@HOME  
Dimension 58 – november 2020

“Architectuur wordt beleefd in de tijd, niet geconsumeerd”

LAVA Architecten – Pieter Meuwissen, Tomas Liekens en Thomas Delauré

Een afspraak met LAVA Architecten betekent een duik in de geschiedenis. Hun werkplek in de Leuvense Parijsstraat heeft immers een unieke genius loci. Ooit was ze de stadswoning van Hendrik Rega, professor geneeskunde en rector van de Leuvense universiteit in het tijdperk van de Habsburgse Nederlanden. Rega breidde de universiteitshal uit met de naar hem genoemde vleugel (1723-25), liet de eerste farmaceutische plantentuin (1738) aanleggen in Leuven en gaf opdracht voor de bouw van het anatomisch theater (1744). Maar we zijn hier voor een gesprek over het hic et nunc met zaakvoerders Pieter Meuwissen, Tomas Liekens en Thomas Delauré.

Wie hic et nunc zegt, zegt Corona. “De luwte van de voorbije maanden hebben we benut om de talrijke overheidsopdrachten die werden gepubliceerd grondig te screenen, onze kandidatuur te stellen voor interessante opdrachten en wedstrijddossiers klaar te stomen. Nu concentreren we ons op de lopende of op te starten werven en onderzoek. Zopas kregen we groen licht voor de restauratie en herbestemming van het Rommelaere Instituut in Gent, een neogotisch gebouw van toenmalig stadsarchitect Louis Cloquet. Daarvoor zijn we in een samenwerkingsverband gestapt met restauratiespecialist Team Van Meer, studiebureau Bollinger+Grohmann voor de stabiliteit en Studiebureel Heedfeld voor de technieken. Het ruime programma omvat onder andere faciliteiten voor training, meetings en recepties, een studentenrestaurant en kantoren. Dat fraaie gebouw, waarin de stadsarchitect indertijd duidelijk zijn kunnen heeft geëtaleerd, een hedendaagse duurzaamheid en een integrale toegankelijkheid schenken, wordt een mooie kluif.”

Wat staat er nog op de planning? Een beperkte greep uit enkele Leuvense projecten: de start van het CO2-neutrale cultureel-educatieve centrum Parksite, waar ze een voormalig klooster van Victor Broos uit de jaren ’30 integreren, de oude kapel transformeren tot theaterzaal en een passieve nieuwbouw plaatsen. De Dijledelta-ontwikkeling met de verbouwing van de voormalige watertoren van de Artoisbrouwerijen tot vier woningen, aangevuld met een nieuw appartementencomplex. De nieuwe vleugel voor het Paridaensinstituut, een project dat kadert in Scholen van Morgen.

Van achterbouw naar platform

Maar eerst nog een beetje – zij het recente – historiek. De ontwerpbron van Lava ontsprong in 2008, toen Pieter Meuwissen en Leo Van Broeck hun architectenbureau VBM opsplitsten en de lopende projecten in twee deelden. “Met vier vennoten die elkaar kenden van het vorige bureau, geflankeerd door twee medewerkers, zijn we hier in de achterbouw van start gegaan. Wim Goossens, de vierde van ons kwartet, koos na enkele jaren voor een academisch pad. De gestage groei maakte dat we in 2012 de volledige eerste verdieping van dit pand in beslag namen met ons zelf ontworpen kantoormeubilair: een mooi moment. De laatste jaren telt het team gemiddeld 20 koppen: architecten, ingenieur-architecten, een interieurarchitect, een ruimtelijk planner en een vaste administratieve kracht.”

Verder groeien is zeker geen doel op zich, maar ook niet per definitie uitgesloten. “We mikken op voldoende grote projecten met een hoge complexiteitsgraad in de domeinen woningbouw, sociaal wonen, cultuur, zorg, scholen en werkplekken. Om dergelijke opdrachten te kunnen behappen, geven wij momenteel de voorkeur aan een samenwerking met andere architectenbureaus. Dat kan gebeuren vanuit diverse motivaties: om boeiende stedelijke opdrachten te verwerven, de benodigde expertise aan boord te halen, de juiste referenties te kunnen voorleggen in wedstrijden, verplaatsingen naar ver gelegen werven te beperken.”

