STAD IN DE KIJKER
Dimension 49 – september 2018
“Wij zijn een laboratoriumstad”
Burgemeester Hans Bonte, Vilvoorde

WZC Filfurdo, een multifunctioneel ontwerp van ASSAR LLOX Architects, combineert woonzorg met dagverzorging, een lokaal dienstencentrum, een kinderdagverblijf en een cafetaria. Het gebouw is 130 meter lang en 45 meter breed. Om het lange gevelvlak te doorbreken, is het complex aan de voorzijde opgedeeld in vier blokken met verspringende gevels, telkens in een andere accentkleur. © ASSAR LLOX ARCHITECTS.

Een sterk architecturaal element in het nieuwe WZC Filfurdo is het glazen volume met loopbruggen. De volledig beglaasde patio versterkt de transparantie, zorgt voor uitzicht en laat daglicht doorsijpelen tot ver in het gebouw. Alle glasvlakken zijn in driedubbel glas. Ontwerp: ASSAR LLOX Architects. © Tijs Vervecken.

Om het kinderdagverblijf het KaDeeke zoveel mogelijk een huiselijke sfeer te geven, opteerde atelier Kyoto voor een concept dat een kleinschalige uitstraling evoceert. Het kinderdagverblijf is opgedeeld in tien kleine, kleurrijke huisjes die met elkaar verbonden zijn door centrale speelruimtes. Elk huisje omvat een leefruimte, 4 slaapkamers, een badkamer, een keuken en mogelijkheid tot buitenspelen. © Atelier Kyoto.

Organische vormen, vrolijke kleuren en speelse elementen maken van het kinderdagverblijf het KaDeeke een gebouw dat de fantasie prikkelt. Atelier Kyoto ging voor een passiefgebouw met een doorgedreven aandacht voor duurzaam bouwen, een ecologisch materiaalgebruik en een beperkt energieverbruik. © Atelier Kyoto.

Vilvoorde zet sterk in op wonen in de stad. Een mooi voorbeeld is de Kantfabriek die projectontwikkelaar Imoya renoveerde tot 37 lofts. Met de verwerving van onder meer de achterliggende gebouwen breit Imoya nu een vervolgverhaal aan het project. In het Kantkwartier komen nieuwbouwlofts, diverse types appartementen en handelsruimten. Architect is Vincent Deketelaere van ArVD Architecture. © Imoya.

In 1879 kreeg Vilvoorde een nieuw station, gebouwd naar een ontwerp van architect Henri Fouquet. In 1906 werden drie sierlijke trapkooien met bijhorende luifels en glazen koepels aan de perrons toegevoegd, ter overdekking van de trappen. Die trapkooien zijn intussen aan een facelift toe. ARAT is belast met het opmaken van het restauratiedossier voor de trapkooien. © ARAT.

Met een nieuwe filmstudio voor onderwateropnames krijgt Vilvoorde er zowel een architecturaal hoogstandje als een extra troef als mediastad bij. In opdracht van Lites realiseert AR-TE 5 high end studio’s voor filmopnames, waaronder een spectaculaire waterstudio met een 9 meter diep duikbassin. Bij het onderwater zetten van de volledige studio wordt een wateroppervlakte van 1400 m² gecreëerd. © Lites en AR-TE.

De gebouwen K3 in het Kanaalpark, een onderdeel van het 100 ha grote herbestemmingsproject Watersite, zijn geënt op het park, het kanaal, de brug en de kade. Grote ramen, ruime terrassen en een brede promenade versterken de openheid en de relatie met de omgeving. Het ontwerp is van de tijdelijke vennootschap BOB361 architects en A33. Zij wonnen de door de private ontwikkelaar Virix uitgeschreven architectuurwedstrijd. © VIRIX en BOB361 architects, foto André Nullens.

Zicht op de Tuchthuissite met het gerenoveerde en als monument beschermde Tuchthuis en aanvullend een project voor meergezinswoningen. De stad gaf het Tuchthuis, een historische gevangenis uit 1779, in erfpacht aan ontwikkelaar Virix in ruil voor een grondige restauratie/renovatie. Voor de renovatie van het Tuchthuis tekenden architect/ontwerper Styfhals architecten in samenwerking met ELD partnership. © photo Koen Van Damme.

