strengere eisen voor het E- en S-peil en EPB 2.0 moeten we verder kijken dan enkel de energieprestatie van een gebouw, maar ook de energie inrekenen, nodig om materialen te produceren en aan het einde van de rit te verwerken.”

Proactief én bij uitvoering

“OVED blijft benadrukken dat de bouwheer en zijn team de EPB-verslaggever best zo vroeg mogelijk in het bouwproces betrekken, zodat hij of zij de geldende eisen kan aftoetsen en proactief kan inspelen op eventuele problemen. De EPB-verslaggever geeft voor elk bouwproject energieadvies op maat, én praktische aandachtspunten voor uitvoering voor de bouwheer”, sloot OVED-voorzitster Petra Proesmans af.

Tekst: Philip Declercq

www.oved.be