Ontwerpfilosofie

Naar aanleiding van hun tienjarig bestaan maakten de zaakvoerders van LAVA tijd vrij voor een reflectieoefening die uitmondde in een explicitering van hun impliciet aanwezige ontwerpfilosofie. De neerslag daarvan bundelden ze in een speels boekje (“LAVA is dada”) waaruit ook de titel van deze bijdrage is opgevist. Een tip: de lezer vindt hun ontwerpbespiegelingen eveneens terug op hun website. “Architectuur moet ruimte met een sociale dimensie creëren, die prikkelt tot een breed scala aan menselijke activiteiten. Wij ontrafelen altijd een programma om het specifieke dna te isoleren en dat dan vorm te geven. Voor die vormgeving fragmenteren wij elke opdracht tot een module op mensenmaat – een klas in een school, een kamer in een zorginstelling – die voldoende klein is om dens te ontwerpen. Daardoor krijgen we veel vrije ruimte, zodat zelfs omvangrijke programma’s nooit uitgroeien tot grote gebouwen en zich stedelijk gemakkelijk laten integreren. Kenmerkend voor onze projecten is ook het gemeenschapsvormende karakter. Zo hebben we het politiekantoor in Mol bewust helemaal achteraan op het terrein geplaatst, zodat er een groot parkplein ontstond dat als kruispunt fungeert voor de leerlingen van de omliggende scholen. Dat een lokale overheid een dergelijk parkplein onderhoudt, is een duidelijk gemeenschapsvormende geste. We hebben het gebouw op een sokkel gezet, waardoor we de verplichte omheining van twee meter hoog konden ontwijken. In plaats van het complexe programma horizontaal te spreiden om tot de beoogde relaties te komen, hebben we de functies gestapeld waardoor het gebouw relatief klein is. Een vide die trapsgewijs omhoog klimt in het gebouw creëert ontmoetingsplekken en relaties en activeert de verschillende functies.”

Continue vernieuwing

Jezelf als architectenbureau blijven vernieuwen: het staat hoog op de agenda bij LAVA Architecten. “Sinds enkele jaren telt onze portfolio bv. projecten voor mensen met een al dan niet aangeboren hersenafwijking. Daar moet je een antwoord zoeken op een levensvraag die heel basic is, wat een boeiend traject oplevert.”

Een lopend initiatief dat zich in diezelfde zoektocht naar continue vernieuwing inschrijft, is het BWMSTR-Label 019 ‘Plaatsen van solidariteit in de publieke ruimte’. “Voor het label kon je kandideren met een eigen onderzoeksthema. In samenwerking met onze medewerker Sander Van Duppen, die ook actief is in het bureau RuimteVeldWerk dat zich zoals de naam al verklapt focust op de zoektocht naar een plek voor moeilijke doelgroepen in een stedelijke publieke omgeving, schoven we de problematiek van transmigranten voorop. Wat kan een architect inbrengen om de dikwijls schrijnend inhumane toestanden die passeerden, te verbeteren via ingrepen in de publieke ruimte? Eerst hebben we alle bestaande infrastructuur in Vlaanderen geïnventariseerd. Dan hebben we via een scenario based design proces, waarvoor we begeleiding kregen van KULeuven-experts en input van vrijwilligers, omwonenden en transmigranten zelf, personae gecreëerd, fictieve personages. Als derde fase doen we nu aan ontwerpend onderzoek, uitgaande van die personae.”

“Architectuur moet ruimte met een sociale dimensie creëren, die prikkelt tot een breed scala aan menselijke activiteiten.”

 

Hun denkwerk rond klimaatverandering past ook in bovenstaand innovatierijtje. “De tot nu toe overwegend technologische benadering vormt al lang een evidentie in onze ontwerpen, maar wij vinden andere aspecten eigenlijk belangrijker. Het sociale, om te beginnen. Wij geloven in de kracht van een intelligente cascomodule die, soms niet beredeneerd maar en stoemelings, resulteert in een mix van functies. In een stedelijke context is de relatie interieur/exterieur een belangrijke factor om hitte-eilandeffecten te voorkomen. Voor gevels zoeken wij naar een organische koppeling aan de omgeving, om klimaateffecten zoals zomerse oververhitting te milderen en de biodiversiteit te vrijwaren of te verbeteren.”