Met de Doening, een project in het kader van de DBFM Scholen van Morgen, kreeg Peutie een nieuwe kleuter- en basisschool. Links van het in het project geïntegreerde voormalige gemeentehuis kwam het inkomplein, rechts een groen voorpleintje en achteraan het nieuwe schoolgebouw en de nieuwe turnzaal. Alle gebouwen zijn met elkaar verbonden via luifels en een speelstraat, die uitgeeft op een speelterras dat aansluit op het speelbos. Ontwerp: BRUT+BO+HoeBA architectenassociatie. © BRUT en foto Steven Neyrinck.

Het nieuwe sport- en cultuurcentrum in Koningslo combineert een cultureel centrum met vergaderzalen en een polyvalente sportzaal met cafetaria, terras en kijkplatform naar de sportzaal. Een centraal ingebrachte dubbelhoge foyer verbindt de verschillende ruimtes en haalt licht en lucht naar binnen. Aan de straatzijde komt een veilige inkom met gescheiden verkeersstromen voor voetgangers en fietsers, parkeren kan in een ondergrondse parking. Ontwerp: BRUT. © BRUT.
PreviousNextVilvoorde is een stad van superlatieven. Met Watersite ontplooit zich hier het grootste stadsvernieuwingsproject van Vlaanderen, na Antwerpen-Zuid. Met een jaarlijkse bevolkingstoename van +1,5% vormt de stad de sterkste Vlaamse groeipool. Inzake diversiteit kunnen alleen Genk en Antwerpen wedijveren met de 122 nationaliteiten in Vilvoorde. En ondanks de ruime aanwezigheid van groen kent de stad de hoogste dichtheid in bebouwing na Antwerpen. Hoog tijd voor een gesprek met burgemeester Hans Bonte.
Groei is goed, aldus de heersende economische maxime. Maar groei heeft altijd een keerzijde, ook voor een stad. “Dankzij onze ligging trekken we heel diverse nieuwkomers aan: minvermogende families die het dure Brussel ontvluchten, forenzen die hier werken en de files beu zijn, mensen met de nodige middelen uit het hinterland die een onderkomen kopen in de nieuwe ontwikkelingen, verleid door het groen, het water, de rust en de nabijheid van Brussel en de luchthaven”, opent Hans Bonte het gesprek. “Maar de snelheid waarmee we groeien en veranderen zet de stedelijke dienstverlening onder druk: onderwijs, kinderopvang, speelruimte, sportinfrastructuur, huisvesting. Jaarlijks komen er 700 tot 750 inwoners bij, van wie 450 jonger dan 18 jaar. Dat betekent dat je jaar na jaar een extra middelgrote school nodig hebt. Je zou verwachten dat de Vlaamse overheid die problematiek onderkent en ondersteunt in plaats van alles aan de particuliere dynamiek over te laten. Maar doordat we geen centrumstad zijn, krijgen we jaarlijks slechts 11 miljoen euro aan overheidsgeld in plaats van 19 miljoen. Vandaar dat we naar het Grondwettelijk Hof zijn gestapt met de vraag om een einde te maken aan de ongelijke manier waarop de middelen uit het Gemeentefonds worden verdeeld en de steden worden geclassificeerd.”
Ook op de huisvestingsmarkt zijn de gevolgen nefast. De burgemeester: “Op de huurmarkt is de vraag groter dan het aanbod en moeten we ons wapenen tegen huisjesmelkerij en verhuurders die niet over de nodige middelen beschikken om hun eigendom conform de Vlaamse normen te onderhouden. Op de koopmarkt zijn de woningen in onze vele oude arbeiderswijken, opgericht naast de zware industrie die eind 18e, begin 19e eeuw het hart van onze stad innam, goedkoper dan de huizen in Brussel. Daardoor trekken zij een koperspubliek aan dat na de aankoop geen budget meer heeft om de broodnodige renovatiewerken uit te voeren. Ook overbewoning is een frequent voorkomend probleem. We beschikken over een stedelijke handhavingsdienst huisvesting die