REGIO IN DE KIJKER
Dimension 50 – november 2018
Regio in de kijker: WVI
“Wij zijn een kennisplatform”

De oude industriële Suikerfabriek-site In Veurne wordt herbestemd tot het Suikerpark en de Suikerfabriek. In het Suikerpark staan groen, flexibiliteit, diversiteit en betaalbaarheid centraal. De ontwikkeling omvat woningen en winkelzaken, complementair aan de binnenstad, een wijkplein en ruimte, coaching en financiële steunmaatregelen voor startende ondernemers en bedrijven. Dat alles wordt gerealiseerd rond een recreatieve vijver in een uitgestrekt stadspark. De Suikerfabriek staat voor 18 ha nieuwe ruimte voor een kwaliteitsvol en duurzaam bedrijventerrein. Dankzij het natuurlijke reliëf van de site is dit deel van de site slechts gefilterd zichtbaar vanuit het natuurpark. © ION – www.suikerfabriek.be I www.suikerpark.be

De voormalige militaire basis van Sijsele die al een tijdje leegstaat, wordt omgevormd tot een nieuwe wijk voor wonen, werken en ontspannen. Via de Oproep WinVorm werd de opdracht voor een ontwikkelingsplan toegekend aan OTO landscape architecture | Ziegler Brandhorst die het project momenteel verder verfijnen, rekening houdend met de wensen van de burgers. De ambities mikken onder meer op vernieuwende horecaconcepten, jeugdlogies, sport en ruimte voor het verenigingsleven. © OTO – Ziegler Branderhorst


Het bedrijventerrein Transvaal in Waregem is een reconversie van een oude site van Sofinal, die werd omgevormd tot een aantal percelen en een bedrijfsverzamelgebouw. Dat laatste is onderverdeeld in modules van 370 tot 600 m². Hierin bevinden zich een communicatiebureau, een architectenbureau, stockage voor oldtimers, opslag en verwerking van isolatiemateriaal, een digitale drukkerij, een groothandel van alternatieve-energiecomponenten, opslag en verkoop van stallingen en groendaken en enkele geclusterde stadsdiensten. © COUSSÉE & GORIS architecten

Op het bedrijventerrein Hille Zuid in Wingene werd een multifunctioneel bedrijfsverzamelgebouw ingeplant als antwoord op een schaarste aan bouwrijpe terreinen en de behoefte aan kleinere bedrijfsruimten. Het complex bestaat uit twee gebouwen in een eenvoudige vormentaal, gevelopvatting en materialisatie, opgetrokken uit duurzame materialen. Het eenvoudige, rechthoekige grondplan laat een efficiënt ruimtegebruik en optimale opsplitsbaarheid in modules toe. Parkeren gebeurt aan de randen van de site, zodat de centrale ruimte volledig kan worden benut voor de inplanting van de gebouwen, wegenis en manoeuvreerruimte. © B2Ai – Fotograaf Klaas Verdru

De Nieuwe Molens in Brugge is een strategisch stedelijk reconversieproject met kwaliteitsvolle woon- en gemengde centrumfuncties voor de oude industriële maalderij De Nieuwe Molens aan de Kolenkaai in het Stubbenkwartier. © Atelier 4 - © buro voor vrije ruimte

Om in te spelen op de vraag naar kleine oppervlaktes beslisten de gemeente Ingelmunster en WVI om via een kleine uitbreiding van het lokaal bedrijventerrein Ringzone een bedrijfsverzamelgebouw te realiseren. © URA Yves Malysse Kiki Verbeeck

Het woonproject Heulebrug in Knokke-Heist (Heist) is een samenwerking tussen de gemeente Knokke-Heist, WVI en VT-Invest. © Duany Plater-Zyberk & Co i.s.m. Leon Krier
PreviousNextArchitecten die actief zijn in de provincie West-Vlaanderen, komen vroeg of laat in aanraking met de West-Vlaamse Intercommunale WVI. Voor haar 54 gemeenten/aandeelhouders voorziet WVI in een brede dienstverlening, waarin gedeeltelijk ook architecten betrokken partij zijn. Zo riep WVI in samenwerking met enkele partners onder de noemer WinVorm (West-Vlaanderen in Vorm) een lezingenreeks, een Kwaliteitskamer en een architectuurwedstrijd in het leven. Verder staat de intercommunale in voor de ontwikkeling van bedrijfsterreinen en woonprojecten en ondersteunt ze de deelnemende gemeenten bij hun ruimtelijk beleid.