Circulair avant la lettre

Ook het trending circulair bouwen is voor de ontwerppraktijk van LAVA een evidentie. Al in 2001 ontwierpen ze voor de gemeente Bonheiden een administratief centrum waar aanpassingen en functiewijzigingen mogelijk zijn zonder breekwerk, dankzij de modulaire opbouw, het gevelconcept en het gebruik van verhoogde vloeren. Vaste en losse, handmatig bedienbare luiken in strekmetaal reguleren de zoninval. Toen enkele jaren later als tweede fase van de opdracht aangrenzend een bibliotheek werd gebouwd, besloot de gemeente een aantal vaste luiken te vervangen door mobiele en de weggenomen exemplaren te hergebruiken voor de bib. “Het positieve van het recente inzicht om te evolueren naar een circulaire economie is dat dit gedachtengoed meer en meer gedragen wordt door een breed publiek, ook door opdrachtgevers. Dit motiveert ons om in al onze toekomstige projecten een hoge graad van circulariteit te bedenken, ook voor sectoren waar dit voorheen minder evident leek. Zo hebben we recent het ontwerp voorgesteld voor een zorgproject waar enkel het betonskelet vast blijft maar al de andere bouwcomponenten demontabel ontworpen zijn.”

“Het positieve van het recente inzicht om te evolueren naar een circulaire economie is dat dit gedachtengoed meer en meer gedragen wordt door een breed publiek, ook door opdrachtgevers.”

 

“Een boeiend onderzoek dat jammer genoeg niet tot een concrete realisatie leidde maar uiteraard deel blijft uitmaken van onze knowhow, is ons concept voor een gemeenschapscentrum op de stadsakker van Tienen, waar stadsbewoners in ruil voor een lidmaatschap vrij groenten kunnen oogsten. Omdat het gebouw er slechts tien jaar zou staan, hebben we een compleet demonteerbaar geheel ontworpen. De funderingen waren losschroefbaar, de EPDM werd bevestigd met latten en niet gelijmd, de modulaire gevels bestonden uit massief hout, afgestemd op een optimaal transport en werden geleased zodat de fabrikant ze achteraf elders kon inzetten. Jammer genoeg besloot de eigenaar van de site, het ziekenhuis, om daar een uitbreiding te realiseren, zodat de vergunningsaanvraag op de valreep werd geweigerd.”

“Wij vinden het zo vanzelfsprekend om dergelijke uitdagingen aan te gaan, dat we er eigenlijk niet mee uitpakken. Bij de start van het bureau was dat ook een van onze beschouwingen: reputatie boven publicatie. Inhoudelijke waarde primeert boven publicatiewaarde. Maar we beseffen dat een meer zichtbare aanwezigheid de aangewezen manier is om deel te nemen aan het debat. Daar hebben we nog werk voor de boeg.”

Interne organisatie

Het bureau is geënt op een sterk horizontale relatie, waarin niet leeftijd of ervaring maar de kracht van een idee de doorslag geeft. Dossiers worden behandeld door een projectleider/bestuurder, geruggensteund door een projectmentor/bestuurder die fungeert als klankbord en indien nodig als back-up. De projectarchitect/medewerker wordt op zijn beurt gestut door de projectleider, zodat de continuïteit verzekerd blijft als er iemand tijdelijk uitvalt of een andere horizon opzoekt. Om de workload verteerbaar te houden voor de drie bestuurders, mikken ze op wat grotere projecten, die het ook mogelijk maken om dieper te graven. De helft van hun tijd gaat op aan managementtaken, die op een natuurlijke manier verdeeld zijn maar een grote overlap kennen en dankzij het onderlinge vertrouwen geen lange bestuursvergaderingen vergen. Pieter speurt naar interessante kandidaturen, Tomas bewaakt de planning en de HR, Thomas neemt onder andere de IT voor zijn rekening. BIM is goed ingeburgerd in het bureau en Thomas beschikt over een vergunning om een drone te besturen, wat bv. interessant kan zijn voor gebouwinspecties om de hoeveelheid uitgegraven grond te controleren of een realistische rendering te maken van het uitzicht van op een hoog terras. Maar evengoed vormt de maquettekamer een essentieel onderdeel van het bureau, zij het dat ook daar moderne technologie wordt ingezet om tijd te winnen, tot 3D-printing toe als het om speciale ontwerpen of opdrachten gaat.

“Een pijnpunt bij wedstrijden is de vraag naar referenties, die soms wordt verengd tot projecten van maximaal drie jaar oud. Als architectenkorps moeten we ook dat punt hoog op de agenda met prioriteiten weten te krijgen.”

 

Kennisoverdracht is een van de grote uitdagingen in een architectenbureau, weten de mensen van LAVA. Daarom krijgt iedereen de kans om opleidingen te volgen, op voorwaarde dat hij of zij nadien een resumé geeft aan de collega’s. Een strikte planning waakt erover dat iedereen in aanraking komt met alle facetten van een architectuuropdracht.