stevig optreedt in geval van onveiligheid, gebrek aan hygiëne en overbewoning. Tegelijkertijd stellen we een royaal premiestelsel ter beschikking om een onvergunde opdeling ongedaan te maken of woningen te isoleren. Als het niet de spuigaten uitloopt, hanteren we ook een gedoogperiode. Met die dubbele aanpak zijn we flink opgeschoten in het weren van wantoestanden. Tegelijkertijd hebben we een algemeen plan ontwikkeld voor de kwaliteitsverhoging van de huisvesting inzake isolatie en hernieuwbare energie. Je moet niet alleen de villawijkbewoners meekrijgen, maar ook de allochtone Vilvoordenaar die hier nog maar pas woont en geen Nederlands spreekt.”
Sociaal innoveren
De kwetsbare arbeiderswijken, de diversiteit aan bevolkingsgroepen en het duale socio-economische profiel van de inwoners maakt van Vilvoorde een testlaboratorium. Een boeiende proef die onlangs van start ging, speelt zich af in de wijk Broek, een resem kleine arbeiderswoningen aan de Harensesteenweg. “Broek, waar je de hele wereld terugvindt, leunt aan tegen het ambitieuze stadsontwikkelingsproject Watersite, de sanering en herwaardering van de industriële sites tussen het Zeekanaal Brussel-Schelde en de Zenne. Dat straalt positief af op de wijk. Om ook de zwakke inkomensgroepen de mogelijkheid te geven hun woningen op te waarderen tot de toekomstige duurzaamheidseisen, hebben we een stadsvernieuwingsproject in gang gezet dat als totaalaanpak innovatief is. De stad en de provincie kennen een renteloze lening van 30.000 euro toe, pas terug te betalen op het ogenblik dat de woning wordt vervreemd, lees: bij overlijden of verkoop. Bovendien geven wij 75% subsidie voor isolatiewerken en gevelvernieuwing, met een plafond van 7.500 euro. Maar wat volgens mij de doorslag geeft, is de individuele begeleiding. Wij stellen mensen vrij om families te contacteren in hun eigen taal, hen uit te leggen op welke ondersteuning ze kunnen rekenen inzake bv. groepsaankoop en hen aan de hand van de resultaten van energiescreenings te overtuigen om de stap naar renovatie te zetten.”
Ook inzake sociaal wonen verkent Vilvoorde nieuwe wegen. Burgemeester Bonte: “We beschikken over een ruim patrimonium aan sociale woningen. In nogal wat gevallen gaat het om concepten die bij de realisatie erg innovatief waren, zoals de sociale tuinwijk naar Engels model in de wijk Far West, met individuele moestuinen en collectieve ruimtes. Dergelijke concepten bevorderen de sociale samenhang, doen vandaag weer opgeld en zijn sterk in trek bij een jeugdig, hip publiek. De kwaliteit van die woningen beantwoordt weliswaar niet aan de huidige comfort- en energienormen, maar de stad verzet zich tegen een doorgedreven sloop omdat wij de historiek willen valoriseren. Evengoed hebben wij in Houtem een wijk met 450 woningen die ver weg van alles is ingeplant, zodat de bewoners de indruk hebben dat ze compleet geïsoleerd zitten. Bovendien laat de bouwkwaliteit daar stevig te wensen over. Er wacht ons dus een grote stedelijke en architecturale uitdaging wat sociaal wonen betreft.”
“Door het grote patrimonium van circa 2000 woningen en het structureel tekort aan subsidies legt de huisvestingsmaatschappij zich vooral toe op renovatie en vernieuwbouw. Die taak wordt bemoeilijkt door het recht op koop van zittende huurders, want de versnipperde aanwezigheid van eigenaars betekent een drempel voor collectieve renovaties en trekt het percentage van sociale woningen naar beneden. Gezien de krimpende huurmarkt en de hoge woonkwaliteit die de sociale huisvestingssector oplegt, zijn huurders uit de private markt tuk op een sociale woning en groeien de wachtlijsten sterk aan. Het Vlaams beleid, dat inzet op een tijdelijk huurcontract, staat dan weer haaks op ons streven naar sociale wijken waar je naast de laagste inkomens en passanten ook mensen hebt die zich verankeren, verenigingen oprichten en buurtevenementen organiseren.”