Meer toelichting over de werking van en de toekomstige uitdagingen voor WVI krijgen we van algemeen directeur Geert Sanders, directeur Patrick Zutterman die de dienst projectontwikkeling en projectregie in goede banen leidt, en David Vandecasteele die verantwoordelijk is voor de afdeling ruimtelijk beleid.
Naar omzet is de ontwikkeling van bedrijfsterreinen en woonprojecten de belangrijkste poot, geven Patrick Zutterman en Geert Sanders mee. Maar de individuele dienstverlening aan de gemeenten op het vlak van ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, natuur, klimaat en energie creëert de grootste workload en vergt dan ook de inzet van twee derden van de circa 90 medewerkers.
Kijkend naar morgen zien de gesprekspartners een groeiende aandacht voor klimaat en energie. “Heel wat West-Vlaamse gemeenten hebben het Burgemeestersconvenant ondertekend en doen een beroep op onze ondersteuning om de EU-2030 doelstellingen te realiseren. Steeds meer gemeenten willen ook renovatiecoaches delen om de ingrijpende energetische renovatie van het lokale gebouwenbestand in goede banen te leiden. Recent hebben we voor die taken extra mensen aangeworven.”
“Een actueel thema waarvoor we momenteel onze eigen rol definiëren, is de smart city. Op dit ogenblik denken de West-Vlaamse gemeenten daar nog maar in beperkte mate proactief over na. Wij willen een kennisplatform opzetten dat naast duurzaamheid ook de technologische aspecten van de smart city integreert, vertrekkende vanuit reële noden, bv. inzake mobiliteit of het gebruik van open ruimte. Zo hoeft een gemeente die morgen een smart initiatief wil ontwikkelen, niet telkens het warm water heruit te vinden.”
Ruimtelijke visievorming
Een andere krachtlijn voor morgen is de regionale aanpak van de ruimtelijke ordening en planning. Het nieuwe Vlaamse ruimtelijk beleid wil dat er vanaf 2040 geen extra open ruimte meer wordt ingenomen, en zet daarvoor in op verdichting, hergebruik, reconversie en functieverweving. Dat alles wordt uitgezet op een raster van knooppunten van openbaar vervoer en een voldoende groot aanbod aan faciliteiten en voorzieningen. David Vandecasteele: “Die lijnen interregionaal invullen wordt de opdracht, met aandacht voor de lokale accenten en met behoud van de kwaliteit van een dorpskern. Onze gemeenten voelen al langer de druk op hun kernen en zijn vragende partij voor verdichting en reconversie op maat van de dorpskern met aandacht voor de potenties van een plek voor wonen, sport, recreatie, speelpleintjes, fietsdoorsteken, water, groen, publieke en open ruimte. Ze beseffen dat ze een bredere visie nodig hebben waarin de eisen van de gemeenschap en de gemeente worden geëxpliciteerd, om er zo voor te zorgen dat verdichting hand in hand gaat met ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de gemeenschap. Je hebt vandaag een kader nodig voor de ontwikkeling van een site die pas morgen gekend is. Als een gemeente dat kader proactief op tafel kan leggen, is iedereen bereid daarin mee te stappen. Maar als je pas in een latere fase wensen vooropstelt, zijn die niet meegenomen in de programmering en in de kostprijs van de grond en kan je daar niet meer over discussiëren. Bij die visievorming helpen wij hen, onder andere door zelf of in samenspraak met externe ontwerpers de potenties van een site via ontwerpend onderzoek naar boven te halen, en door een bovenlokale visie uit te werken die geen formeel-juridisch keurslijf vormt maar inspirerend kan werken. Wat is mogelijk in een kern? Hoe behoud je de identiteit en eigenheid? Hoe doe je aan inbreiding zonder alles botweg in te vullen met appartementen en winkels? Samen met externe ontwerpers trachten we ook vernieuwende oplossingen uit te dokteren: meer collectiviteit, deeloplossingen, ontwerpen met een grote omkeerbaarheid die beantwoorden aan de huidige nood én achteraf kunnen inspelen op toekomstige, vandaag nog niet gekende evoluties.”