Bedrijfscultuur

Op office manager San na zijn alle medewerkers zelfstandigen. Deze keuze sluit aan bij de wijze van werken en maakt bijvoorbeeld bij het deelnemen aan wedstrijden meer flexibiliteit mogelijk. Medewerkers worden gestimuleerd om verantwoordelijkheid te nemen zodat elk project gezamenlijk gedragen wordt. ’s Middags wordt iedereen getrakteerd op soep en een broodjesmaaltijd. “Aan die grote tafel deelt iedereen zijn interesses, lectuur en visie op allerlei brandende en minder actuele thema’s, zodat je elkaar intellectueel bevrucht en er een eigen bureaucultuur ontstaat.” Tot die cultuur hoort ook een rationele en duurzame mobiliteit: de werfopvolging gebeurt via het openbaar vervoer en Blue-bike fietsen of als het niet anders kan met een Cambio abonnement. Momenteel bestuderen ze de aankoop van elektrische plooifietsen. Twee keer per jaar wordt tijd vrijgemaakt voor de inspirator: een gezamenlijke uitstap naar interessante projecten of andere bestemmingen. “De voorbije winter gaf een gids ons een rondleiding in het Zoniënwoud. Hij vertelde hoe er twee variëteiten van vleermuizen waren ontstaan omdat die dieren een doorsteek met felle straatverlichting niet durfden te kruisen. Dat kwam toevallig aan de oppervlakte toen een deel van de verlichting enkele dagen was uitgeschakeld ten gevolge van een panne, en de vleermuisgroepen elkaar plots weer opzochten. Heel symbolisch …”

Selectief in wedstrijden

Het kwam al enkele keren ter sprake: wedstrijden zijn voor LAVA Architecten de belangrijkste motor om projecten te verwerven. “Een investering, want als je wordt geselecteerd, presteer je al snel 500 tot 1.000 werkuren. Kieskeurig zijn is dan ook de boodschap. We weten hoeveel we jaarlijks mogen investeren in wedstrijden en met ons slaagpercentage zit het voorlopig snor. Een wedstrijd moet voor ons professioneel georganiseerd zijn, in meerdere stappen verlopen, een goede jury inzetten en voorzien in een minimale – zij het meestal nog altijd symbolische – vergoeding. Ook mag het ereloon geen te zwaar doorwegend criterium vormen. Positief is dat opdrachtgevers vaker geneigd zijn de ultieme selectie tot drie bureaus te beperken, waardoor je slaagkansen serieus toenemen. Ook voor herhaling vatbaar: een uitschrijver van een wedstrijd weigerde een inschrijving omdat ze 20% onder de gemiddelde inschrijvingsprijs zat. Ook de selectie van een aannemer blijft een knelpunt. Alternatieve aanbestedingen kunnen uitkomst bieden, maar in dat geval moeten wij de opdrachtgever extra begeleiding bieden, omdat bestekken allemaal afgestemd zijn op een aanbesteding voor de laagste prijs. Misschien kan een systeem waarin de hoogste en de laagste inschrijving per definitie sneuvelen daar zinvol zijn. Een ander pijnpunt is de vraag naar referenties, die soms wordt verengd tot projecten van maximaal drie jaar oud. Als architectenkorps moeten we ook dat punt hoog op de agenda met prioriteiten weten te krijgen.”

Vallen wedstrijden wel te rijmen met het belang van het traject waarop LAVA Architecten zo sterk hamert? “Wij presenteren sowieso een soort toolbox van flexibele casco’s, waarin alle ruimte is om met de bouwheer en gebruiker een set van verhaallijnen te ontwikkelen. Uiteraard hangt het van de opdrachtgever af of hij daarin wil meegaan.”

We ronden af met een blik op de toekomst van/voor de architect. “De Architectenwet is dringend aan een update toe, die een compleet nieuwe invulling geeft van de vragen rond het monopolie, de aansprakelijkheid, de administratieve werklast, de vergoedingen, de wedstrijden en ga maar door. Maar een deel van de oplossing zal ook van de sector zelf moeten komen. Waar we vandaag meestal het zwakke broertje zijn, moeten wij sterke ondernemingen en een dito netwerk uitbouwen zodat we een evenwaardige plek naast de aannemer kunnen inpalmen. Want uiteindelijk bouwen wij heel graag.”

www.lava-architecten.be

Door Colette Demil en Staf Bellens