Legt de stad ontwikkelaars bepaalde verplichtingen op met betrekking tot betaalbaar wonen? “Wij hebben de regeling betreffende sociale lasten uit het grond- en pandendecreet, die is vernietigd, hersteld in ons gemeentelijk reglement. De invulling daarvan kan via twee sporen: de huisvestingsmaatschappij of het sociaal verhuurkantoor. Tegenwoordig geven we de voorkeur aan die tweede oplossing, omdat onze handen dan minder gebonden zijn wat woontypes, doelgroep en dergelijke betreft en we de huisvestingsmaatschappij een aantal administratieve beslommeringen uit handen nemen waarvoor ze niet optimaal georganiseerd zijn. Maar net zoals de huisvestingsmaatschappijen ontbreekt het de SVK’s dikwijls aan administratieve slagkracht. Daarom bestuderen we nu de oprichting van een eigen stedelijk SVK.”
Tijdelijk anders bestemmen
Dat de zware industrie zich twee eeuwen geleden in het hart van de stad nestelde, vormt vandaag een opportuniteit. Hans Bonte: “Ook hier volgen we een dubbel spoor. Enerzijds heffen we zware taksen op leegstand. Anderzijds zijn we heel soepel in ons TAB-beleid, wat staat voor ‘tijdelijk anders bestemmen’. We staan open voor een tijdelijk gebruik van oude industriële structuren, met het oog op een toekomstige herbestemming die past in het stedelijk ruimtelijk beleid.”
Het bekendste en grootste herbestemmingsproject is Watersite, een circa 100 ha groot gebied langsheen het Kanaal waarvoor XDGA (Xaveer De Geyter Architects) in 2006 een stedenbouwkundige conceptstudie maakte. Het eerste deelproject, Kanaalpark, is vandaag een aangename parkomgeving met woningen, kantoren en voorzieningen rond het Tuchthuis, een historische gevangenis uit 1779. De stad gaf dit Tuchthuis in erfpacht aan ontwikkelaar Virix in ruil voor een grondige restauratie/renovatie. Volop in ontwikkeling is het deelproject de 4 Fonteinen. Andere blikvangers zijn de Kruitfabriek, een voormalige buskruitfabriek die nu als cultureel geïnspireerde shelter fungeert, en L’Industrielle, een voormalig bedrijvencentrum in gewapend beton waarin vandaag de thuishaven van Woestijnvis is ondergebracht.
Tegen het Kanaalpark leunt ook het gloednieuwe WZC Filfurdo van het OCMW aan, waarin diverse functies en partners de handen in elkaar slaan: zorgwonen, kinderdagverblijf, lokaal dienstencentrum, dagverzorgingscentrum en grootkeuken. “Wij leggen de lat hoog voor private ontwikkelaars, maar ook voor onszelf. Op een zwaar vervuild terrein hebben we hier geïnvesteerd in sterke architectuur en aangename publieke zones. Voor de aangrenzende bedrijven langs de Havenstraat trachten we, in samenspraak met de Participatiemaatschappij Vlaanderen, een grondenbank te creëren. Bedoeling is dat alle eigenaars hun gronden daarin brengen, en dat we een ruimtelijke visie vastleggen in een RUP (ruimtelijk uitvoeringsplan) en zo het hele gebied een meerwaarde geven die dan eerlijk wordt verdeeld onder de participanten. Ook daar nemen we onze verantwoordelijkheid. Omdat het aandeelhouderschap van de Blauwe Loods, een voormalige transformatorfabriek, een inbreng bemoeilijkt, zullen we dat gebouw trachten te onteigenen.”
Projecten voor morgen
