PEOPLE & PROJECT  
Dimension 46 – november 2017

Verveld.

Woning Roelants (1962) – Willy Van Der Meeren

Restauratie (2017) – Callebaut Architecten

Bovenop een heuvel in het Pajottenland. Twee betonnen schalen grijpen in elkaar en vormen een huis. Het is 1962 en schrijver-dichter Maurice Roelants betrekt de woning die architect Willy Van Der Meeren voor hem ontwierp. Vier jaar later overlijdt Roelants, de oud-conservator kijkt niet meer naar ‘zijn’ Kasteel van Gaasbeek. Het huis verwisselt een paar keer van eigenaar. Bomen groeien, het talud wordt opgetrokken. Het kasteel verdwijnt uit het zicht, het huis wendt zich af van de straat.

Bovenop een heuvel in het Pajottenland. Vier mannen staan op een bunkerachtig volume in de stellingen. Het is 2017 en ingenieur-architect Wouter Callebaut en medewerker Frederik Temmerman overleggen met de aannemer die een nieuwe huid van PMMA aanbrengt. Het wisselvallige weer speelt de aannemer parten. De stellingen staan nog even rond het huis, de twee kenmerkende schoorstenen zijn nog niet teruggeplaatst. Ogenblikken later zal de aannemer de werken staken omdat een regenbui het werken onmogelijk maakt, terwijl we binnen plafond en muren in bakstenen vulpotten bekijken.

‘Woning Roelants’ is een onbetwist hoogtepunt uit het veelzijdige oeuvre van één van onze meest inventieve naoorlogse ontwerpers. De originele toepassing van vulpotten als verloren bekisting voor de schalen in beton zijn vintage Willy Van Der Meeren. Zoals professor Mil De Kooning, een autoriteit in diens oeuvre, doceerde en ook schreef in ‘Horta and After’ was een van de obsessies van Willy Van Der Meeren diens zoektocht naar ‘een economie van middelen en materialen’. Van Der Meeren experimenteerde met de constructie en schuwde ‘minderwaardige’ materialen niet. Deze materialen, vaak beschouwd als niet verfijnd genoeg voor architectuur, werden door hem toegepast in al hun brutalisme (naar: ‘Horta and After’).

Maurice Roelants was al 67 toen hij aan Willy Van Der Meeren de opdracht gaf om een huis voor hem te ontwerpen. Het fenomenale uitzicht van de site daagde Van Der Meeren uit om een woning te ontwerpen die de weidse zichten op zou nemen en tezelfdertijd voldoende geborgenheid zou bieden. De oplossing vond hij in een constructie met twee plastische schalen die in elkaar geschoven werden. Elke schaal verbindt dak en zijmuren in een golvende beweging. De uiteinden van de schalen duiken naar beneden, terwijl ze in het midden opgestuwd worden, maar elkaar niet raken. De horizontale ramen tussen beide schalen trekt licht tot diep in de woning. Het schouwspel van de laag overscherende wolken is ook vanuit de leefkamer te volgen.

De in elkaar grijpende schalen zijn oost-west gericht. Op het laagste punt van de kleinste schaal zit de studio. De studio bevindt zich – zoals vaker in het oeuvre van Van Der Meeren – buiten het woongedeelte. Met keuken en eetkamer vormt de studio een L-vorm die zich rond het terras op het zuidoosten plooit. Waar de benen van de L samenkomen zit een sanitair blok en een remise (bergplaats). Daartegenaan zijn de slaapkamers en de leefruimte geschoven die onder de andere schaal zitten. Leefruimte en eetkamer zijn aan elkaar geschakeld. De kasten zijn ingebouwd en structureren verder de ruimtes.

De dakschalen bestaan uit gewapend beton met een verloren bekisting van zichtbaar gelaten bakstenen potten. In de muur volgt de uitlijning van de potten de helling van het dak. De vulpotten zijn volgens hun groeven alternerend gelegd zodat er een subtiel dambordpatroon ontstaat. De trapeziumvormige schouw uit staalplaten volgt en accentueert de logica van de belijning. De bakstenen potten zijn ondertussen gereinigd. Er was een aanslag zichtbaar, door opstijgend vocht van een vijver waren zouten gemigreerd naar het oppervlak. De rook van jarenlang gebruik was zelfs in de gebakken klei getrokken. Toch werd de schoonmaak ervan beperkt gehouden om het patine niet te verliezen. Het is eigen aan het leven met een monument.

