EVENTS  
Dimension 49 – september 2018

Architectuurbiënnale Venetië 2018

FREESPACE

Met het thema FREESPACE sturen de curatoren de architectuurbiënnale van Venetië weg van de grote statements, richting het genereuze van de architectuur, in het bijzonder de vrije ruimte. Door de ruime interpretatie van het thema door participanten én curatoren mist de tentoonstelling focus. Al valt er gelukkig wel wat te zien én beleven, in de individuele landenpaviljoenen en zeker voorbij de grenzen van Giardini en Arsenale.

Het thema van elke architectuurbiënnale reveleert veel over de curatoren, dit jaar Yvonne Farrell en Shelley McNamara van Grafton Architects. Zij staan niet bekend omwille van hun theoretisch werk, maar wonnen in 2012 zelf een Zilveren Leeuw tijdens de architectuurbiënnale. In hun installatie toen, een samenwerking met Paulo Mendes da Rocha, toonden ze indrukwekkende maquettes van onder andere UTEC, een universiteitsgebouw in Lima. Het gerealiseerde gebouw is impressionant, met een ‘canyon in beton’ langs de zijde van een snelweg. De zo gevormde tussenruimtes in deze brutalistische gigant kunnen vrij ingenomen worden door de gebruikers. Dat Farrell en McNamara FREESPACE als uitgangspunt namen voor hun biënnale hoeft daarom misschien niet te verwonderen.

Arsenale

Deze architectuurbiënnale werd tijdens de openingsdagen wel eens als mak omschreven. Het begint al bij de vraag of er, gezien de uitdagingen waar we voor staan, geen relevanter thema aangesneden kan worden. Het helpt ook niet dat FREESPACE – ook door de curatoren – zo ruim en vaag omschreven wordt, ondanks of net dankzij een door hen opgesteld ‘manifest’. Van een lijn of verhaal is er op de tentoonstelling weinig sprake. Typerend is wat dat betreft de opstelling in de Arsenale waar de verschillende inzendingen langs beide zijden van het centrale gangpad naast elkaar staan. Elke mogelijke confrontatie, tussen de bezoeker en het werk dat op zijn pad komt of de installaties onderling, wordt bij voorbaat uitgesloten. Het centrale gangpad versterkt het beursgevoel en daar kan de kwaliteit van de individuele inzendingen niet veel aan verhelpen. Die participanten grijpen FREESPACE niet alleen aan om hun werk te duiden, maar ook om hun presentatie te sturen, door vrije ruimte te bieden in hun opstelling. Aan zitruimtes is er dit jaar bijgevolg geen gebrek, maar door de flauwe opstelling zijn die ruimtes eerder vrijblijvend dan vrij.

Halverwege de Arsenale staat de installatie van Marie José Van Hee. Twee bed-banken markeren samen met twee lessenaars de ruimte. Aan de verweerde muur zijn twee donkere foto’s geprikt die Dirk Braeckman van haar architectenwoning nam. Op de lessenaars prijken monumentale boeken uit een gelimiteerde editie. Erdoor bladeren doet dromen en uitkijken naar de monografie die binnenkort uitkomt. Er verscheen ter gelegenheid van de biënnale al een publicatie met enkel foto’s en schetsen, net als in de boeken in haar presentatie, doch op een kleiner formaat. Opmerkelijk genoeg ging de Gouden Leeuw voor de beste deelname naar een nog spaarzamere opstelling. Souto de Moura kaapte de hoofdprijs weg met twéé luchtfoto’s, van zijn project Vo de Jour. De foto’s tonen de site in Alentejo voor én na de ingreep om de boerderij tot hotel om te vormen, als een zoekplaatje om de minimale verschillen tussen beide op te sporen. Volgens de juryleden ‘onthult het de essentiële relatie tussen architectuur, tijd en plaats’.

Waar de algemene tentoonstelling bijna overgaat in de nationale inzendingen in de Arsenale kregen BC Architects een plek toegewezen. Zij focussen op de ‘Act of Building’, waarbij hun experimenten met materialen én participatief bouwen getoond worden. Workshops en zelfs alle stof werden door de organisatie verboden. Waren wel mogelijk: bekistingen, persen, materiaalsamples en maquettes die bijeen staan als een sculptuur. Foto’s en video’s verduidelijken hoe de verschillende onderdelen van dit amalgaam ingezet worden – of werden. Het verhaal van hun hands on methode is een welgekomen afwisseling in de Arsenale, al verdienen ze een beter zichtbare plek. De verkoop van de begeleidende publicatie zal trouwens de bouw van een project in Marokko helpen financieren.