Welke projecten wil de burgemeester de volgende legislatuur graag gerealiseerd zien? “Hoewel de snelheid waarmee we vergunningen uitreiken vandaag al heel wat collega’s verbaast, zou de dynamiek van Watersite best een versnelling hoger mogen. Momenteel liggen er alvast twee nieuwe vergunningsaanvraagdossiers op tafel. De sanering vormt ook een obstakel, omdat de Vlaamse budgetten ontbreken en Vlaanderen er geen oren naar heeft dat private investeerders de saneringskost zouden voorschieten en achteraf recupereren.”
“Verder willen we de Asiat-site verwerven, een oud legerterrein van 5,7 ha ten noorden van de stad waar we op relatief korte termijn de bestaande bebouwing en infrastructuur kunnen benutten om onze stedelijke diensten op te krikken met scholen, sportinfrastructuur en ambachtelijke startersbedrijven. Het gebied dat daarbij aansluit, de EON-site, is dan weer een ideaal recreatiegebied met een eigen identiteit dankzij de twee bekende koeltorens. Met een tweetal bruggen over de Zenne zou dat gebied mooi aansluiten bij de Asiat-site.”
“Een gebied met veel potentieel is de CAT-site, 20 ha achter het station waar in principe het nieuwe ziekenhuis komt. Maar het ziekenhuis kijkt voorlopig de kat uit de boom gezien de onduidelijkheid over de Vlaamse en federale financiering. Bovendien is het GRUP VSGB in het zog van de affaire Uplace vernietigd, zodat de helft van het gebied momenteel opnieuw de bestemming industriegrond heeft. Onze vraag om dat recht te zetten, blijft onbeantwoord omdat niemand aan het oude brownfieldconvenant met Uplace durft te raken. Interesse is er genoeg, maar bij gebrek aan rechtszekerheid moet ik potentiële investeerders teleurstellen.”
Een kluif apart blijft Buda, het terrein onder het fameuze viaduct van Vilvoorde. “We hebben een overlegstructuur opgezet met alle overheden die daar een vinger in de pap hebben, maar vooralsnog komen daar geen vernieuwende voorstellen op tafel. Men gewaagt van een nieuw, hedendaags industriegebied en van een logistieke hub van waaruit Brussel dan kan worden bevoorraad met kleine wagens. Maar voor een invulling die extra verkeer creëert, vind je volgens mij geen draagvlak meer in die al zo zwaar door mobiliteitsproblemen geteisterde regio. Ik begrijp best dat Brussel geen vervuilende dieselwagens meer wil, maar wij liggen evengoed wakker van het leefmilieu. We zouden beter het Kanaal en de dichte spoorinfrastructuur optimaal benutten voor transportdoeleinden. Daarom ben ik ook zo gebeten op het distributiecentrum van BPost langs het water aan de Budabrug. Ik heb nog geen enkele postzak over het water zien komen, terwijl die arbeidsintensieve activiteit wel een heleboel extra verkeer van werknemers genereert.”
Economisch hart
Economisch boert Vilvoorde uitstekend dankzij de centrale ligging vlakbij Brussel en de luchthaven. “Momenteel werken er in Vilvoorde meer mensen dan ooit voorheen. We herbergen wereldspelers en staan heel sterk in uiteenlopende sectoren: machinebouw, voedingsindustrie, media, logistiek. Omdat Brussel uit zijn voegen barst, krijgen wij ook veel kandidaten voor een vestiging langs de Schaarbeeklei over de vloer. Een mooie nieuwkomer die wij als stadsambassadeur willen aanstellen is Ecoworks, gespecialiseerd in groengevels, groendaken en zwemvijvers.”