WinVorm
Heel wat van die opdrachten worden in de markt gezet via de Oproep WinVorm voor grote en de Selectie Winvorm voor kleinere projecten. De wedstrijden worden tegelijkertijd aangekondigd via de eigen website en via het Team Vlaams Bouwmeester. Kandidaat ontwerpers kandideren op basis van hun portfolio en visie op de opdracht, zodat ook jonge bureaus een gedegen kans krijgen. Een professionele jury selecteert drie bureaus die een voorstel uitwerken in ruil voor een – beperkte – vergoeding. De definitieve gunning ligt dan in handen van de gemeente.
David Vandecasteele: “WinVorm is gestart als een lezingenreeks om de uitdagingen, waarvoor de gemeenten staan, op de agenda te zetten en goede voorbeelden van ruimtelijke kwaliteit te laten zien. Later werd ook een Kwaliteitskamer opgericht om ontwerpen te beoordelen. Maar we constateerden al snel dat deze externe deskundigen, die in samenspraak met de Vlaams Bouwmeester worden aangeduid voor vier jaar, te laat in het proces optraden. Alles begint immers met een goede projectdefinitie. Vandaar de Oproep WinVorm die geënt is op de Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester, maar dichter bij de gemeenten staat. In samenspraak met externe deskundigen trachten we de projectdefinitie zo helder mogelijk te formuleren, om het risico te verkleinen dat er achteraf discussies rijzen over het opzet, het programma en andere elementen. Wat is de rol van een plek? Welke uitstraling moet zij hebben? Welk type ontwerper zoeken wij daarvoor? Uiteraard worden er soms nog projecten geannuleerd, maar het gaat over een beperkt percentage, veel minder bv. dan voor de Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester.”
Kerken en ontvolking
WVI tracht de vinger aan de pols te houden. Zo zette de intercommunale als eerste het probleem van leegstaande kerken op de agenda, een thema dat intussen op Vlaams niveau tot de oprichting van een projectbureau heeft geleid. Geert Sanders: “In de Westhoek vind je op het grondgebied van 18 gemeenten ruim 100 kerken. Een tiental jaar geleden zijn we daar gestart met een oefening om een mogelijke neven- en herbestemming te formuleren. Later is dat initiatief uitgebreid naar heel de provincie. Dat is op een heel participatieve manier gebeurd, met inbreng van de gemeentebewoners en parochies. Bedoeling was een toekomstperspectief te bieden voor de kerken, dorpen meer leven in te blazen en de leefbaarheid, de identiteit en het dorpsgevoel te bevorderen. In Roeselare ontvangt de Sint-Amandskerk vandaag bv. een boerenmarkt, in Wielsbeke is de kerk omgevormd tot bibliotheek, en in een beperkt aantal gevallen zoals in Avelgem is er besloten tot afbraak.”
Een ander onderzoeksitem is de mogelijke ontvolking van gemeenten in buitengebieden, ten gevolge van het toekomstige ruimtelijke beleid en de rol daarin van openbaar vervoer en voorzieningen. David Vandecasteele: “In twee van onze vier werkingsregio’s hebben we dat probleem besproken en gezamenlijk adviezen geformuleerd aan de minister in het kader van de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Onze conclusie is dat zelfs kleinere gemeenten perfect bijkomende woningen kunnen realiseren via kwaliteitsvolle verdichting, zonder daarbij bijkomende open ruimte te moeten aansnijden. Maar het huidige financieringsmodel dwingt gemeenten tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, want wonen en bedrijven brengen geld in het laatje. Het behoud van open ruimte is dus niet alleen een ruimtelijk vraagstuk, maar vergt beslissingen die ingrijpende financiële repercussies hebben. Als de Vlaamse overheid daar onvoldoende rekening mee houdt, zou ze de doelstellingen van haar ruimtelijk beleid wel eens kunnen voorbijschieten.”