Giardini

In het centrale paviljoen van de Giardini hebben de curatoren het werk van enkele van hun eigen voorbeelden – laten – presenteren of herinterpreteren. Een hoogtepunt zijn de maquettes van Peter Zumthor, al is de link met FREESPACE ook hier wat zoek. Enkele ruimtes werden aan jonge bureaus toegewezen. De Zilveren Leeuw voor beloftevolle jonge deelname ging dit jaar naar Unless Ever People van architecten de vylder vinck taillieu (a dvvt) in samenwerking met Gideon Boie (BAVO) en Filip Dujardin, die de foto’s maakte. Deze gigantische foto’s delen de ruimte in, zodat er kamers ontstaan. De houten planken waarmee deze foto’s overeind gehouden worden, zullen na de biënnale gebruikt worden om patchworkgewijs de vloer van het gebouw van het Psychiatrisch Centrum in Melle te herstellen. Deze plek, die van de totale afbraak gered werd door enkele mensen van het centrum, werd na een architectuurwedstrijd door a dvvt opgespannen tussen gebouw en ruïne in. De bekomen ruimtes zijn perfecte illustraties van de generositeit die architectuur kan bieden en het valt makkelijk te begrijpen waarom de jury hen bekroonde. De enscenering is erg treffend, het hergebruik van het hout klopt en de bijhorende – fijn vormgegeven – publicatie maakt de presentatie, samen met een video, compleet.

Naast het centrale paviljoen vormen de Giardini de achtergrond voor de landenpaviljoenen. Het Zwitserse paviljoen werd dit jaar bekroond met een Gouden Leeuw voor beste nationale deelname. ‘Svizzeria 240: House Tour’ toont een op het eerste gezicht standaardinterieur van een appartement, maar er wordt met schaal en plafondhoogte gespeeld zodat je het ene moment met je hoofd het plafond raakt en een paar stappen verder amper aan de deurklink kan. De gimmickwaarde is misschien hoog, maar het is wel feilloos uitgevoerd. Het Japanse paviljoen presenteert verschillende tekeningen waar de bezoeker zelf fragmenten kan uithalen om te bestuderen. Duitsland toont in een aan Zaha Hadid schatplichtige vormgeving een uiteenvallende Berlijnse Muur, met een focus op de ontwikkeling in de voormalige no go zone. ‘School of Athens’, de scenografie van Griekenland is erg sterk en bestaat uit een trappenlandschap waar volgens een grid 3D-geprinte maquettes van scholen als sculpturen getoond worden. Een bijzondere vermelding verdient ook het Israëlisch Paviljoen, waar een tentoonstelling ‘In Status Quo: Structures of Negotiation’ werd uitgewerkt. Geeft de titel nog aanleiding tot cynisme, dan wordt dit snel weggevaagd door de presentatie. De expo belicht de wijze waarop de drie wereldgodsdiensten en hun stromingen publieke ruimte en zelfs gebouwen delen in Jeruzalem. Zo worden tien architectuurontwerpen voor de site rond de Westerse Muur naast elkaar gepresenteerd. Elk voorstel, van o.a. Louis Kahn en Moshe Safdie, wordt toegelicht en er valt te lezen waarom het plan niet werd uitgevoerd en de status quo behouden bleef. Een intrigerende projectie toont simultaan op twee schermen hoe de Grot van de Patriarchen, die afwisselend gebruikt wordt door Joden en moslims, van alle eigen symbolen ontdaan wordt en daarna door de andere groep wordt aangekleed en omgekeerd.