“Tegelijkertijd hebben we een structureel werkloosheidscijfer van 10%. Dat typisch grootstedelijk probleem is te wijten aan de vele laaggeschoolde en vooral allochtone werkzoekenden die veel minder kans hebben op de arbeidsmarkt. Die werkloosheid heeft ook consequenties. Onze betrokkenheid in het federale Kanaalplan maakt dat wij momenteel het oude industriële bekken van de kanaalzone screenen. Daarbij stoten we op fenomenen als zwartwerk, mensen zonder papieren, overtredingen van de milieureglementering en soms criminele activiteiten, bijvoorbeeld autokarkassen die gevuld met elektronisch afval richting Noord-Afrika worden verscheept.”
“Onze ligging stelt ons anderzijds voor de wellicht allergrootste uitdaging voor morgen: het klimaat en het leefmilieu. De nabijheid van autowegen, het viaduct, de vliegtuigen en de eeuwige verkeerscongestie creëren een problematiek van fijn stof, die je economisch misschien kunt weg relativeren, maar waarvoor er steeds minder maatschappelijk draagvlak bestaat. Maatregelen treffen is, zoals ik daarstraks al heb geschetst, extra moeilijk door onze diversiteit – gezien de taalwetgeving mogen wij alleen in het Nederlands communiceren – en door het duale socio-economische profiel van de bevolking, van wie je iedereen moet meekrijgen. Tot slot is er het oude patrimonium: wonen draagt in belangrijke mate bij tot de klimaatproblematiek. Precies daarom investeert de stad jaarlijks bijna een miljoen euro in het upgraden van het woningenbestand. Dat is meteen een sociale maatregel die de allerzwaksten ten goede komt.”
Net zoals zijn voorganger, wijlen Jean-Luc Dehaene, is Hans Bonte een naar Vilvoorde uitgeweken West-Vlaming. Een migrant tussen de migranten, zegt hij zelf. “Er wonen hier amper mensen die kunnen beweren dat hun grootvader en grootmoeder hier geboren zijn. Ik ben hier 23 jaar geleden gekomen op vraag van de toenmalige partijvoorzitter Louis Tobback om de partij weer op de rails te zetten. Maar eenmaal je hier landt, ga je niet meer weg. Zoals Jacques Brel die hier om de hoek in de Luminor altijd pinten kwam drinken, zei: ‘La difficulté pour aller de Vilvorde à Hong Kong, ce n’est pas d’aller à Hong Kong, c’est de quitter Vilvorde’.”
Door Colette Demil en Staf Bellens
“De snelheid waarmee we groeien en veranderen zet de stedelijke dienstverlening onder druk: onderwijs, kinderopvang, speelruimte, sportinfrastructuur en huisvesting. Jaarlijks komen er 700 tot 750 inwoners bij, van wie 450 jonger dan 18 jaar. Dat betekent dat je jaar na jaar een extra middelgrote school nodig hebt.”
“We hebben een algemeen plan ontwikkeld voor de kwaliteitsverhoging van de huisvesting inzake isolatie en hernieuwbare energie. Je moet niet alleen de villawijkbewoners meekrijgen, maar ook de allochtone Vilvoordenaar die hier nog maar pas woont en geen Nederlands spreekt.”
“Het Vlaams beleid, dat inzet op een tijdelijk huurcontract, staat haaks op ons streven naar sociale wijken waar je naast de laagste inkomens en passanten ook mensen hebt die zich verankeren, verenigingen oprichten en buurtevenementen organiseren.”
“We staan open voor een tijdelijk gebruik van oude industriële structuren, met het oog op een toekomstige herbestemming die past in het stedelijk ruimtelijk beleid.”
“Wonen draagt in belangrijke mate bij tot de klimaatproblematiek. Precies daarom investeert de stad jaarlijks bijna een miljoen euro in het upgraden van het woningenbestand. Dat is meteen een sociale maatregel die de allerzwaksten ten goede komt.”
“Onze ligging stelt ons voor de wellicht allergrootste uitdaging voor morgen: het klimaat en het leefmilieu. De nabijheid van autowegen, het viaduct, de vliegtuigen en de eeuwige verkeerscongestie creëren een problematiek van fijn stof, die je economisch misschien kunt weg relativeren, maar waarvoor er steeds minder maatschappelijk draagvlak bestaat.”