Betaalbare kavels in Knokke-Heist
Als gemeenten dat willen, kunnen ze een beroep doen op WVI voor de project- en procesregie van hun eigen initiatieven. Daarnaast ontwikkelt WVI, zoals al aangegeven, projecten vanuit eigen grondposities, in casu bedrijfsterreinen, woonprojecten of gebiedsontwikkeling met specifieke beleidsdoelstelling vanuit het lokale bestuur. Een sprekende illustratie is het project Heulebrug in Knokke-Heist, waar de gemeente kiest voor kwaliteitsvol maar betaalbaar wonen voor de mensen die in de gemeente wonen, werken of er anderszins een band mee hebben. Patrick Zutterman: “Kandidaat-kopers nemen een optie op een perceel en engageren dan een architect voor het ontwerp. Een planningcomité gaat na of dat ontwerp voldoet aan de vastgelegde regels en ambities. Het masterplan voor de nieuwe wijk is opgesteld volgens de principes van het New Urbanism door een projectteam onder leiding van Adres Duany en Leon Krier. Pas nadat het planningcomité groen licht heeft gegeven, kan de koper de optie lichten en een vergunning aanvragen. Uiteraard hebben we de afstemming op de doelgroep juridisch voldoende verfijnd om discussies te voorkomen. Als grondeigenaar beschik je daartoe wel over wat mogelijkheden.”
Geert Sanders: “In het kader van het Europese project Future Cities hebben we, met input vanuit onze verschillende afdelingen, een ‘handboek duurzame kwaliteit woonprojecten’ opgesteld. In feite gaat het om een soort checklist die tegelijkertijd de voorwaarden voor een bepaald ambitieniveau schetst en die we achteraf naar een werkbare versie voor de gemeenten hebben herwerkt.”
Patrick Zutterman: “Soms maken we ook gebruik van een duurzaamheidsmeter. In eerste instantie was dat die van stad Gent voor stadsprojecten. Voor het PPS-project Suikerpark Veurne, een nieuw stadsdeel vlakbij het historisch centrum, hanteren we de recente Vlaamse duurzaamheidsmeter voor wijken.”
Zin voor ondernemen
Ook voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen ligt er een uitgebreid handboek voor, dat vanuit leesbaarheidsoverwegingen is vertaald naar 19 basisprincipes. Momenteel overweegt WVI een herbewerking van het handboek om daarin ook een luik circulaire economie te integreren.
Patrick Zutterman: “Wat onze afdeling ruimte voor ondernemen betreft, de ontwikkeling van nieuwe of – wat in de toekomst almaar aan belang zal winnen gezien de ruimteproblematiek – de reconversie van bestaande bedrijventerreinen, leverden we al vaker pionierswerk. Zo hebben we een vereveningsmodel ontwikkeld voor een intergemeentelijk bedrijventerrein, waarin alle kosten en baten zijn opgenomen en op basis waarvan een verdeelsleutel tussen de deelnemende gemeenten wordt vastgelegd. Zo doet het er niet langer toe op wiens grondgebied het bedrijventerrein komt en kan je gaan voor een optimale keuze. Jammer genoeg is een eerste proefproject gestrand op praktische problemen, zodat we nog niet in de praktijk kunnen demonstreren dat het model wel degelijk werkt.”
“Al sinds jaren reserveren we in nieuwe ontwikkelingen een deelzone voor bedrijfsverzamelgebouwen, waarin ondernemers met slechts een beperkte ruimtebehoefte een module kunnen aankopen. Daarmee doen we bedrijvencentra geen concurrentie aan. Zij verhuren ruimte en bieden hun huurders een gedeelde dienstverlening aan, terwijl het bij ons louter om ruimtelijke efficiëntie, architecturale kwaliteit en bouwprogramma gaat. Hoogstens is er een syndicus voor het beheer van gemeenschappelijke zaken als zonnepanelen of regenwater. In reconversieprojecten, zoals de kazerne van Sijsele, bestuderen we ook mogelijkheden als een tijdelijke invulling of de opdeling van de grote loodsen in kleinere entiteiten met een binnenpark.”
Samen met de intercommunale Leiedal werd het bewegwijzeringsconcept BISY bedacht, dat naast fysieke wegwijzers een centrale databank omvat met gegevens over de aanwezige bedrijven, contactpersonen en dergelijke meer. Momenteel wordt die databank compatibel gemaakt voor een GIS-omgeving om de toepassingsmogelijkheden te verbreden. “Wij treden ook op als parkmanager. In dat geval staan we als beheerder in voor het Facility Management van het publiek domein, bv. het onderhoud van de groenaanleg en de bewegwijzering . Bovendien brengen we de bedrijven samen in een losse structuur of in een meer formele vzw, die functioneert als platform om de behoeften van de community te detecteren en te speuren naar mogelijkheden om bv. energie of productie-elementen uit te wisselen, hetzij voor het park in zijn geheel, hetzij tussen bedrijven onderling.”