Belgisch Paviljoen

Het Belgisch paviljoen, deze editie in handen van de Franse Gemeenschap, laat zich ook inschrijven in het thema. De jonge curatoren van Traumnovelle stelden hun projectvoorstel nochtans voor nét op de dag dat het thema bekendgemaakt werd. Met Eurotopie richten ze de blik op Europa en meer bepaald de ruimte van de Europese wijk in Brussel. Léone Drapeaud, Manuel Léon Fanjul en Johnny Leya van Traumnovelle zetten vaak in op fictie als analytisch middel. Voor Eurotopie, dat ze cureerden met Roxane Le Grelle, vroegen ze de Franse filosoof en schrijver Bruce Bégout om een tekst, die ze in boekvorm publiceerden. Zo presenteren ze een ruimte en een idee. De knappe installatie bestaat uit een amfitheater waarvan de concentrische cirkels langzaam opklimmen in het Belgisch paviljoen. De treden zijn geschilderd in een tint blauw die een weinig afwijkt van dat van de Europese vlag. Ondertussen zijn vervormde flarden van het Europese volkslied te horen. Ook de Europese sterrencirkel is scheef getrokken. Het pamflet dat bij de ingang aangeboden wordt bestaat uit vierentwintig stukken, elk in een ander van de officiële talen van de Europese Unie. De curatoren stelden zich voor dat het een aanleiding zou zijn om anderen aan te spreken als hulp bij de vertaling om zo tot het volledige verhaal te komen. Het kan een aanzet zijn voor het debat dat ze er willen zien ontstaan.

Voorbij Giardini en Arsenale

Er was enige buzz over ‘Weak Monument’ van Estland in een ontwijde kerk vlakbij de Giardini. In de voormalige barokkerk van Santa Maria Ausiliatrice wordt de bezoeker verwelkomd door een enorme betonnen wand en een vloer in klinkers. Wanneer men door de wand stapt en de achterkant ziet, blijkt dit een houten structuur te zijn met een laagje cement. “Waar stopt het monument en begint het voetpad?”, vraagt Tadeáš Říha, een van de drie curatoren, zich af. Verhalen over hoe een trappenpartij een monument kan worden doordat ze tijdens een protest een ideaal podium vormen of hoe het voetpad door acties van bewoners een symboolfunctie kan krijgen, onderwerpen de notie van het monument aan een kritische blik. Inhoud en opstelling spelen hier op een heel intelligente manier op elkaar in. De bij Park Books uitgegeven catalogus waarin het thema verder uitgediept wordt, verdient een nauwkeurige lezing.

Het Vaticaan – of beter de Heilige Stoel – is voor het eerst aanwezig op de architectuurbiënnale met een tentoonstelling op het eiland van San Giorgio Maggiore. Elf Vaticaanse paviljoenen zijn er ontworpen, met als vertrekpunt de Woodland kapel van Gunnar Asplund. Het meest contemplatieve is misschien de bijdrage van Terunobu Fujimori met zijn kenmerkende yakisugi of shou sugi ban (hout waarvan de buitenste laag verkoold is), terwijl Norman Foster een ingenieuze structuur bouwde rond drie kruisen als verwijzing naar Golgotha. Als vormoefening voor toparchitecten om een kapel te herinterpreteren is het interessant, maar binnen deze museale opstelling worden ze niet als kapel gebruikt waardoor het ook een lege geste is, zeker op het moment dat de horden het terrein overspoelen. Een bezoek in de luwte van de vroege uren is aangeraden.

Enkele stops verder met de vaporetto (de motorbootjes die het openbaar vervoer in Venetië vormen, n.v.d.r.), op het andere uiterste van Giudecca, bezochten we een van de hoogtepunten van ons bezoek aan de biënnale. Onder de titel ‘Unfolding Pavilion’ was gedurende het openingsweekend het sociaal woningbouwproject van Gino Valle opengesteld. De intelligente organisatie en ruimtelijkheid van het ontwerp herinnerden ons aan de kracht van architectuur, maar illustreerde ook dat die generositeit van FREESPACE niet altijd voldoende is. De grote overdekte gaanderijen volstaan vandaag niet meer om dit complex leefbaar te houden. Architecten en kunstenaars dachten er na over de toekomst van deze gebouwen. FREESPACE mag dan wel tot haar essentie behoren, zij alleen kan de architectuur niet redden.

Door Arnaud Tandt

Foto’s: Arnaud Tandt

Biennale Architettura 2018 

tot 25.11.2018 in Venetië

http://www.labiennale.org/en/architecture/2018 

Selectie publicaties

Weak Monument. Architectures Beyond the Plinth, Říha Tadeáš, Laura Linsi, Roland Reemaa (red.)

Park Books, 2018, 176p.

architecten de vylder vinck taillieu. Unless Ever People, VAi, 2018, 216p.

BC architects & studies. The Act of Building, VAi, 2018.