De opdrachtgevers bezochten op één dag zowel Villa Cavrois (1932) van Robert Mallet-Stevens in Roubaix als Villa Savoye (1931) van Le Corbusier in Poissy. Villa Cavrois opende recent de deuren voor het grote publiek na een jarenlange en erg grondige restauratie. Voor de bouwheer klopte het gevoel in Villa Savoye meer: de iets nonchalantere restauratie had het gebouw zijn ziel niet afgenomen.

Voor de restauratie zochten ze Callebaut-Architecten aan. Dit bureau kreeg in juni nog de Jo Crepain Prijs voor Beloftevol Startend Architectenbureau. Voor de restauratie van Woning Roelants voerden ze een diepgaand vooronderzoek in samenwerking met Mil De Kooning. De focus lag op de toestand van het beton. De exacte opbouw van de schil en de juiste positionering van de wapening was moeilijk in te schatten. Er werden potentiaalmetingen uitgevoerd om de toestand van het wapeningsstaal en betonrot op te sporen. Er werd zoveel mogelijk bestaand beton behouden. Aan de randen rond de ramen werd het beton gestraald. Herstellingen met een herstelmortel van 4 cm moeten het carbonatiefront weghouden van de wapening. Op basis van oude foto’s werden de afmetingen van de bekistingsplanken bepaald en gebruikt voor de aanbreng van de buitenste laag.

De waterdichting werd verschillende malen hersteld. Opeenvolgende schilderlagen zorgden ervoor dat de originele lichtbeige kleur vervangen werd door een visueel zwaardere grijze kleur. Er werd intensief gezocht naar een materiaal en een uitvoeringsmethode die het oorspronkelijke uitzicht zou benaderen maar toch een adequate waterdichting zou garanderen. Hiervoor keerden de architecten terug naar het origineel detail van de architect met isolatie in de buitenschil. In de tijd van Van Der Meeren niet realiseerbaar maar op heden wel.

Uiteindelijk viel de keuze op PMMA dat hier voor de eerste keer op deze manier is toegepast. Het materiaal is meerlagig gewapend. Er werd infrezingen voorzien in het oppervlak om een strook net in te leggen. Daar konden de wapeningsnetten op aansluiten zodat er géén overlapping zou ontstaan die voor naden in het oppervlak zouden zorgen.

Ook de opvang van het regenwater was ingenieus, zeker in zijn concept. Het regenwater wordt opgevangen door een uitgespaarde gleuf aan de buitenrand van elk van de betonschalen en moest oorspronkelijk in twee kleine vijvers terechtkomen. Deze werden niet onmiddellijk en ook niet helemaal volgens plan uitgevoerd.

Architect Willy Van Der Meeren is door allerlei omstandigheden weinig op de werf geweest. Van toen ook dateert de plaatselijke verzakking in de grootste schaal. Bij een restauratie stelt zich vaak de vraag over het al of niet rechttrekken van het ‘natuurlijk verloop’. Er werd voor gekozen om die te behouden, want die maken net het ‘monumentale’ van het gebouw. Al proberen Callebaut-Architecten ook bij een monument mee te gaan met klimatologische verbeteringen aan het gebouw. Anders prijst het monument zichzelf op den duur uit de markt, alsof je het onder een glazen stolp zet. Wouter Callebaut staat een dynamisch behoud voor waarbij de nieuwe functie ook het gebouw rendabel moet houden. In Woning Roelants komt een kantoor, waardoor de druk op het erfgoed veel lichter wordt. Bij de restauratie – met steun van de Vlaamse Gemeenschap – van dit modern monument hoeven bepaalde elementen dus niet zo nodig vervangen te worden om hogere comforteisen te halen. Zo werd het schrijnwerk zoveel mogelijk behouden. De vaste delen bestaan uit hout, de opendraaiende delen zijn uit staal vervaardigd. Het glas is dun dubbelgelaagd met een spouw van 6 mm en een witte sponde.

Langs de weg is een dubbele garage in de heuvel geschoven. De experimenteerdrift van Willy Van Der Meeren is zelfs te zien in die constructie. Een omgekeerde balk bekroont er als draagstructuur het dak. Het toegangspad naar de woning start naast de garage en loopt daar omhoog. Er werd besloten om het pad opnieuw te verleggen naar de rechterzijde omdat dit beter aansluit bij het oorspronkelijk idee. Een ingreep die het gebouw weer meer tot zijn recht doet komen. Zo krijgen Woning Roelants én Willy Van Der Meeren dankzij deze gevoelige restauratie het eerherstel dat ze verdienen.

Door Arnaud Tandt (bronnen: ‘Horta and After’ en nota Callebaut Architecten)