“Onze nieuwe terreinen ontwikkelen wij per definitie CO2-neutraal, wat inhoudt dat de verbruikte elektriciteit moet worden gedekt met groene stroom. In het begin was dat niet vanzelfsprekend, maar vandaag is dat redelijk gemakkelijk in te vullen. Daarom willen we de lat hoger leggen en nagaan welke mogelijkheden nieuwe en bestaande terreinen kunnen bieden voor de opwekking en het gebruik van hernieuwbare energie. Voor die complexe oefening kunnen we terugvallen op financiering via het Europese project BISEPS.”
Europese projecten
Europese projecten hebben een belangrijke functie binnen de werking van WVI. Geert Sanders: “Om nieuwe, innovatieve ideeën uit te testen en onze eigen werking te blijven vernieuwen, komen Europese middelen goed van pas. We hebben dan ook al circa een decennium een medewerker die systematisch de Europese programma’s screent.”
“Interessant is SEE2DO, een project dat door de inzet van thermografische camera’s mensen wil aanzetten tot energetische renovaties. We stellen onze gemeenten een expert ter beschikking die met een dergelijke camera gevelscans maakt en op basis van de meetresultaten adviezen voor mogelijke ingrepen geeft. Momenteel beschikken we over een specialist in de renovatie van woningen en een expert die zich toelegt op horeca en de tertiaire sector. Wij zijn ook al langer het aanspreekpunt voor goedkope energieleningen. Bepaalde doelgroepen maken daarvoor zelfs aanspraak op een rentevoet van 0% en krijgen begeleiding op maat in de vorm van energiescans en advies. Dat zal de komende jaren nog worden geïntensifieerd.”
Een ander boeiend Europees project is SLIC, dat openbare verlichting als onderzoeksobject heeft en in het kader waarvan WVI onder andere een slimme openbare verlichting voor het project Suikerfabriek Veurne onderzoekt. Verder is WVI betrokken in grensoverschrijdende samenwerkingsvormen, onder andere met Duinkerke en met Rijsel. “We bekijken daar mogelijke knelpunten die lokaal op te lossen zijn en waarvoor we een gezamenlijk draagvlak kunnen nastreven, zoals waterproblemen of de uitwisseling van parkeerdata. Gezien de vele betrokken niveaus en de verschillen in bevoegdheden – Franse intercommunales zijn bv. bevoegd voor energie en mobiliteit, waarvoor hier het Vlaamse niveau instaat – is dat een boeiend proeflaboratorium. Die werking biedt ons ook de gelegenheid om punctuele contacten te leggen tussen gemeenten, bedrijfsleiders en andere actoren.”
De directeur van WVI wil het gesprek graag afsluiten met een oproep: “Wij zetten in op kwaliteit. Ook voor architecten is dat een eerste streven, zien wij onder andere via WinVorm. Dat moet zeker zo blijven, want de opgaven voor een architect worden almaar complexer. Wij willen dat ook ondersteunen. Op de website van WinVorm vind je terug welke lezingen en uitstappen we organiseren. Daar komen steevast nieuwe, verfrissende ideeën aan bod. Een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in ruimtelijke kwaliteit.”
www.wvi.be
www.west-vlaanderen.be/west-vlaanderen-vorm
https://apps.west-vlaanderen.be/winvorm/
Door Colette Demil en Staf Bellens
“Onder andere omgevingsambtenaren zijn een knelpuntberoep. Daarom bieden we gemeenten de mogelijkheid om personeel en dus expertise te delen. Dat verlaagt ook de kostprijs.”
“De digitale vergunning kende heel wat kinderziekten, maar hoewel alle mankementen niet zijn opgelost, zien steeds meer gemeenten er de voordelen van in.”
“Wij fungeren als een kennisplatform dat een continue update en uitwisseling van kennis tussen gemeenten mogelijk maakt.”
“Wie projecten van enige omvang realiseert, belandt al snel bij de Raad van State. Daarom start elk project bij ons vanuit participatie en communicatie.”